5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Breda · Eerste aanleg - enkelvoudig · Insolventierecht
Rechtbank Breda|3 november 2010|ECLI:NL:RBBRE:2010:BO2769
komt haar in ieder geval een beroep toe op de beschermende werking van artikel 6:34 BW, zo stelt zij. Uitsluitend voor het geval wordt aangenomen dat niet met de pandhouder … vereisten is voldaan. Van een “betaling” aan de ING in de zin van artikel 6:34 BW is reeds daarom in deze omstandigheden geen sprake, zodat het beroep op dat artikel faalt
- InsolventierechtFaillissement; artt. 20, 24 en 52 F. Betaling aan bestuurder in privé van tijdens faillissement ontstane…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BO4520
buiten het in art. 52 Fw bedoelde geval het beginsel van art. 6:34 BW geen toepassing vindt.(2) 5. De gegrondbevinding van de klacht kan echter bij gebrek aan belang niet … tussenvonnis d.d. 15 februari 2006 baseert de rechtbank haar beslissing op art. 6:34 BW. Ook in de bestreden rov. 4.13 van het hof lijkt deze bepaling tot uitgangspunt te zijn genomen
- InsolventierechtHoger beroepRenvooiprocedure. Is sprake van rechtsgeldige overgang van vordering? Juridische splitsing. Cessie.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|21 januari 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:116
betalen. Deze belangen van de schuldenaren van de splitsende vennootschap worden beschermd door artikel 6:34 BW en 6:37 BW. Deze bescherming heeft de wetgever kennelijk afdoende geacht, aangezien de schuldenaren
- InsolventierechtRekestprocedureVerzoekster in verzoek faillietverklaring (primair) en verzoek heropening vereffening (subsidiair)…
Rechtbank Noord-Holland|14 juli 2026|ECLI:NL:RBNHO:2026:8480
leiden door de onmogelijkheid bevrijdend te betalen aan [bedrijf], vanwege het bepaalde in artikel 6:34 BW. Bovendien heeft verzoekster een vordering op [verweerster 2] wegens oneerlijke handelspraktijken die hebben geleid
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigVerzet tegen uitdelingslijst. Gedeeltelijk ongegrond. Betaling voor dat deel aan de consignatiekas.
Rechtbank Rotterdam|7 september 2017|ECLI:NL:RBROT:2017:7830
naam 11] bevoegd is de betaling te ontvangen, hetgeen op grond van artikel 6:34 BW een vereiste is voor bevrijdende betaling. De rechtbank stelt voorts vast dat tussen [naam
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.