895 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|10 augustus 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB3119
moeten worden gelegd.(14) Het incidentele cassatieberoep is geregeld in art. 29b, lid 2, AWR(15) en kan worden ingesteld bij het verweerschrift of - en daaraan geeft de Hoge Raad de voorkeur … voorgeschreven en dat de Hoge Raad het (principale) beroep naar luid van art. 29e, lid 2, AWR ambtshalve beoordeelt. Daarom kan worden verdedigd dat in zo'n geval na de niet-ontvankelijkverklaring
- BelastingrechtAansprakelijkstelling belanghebbende voor naheffingsaanslagen loonheffingen; is het aansprakelijk stellen van…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1399
Aansprakelijkstelling belanghebbende voor naheffingsaanslagen loonheffingen; is het aansprakelijk stellen van de vergrijpboete naast de strafrechtelijke veroordeling in strijd met het una-via beginsel?
- BelastingrechtCassatieArt. 52a, lid 1, AWR. Informatiebeschikking. HR BNB 2014/101. Beroep op nemo tenetur-beginsel in verband met…
Hoge Raad|8 augustus 2014|ECLI:NL:HR:2014:2144Aangehaald in 106 uitspraken
vorenstaande brengt mee dat het middel faalt. Met overeenkomstige toepassing van artikel 27e, lid 2, AWR dient de door de Rechtbank gestelde termijn voor het voldoen aan in de beschikking bedoelde verplichtingen
- BelastingrechtArt. 231, lid 2, letter b, jo. 232, lid 4, Gemeentewet en art. 1, lid 2, jo. art. 30 Wet WOZ. Bevoegdheid…
Parket bij de Hoge Raad|28 september 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW1956
Awr van toepassing is en niet de termijn van 8 weken van artikel 18a, lid 2, AWR. Belanghebbende stelt dat de vervangende waardebeschikkingen genomen hadden moeten worden binnen acht weken nadat onherroepelijk
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|10 maart 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA2713Aangehaald in 40 uitspraken
heeft in onderdeel 5.6 geoordeeld dat ook indien het bepaalde in artikel 29, lid 2, AWR te dezen toepassing zou missen, het gelet op de zich hier voordoende feiten en omstandigheden
- BelastingrechtHoger beroepDe heffingsambtenaar heeft een WOZ-beschikking gegeven op naam van “de erven”. Een van de erven maakt namens…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|30 januari 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:311
belastingaanslag is opgelegd, (…) en degene tot wie de beschikking zich richt. Artikel 26a, lid 2, AWR bepaalt vervolgens dat ook degene van wie inkomens- of vermogensbestanddelen zijn begrepen in het voorwerp … instellen. Doordat in artikel 30, lid 1, Wet WOZ is bepaald dat artikel 26a, lid 2, AWR van overeenkomstige toepassing is met betrekking tot de waardebepaling en waardevaststelling ingevolge de hoofdstukken
- BelastingrechtCassatieProcesrecht; rentevergoeding berekenen vanaf de dag die volgt op de dag waarop onverschuldigd bpm is betaald.
Hoge Raad|19 december 2014|ECLI:NL:HR:2014:3606Aangehaald in 41 uitspraken
enkelvoudige berekening. Dit is anders voor de in artikel 30f, lid 3, letter d, onder 2°, AWR (tekst 2012) neergelegde termijn, zodat middel VII slaagt. Toepassing van het arrest Irimie brengt
- BelastingrechtHoger beroepDe heffingsambtenaar heeft een WOZ-beschikking gegeven op naam van “de erven”. Een van de erven maakt namens…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|30 januari 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:312
belastingaanslag is opgelegd, (…) en degene tot wie de beschikking zich richt. Artikel 26a, lid 2, AWR bepaalt vervolgens dat ook degene van wie inkomens- of vermogensbestanddelen zijn begrepen in het voorwerp … instellen. Doordat in artikel 30, lid 1, Wet WOZ is bepaald dat artikel 26a, lid 2, AWR van overeenkomstige toepassing is met betrekking tot de waardebepaling en waardevaststelling ingevolge de hoofdstukken
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|11 april 2003|ECLI:NL:HR:2003:AE3220Aangehaald in 94 uitspraken
persoon is voor de naheffingsaanslag, heeft gebaseerd op de tweede volzin van artikel 20, lid 2, AWR. 3.3. Middel II behelst de klacht dat het Hof de bewijslast met betrekking
- BelastingrechtHoger beroepNaheffingsaanslagen dividendbelasting (2015 en 2017) zijn terecht en tot de juiste bedragen opgelegd aan…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|24 december 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:3712
Naheffingsaanslagen dividendbelasting (2015 en 2017) zijn terecht en tot de juiste bedragen opgelegd aan belanghebbende (inhoudingsplichtige) omdat op de dividenduitkeringen ten onrechte de inhoudingsvrijstelling van artikel 4, lid 2, Wet op de dividendbelasting 1965 is toegepast. De dividenduitkeringen zijn namelijk…
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVoetbaltrainer veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een geldboete van €…
Rechtbank 's-Hertogenbosch|27 februari 2007|ECLI:NL:RBSHE:2007:AZ9321
Voetbaltrainer veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een geldboete van € 45.000,-- voor het onjuist en onvolledig doen van de belastingaangifte.
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|8 juli 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2337Aangehaald in 29 uitspraken
deze zaak niet aan de orde. Ook is de uit artikel 29, lid 2, AWR voortvloeiende omkering en verzwaring van de bewijslast, anders dan het middel nog betoogt, geen strafsanctie
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|10 augustus 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB3112Aangehaald in 32 uitspraken
gevolgtrekking dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan als bedoeld in artikel 29, lid 2, AWR. Evenmin dwingt 's Hofs oordeel dat de door belanghebbende aangegeven winst dient te worden gecorrigeerd
- BelastingrechtHoger beroepWet WOZ; belanghebbende is (mede)erfgenaam, wil bezwaar maken tegen de vastgestelde waarde van de tot de…
Gerechtshof Amsterdam|24 augustus 2017|ECLI:NL:GHAMS:2017:4759
Doordat in artikel 30, lid 1, Wet WOZ is bepaald dat artikel 26a, lid 2, AWR van overeenkomstige toepassing is met betrekking tot de waardebepaling en waardevaststelling ingevolge de hoofdstukken … grond van artikel 30, lid 1, Wet WOZ, in verbinding met artikel 26a, lid 2, AWR voor zichzelf bezwaar en beroep aantekenen tegen de beschikking. Een dergelijk bezwaar en beroep is ontvankelijk
- BelastingrechtHoger beroepAlgemeen. Geen gebrek aan belang bij beroep ondanks volledige tegemoetkoming in bezwaar.
Gerechtshof Arnhem|15 april 2009|ECLI:NL:GHARN:2009:BI3297
plaats van ongegrond. Boete 2.4. In artikel 27h, lid 4, AWR en artikel 26b, lid 2, AWR is onder verwijzing naar artikel 24a, lid 2, AWR, bepaald dat indien, zoals
- BelastingrechtCassatieArt. 16, lid 3, AWR, art. 67e AWR. Aanslagtermijn: uitstel voor aangifte gevraagd nadat aangifte was…
Hoge Raad|28 februari 2020|ECLI:NL:HR:2020:254Aangehaald in 48 uitspraken
verlenen van het uitstel de aangifte al is ingediend. 3.2 Artikel 9, lid 2, AWR bepaalt dat de inspecteur de termijn voor het indienen van een aangifte met betrekking tot belastingen
- BelastingrechtCassatieProcesrecht; art. 78, lid 4, Wet RO, art. 8:54 en 8:55 Awb en art. 28 AWR; geen beroep in cassatie tegen…
Hoge Raad|15 maart 2019|ECLI:NL:HR:2019:363Aangehaald in 15 uitspraken
rechterlijke organisatie in samenhang gelezen met artikel 28, lid 2, AWR staat tegen de uitspraak van de rechtbank op verzet in een belastingzaak alleen beroep in cassatie open indien het verzet
- BelastingrechtHoger beroepAmbtshalve aanslag vennootschapsbelasting. Omkering en verzwaring van de bewijslast wegens het niet doen van…
Gerechtshof Den Haag|26 april 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:1030
Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), in samenhang met artikel 27h, lid 2, AWR wordt, indien de vereiste aangifte niet is gedaan, het hoger beroep ongegrond verklaard, tenzij blijkt dat en in hoeverre … bevoegdheid tot het opleggen van een ambtshalve aanslag vloeit immers voort uit artikel 11, lid 2, AWR en is geen boetemaatregel. Slotsom 5.5. Gelet op het voorgaande is het hoger beroep ongegrond
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Executiegeschil n.a.v. HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1042, NJ…
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2017|ECLI:NL:PHR:2017:939
Art. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Executiegeschil n.a.v. HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1042, NJ 2013/559 (veroordeling belastingplichtige tot verschaffen van inlichtingen). Bekendmaking oproeping om inlichtingen te verstrekken (art. 41 AWR). Initiatief voor maken afspraak. Hoedanigheid hof als executie- en…
- BelastingrechtCassatieOmzetbelasting; procesrecht; art. 26 AWR; art. 2a, lid 1, letter g, Wet OB; gesloten stelsel van…
Hoge Raad|13 april 2018|ECLI:NL:HR:2018:505Aangehaald in 52 uitspraken
weliswaar worden gedaan door het doen van aangifte, maar op grond van artikel 6, lid 2, AWR dient de inspecteur ieder die daarom verzoekt uit te nodigen tot het doen van aangifte
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.