Zoekresultaten

Voor “"6:38 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

11 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overigKort geding
    Toewijzing conventionele vordering man om vrouw te veroordelen toe te staan dat de man met een deskundige de…

    Rechtbank Overijssel2 september 2014ECLI:NL:RBOVE:2014:4670

    tijdstip waarop de man de polisgelden zou uitbetalen is de vordering tot uitbetaling ingevolge 6:38 BW in beginsel onmiddellijk opeisbaar geworden en is de man in verzuim doordat hij nog niet … uitbetaling van de polisgelden aan de kinderen op grond van het bepaalde van artikel 6:38 BW in beginsel onmiddellijk opeisbaar geworden en is de man in verzuim doordat

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    De Parochie heeft de wens om een nieuw parochiecentrum te ontwikkelen. Partij A wil zijn pand verder…

    Rechtbank Overijssel12 februari 2025ECLI:NL:RBOVE:2025:808

    aanvang van de dag waarop de vordering opeisbaar is. Volgens artikel 6:38 BW kan, indien geen tijd voor nakoming van een verbintenis is bepaald, ‘terstond’ nakoming worden gevorderd. In de door … artikel 6:38 BW bestreken gevallen zal de verjaringstermijn van vijf jaar dus de dag na totstandkoming van de overeenkomst gaan lopen. In artikel 307, lid 2 BW is bepaald

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Tussen partijen zijn twee overeenkomsten van opdracht gesloten tot reparatie van een vrachtwagen. Eiser heeft…

    Rechtbank Overijssel13 januari 2026ECLI:NL:RBOVE:2026:207

    Voor zover geen termijn voor nakoming is bepaald, is een verbintenis terstond opeisbaar (artikel 6:38 BW). Een geslaagd beroep op een opschortingsrecht zorgt er echter niet voor dat er niet meer … aflevering van de grill zijn overeengekomen – de verbintenis tot levering op grond van artikel 6:38 BW opeisbaar is. Bovendien is sprake van voldoende samenhang tussen de verbintenis tot betaling

  • Civiel recht overigKort geding
    Vordering tot terugbetaling geldlening.

    Rechtbank Overijssel21 december 2017ECLI:NL:RBOVE:2017:4815

    geen afspraken zijn gemaakt over het moment van terugbetalen van het geleende bedrag. Artikel 6:38 BW bepaalt dat als geen tijd voor nakoming is bepaald, de verbintenis terstond kan worden nagekomen

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Aanvang verjaringstermijn, artikel 3:307 lid 1 en 2 BW

    Rechtbank Overijssel29 maart 2017ECLI:NL:RBOVE:2017:1649

    BW valt, maar betekent in beginsel dat de verbintenis krachtens het bepaalde in artikel 6:38 BW terstond kan worden nagekomen en terstond nakoming kan worden gevorderd, waarmee de opeisbaarheid onmiddellijk intreedt

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Gedaagde moet een bedrag van € 3.000,- aan eiser betalen. Voor dit (totaal)bedrag geldt dat voldoende vast is…

    Rechtbank Overijssel21 oktober 2025ECLI:NL:RBOVE:2025:6176

    waarbinnen de bedragen terugbetaald zouden moeten worden. Daarom sluit de kantonrechter aan bij artikel 6:38 BW, waarin is bepaald dat, indien geen tijd voor de nakoming is bepaald, de verbintenis terstond

  • BestuursprocesrechtEerste aanleg - enkelvoudig
    Wet hersteloperatie toeslagen; overname private schulden; beroep ongegrond.

    Rechtbank Overijssel22 april 2026ECLI:NL:RBOVE:2026:2224

    stelling van [eiser] dat de leningen van rechtswege opeisbaar zijn, op grond van artikel 6:38 BW, gaat ook niet op. Ten aanzien van geldleningen bepaalt artikel 7:129e BW namelijk

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Partijen worden veroordeelt om openstaande bedragen aan elkaar te betalen. Partij A heeft partij B op 12…

    Rechtbank Overijssel5 maart 2025ECLI:NL:RBOVE:2025:1228

    Partijen worden veroordeelt om openstaande bedragen aan elkaar te betalen. Partij A heeft partij B op 12 april 2024 gedagvaard te verschijnen voor deze rechtbank. Partij B heeft een conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in (voorwaardelijke) reconventie genomen. Partij A hebben geconcludeerd voor antwoord in…

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Kort geding. Verkrijgende verjaring.

    Rechtbank Overijssel1 juni 2026ECLI:NL:RBOVE:2026:3218

    datum overeengekomen waarop de vordering opeisbaar zal worden, zodat deze op grond van artikel 6:38 BW terstond opeisbaar is. Dat betekent dat de verjaringstermijn op 28 maart 2004 is aangevangen

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Partij A vordert van partij B (terug)betaling van de rekening-courantvordering. Volgens partij B is er geen…

    Rechtbank Overijssel23 oktober 2024ECLI:NL:RBOVE:2024:5543

    regeling van artikel 6:140 BW van toepassing is. Op grond van artikel 6:38 BW is de vordering uit hoofde van de rekening-courantverhouding terstond opeisbaar. 4.3. [partij B] voert verweer

  • InsolventierechtEerste aanleg - meervoudig
    Beroep op faillissementspauliana slaagt niet. Geen onverplichte rechtshandeling en onvoldoende gesteld voor…

    Rechtbank Overijssel25 januari 2023ECLI:NL:RBOVE:2023:343

    wijzen er echter terecht op dat ingevolge het bepaalde in artikel 6:38 BW een vordering terstond opeisbaar is, indien geen tijd voor de nakoming daarvan is bepaald. De omstandigheid

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.