102 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming van wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij afgewezen.
Rechtbank Rotterdam|27 oktober 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:11105
Bruijne, heeft ter zitting gevorderd dat de rechtbank het bedrag zoals bedoeld in artikel 36e Sr zal vaststellen op € 6.172,45 en dat aan de veroordeelde ook de betalingsverplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnvoldoende aanknopingspunten voor de vaststelling dat de veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel…
Rechtbank Rotterdam|9 oktober 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:12522
bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat op € 10.000,- en tot het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntnemingsvordering afgewezen.
Rechtbank Rotterdam|27 september 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:11076
vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat op € 26.322,-; het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOpenbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering in verband met vrijspraak in de onderliggende…
Rechtbank Rotterdam|14 november 2023|ECLI:NL:RBROT:2023:12707
vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en het aan [naam01] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 4.200,-. zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:8971
Rechtbank Rotterdam|15 mei 2026|ECLI:NL:RBROT:2026:8972
Jacobs strekt tot het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr op een bedrag van € 4.200,- en het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. Procesafspraken. Bedrag waarop wederrechtelijk voordeel wordt geschat, wordt vastgesteld op €…
Rechtbank Rotterdam|8 juli 2026|ECLI:NL:RBROT:2026:9658
justitie strekt tot: het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr op een bedrag van € 127.183,-; het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. Procesafspraken. Bedrag waarop wederrechtelijk voordeel wordt geschat, wordt vastgesteld op €…
Rechtbank Rotterdam|8 juli 2026|ECLI:NL:RBROT:2026:9661
justitie strekt tot: het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr op een bedrag van € 81.939,-; het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntnemingsvonnis in hennepzaak. Ontnemingsvordering afgewezen.
Rechtbank Rotterdam|15 maart 2018|ECLI:NL:RBROT:2018:3232
wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN Deze beslissing is gegrond op artikel 36e Sr. BESLISSING De rechtbank: wijst af de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is gewezen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigMega Carillon. De ontnemingsvordering van € 369.449,- wordt toegewezen en de betalingsverplichting op nihil…
Rechtbank Rotterdam|2 november 2022|ECLI:NL:RBROT:2022:9266
vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en tot oplegging aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel van € 80.028,- in verband met contante stortingen op een…
Rechtbank Rotterdam|11 oktober 2022|ECLI:NL:RBROT:2022:9181
Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN Deze beslissing is gegrond op artikel 36e Sr. BESLISSING De rechtbank: stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe ontnemingsvordering wordt afgewezen, omdat niet aannemelijk is geworden dat de betrokkene door middel van…
Rechtbank Rotterdam|5 juni 2025|ECLI:NL:RBROT:2025:6945
strafzaak ten laste gelegde strafbare feiten. 5 Beoordeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel Artikel 36e Sr heeft een reparatoir karakter. Bij de schatting van het te ontnemen voordeel is het uitgangspunt
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigTussenbeslissing ontneming. Tijdens beraadslaging gebleken dat onderzoek niet volledig is geweest. Onderzoek…
Rechtbank Rotterdam|18 oktober 2023|ECLI:NL:RBROT:2023:11247
bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat op € 18.470,-; het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigGevorderd is de ontneming van een bedrag van € 181.173,-. Dat bedrag is ook toegewezen als wederrechtelijk…
Rechtbank Rotterdam|8 juli 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:6603
vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en tot oplegging aan de veroordeelde van de verplichting aan de Staat van een geldbedrag
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming wederrechtelijk verkregen voordeel met betrekking tot oplichting via Marktplaats. Hoofdelijk…
Rechtbank Rotterdam|4 november 2019|ECLI:NL:RBROT:2019:8749
vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat op € 3.470,02; - tot het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel op € 384.003,68. De rechtbank legt een betalingsverplichting…
Rechtbank Rotterdam|8 oktober 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:10358
vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en tot oplegging aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntnemingsvonnis na het maken van procesafspraken.
Rechtbank Rotterdam|17 oktober 2024|ECLI:NL:RBROT:2024:10758
onderhavige zaak zelfstandig moet beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 36e Sr is voldaan. 4 Voorafgaande veroordeling Bij vonnis van deze rechtbank van 17 oktober 2024 is de veroordeelde veroordeeld voor
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigUitreiking gerechtelijk stuk aan rechtspersoon in het buitenland. Rechtbank constateert fout in de Wet USB…
Rechtbank Rotterdam|2 juli 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:6165
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en [naam rechtspersoon] de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigGevorderd is de ontneming van een bedrag van € 181.173,-. Dat bedrag is ook toegewezen als wederrechtelijk…
Rechtbank Rotterdam|8 juli 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:6605
vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en tot oplegging aan de veroordeelde van de verplichting aan de Staat van een geldbedrag
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigWederrechtelijk voordeel ontnemen aan een natuurlijk persoon terwijl dat is verkregen in een BV…
Rechtbank Rotterdam|17 december 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:12977
bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat op € 38.842,--; het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigWederrechtelijk voordeel ontnemen aan een natuurlijk persoon terwijl dat is verkregen in een BV…
Rechtbank Rotterdam|17 december 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:12979
bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat op € 38.842,--; het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.