1.030 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtVerzoek van de beweerde biologische vader om een regeling vast te stellen voor de omgang tussen hem en het…
Parket bij de Hoge Raad|24 september 2021|ECLI:NL:PHR:2021:919
staat. Dit geldt ook omgekeerd. Het begrip “nauwe persoonlijke betrekking” is in art. 1:377a BW opgenomen bij de invoering van de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Dit geschiedde mede
- Personen- en familierechtRekestprocedureEchtscheiding. Overeenstemming over hoofdverblijf en zorgregeling. Ontbreken gezagsverhouding tussen de man…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|10 februari 2026|ECLI:NL:RBZWB:2026:1745
minderjarige 2] . Ook artikel 827 lid 1 onder g Rv in verbinding met artikel 1:377a BW biedt geen basis voor het treffen van een omgangsregeling tussen de man en [minderjarige … deze procedure. De rechtbank legt uit waarom. 4.21. Op basis van artikel 1:377a BW heeft een kind het recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe
- Personen- en familierecht5 december 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/052HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|5 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AL8483
tussen de ouders met zwaarwegende belangen van het kind in strijd zijn. 2.3 Art. 1:377a BW luidt voor zover hier van belang: "1. Het kind en de niet met het gezag … ontzegging van het recht op omgang werd opgemerkt, doet naar mijn mening onder art. 1:377a BW onverminderd opgeld. Daarbij acht ik de beide, in het eerste citaat genoemde uitspraken
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigVerzoek erkenning afgewezen, advies bijzondere curator niet gevolgd. Ondanks familiy life geen omgang vastgesteld.
Rechtbank Noord-Nederland|28 juli 2023|ECLI:NL:RBNNE:2023:3139
Handvest van de grondrechten van de EU. De rechter kan op grond van artikel 1:377a BW een omgangsregeling vaststellen tussen een kind en degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat … minderjarige] sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking als bedoeld in artikel 1:377a BW en een band die kan worden aangemerkt als 'family life' in de zin van artikel 8 EVRM
- Personen- en familierechtBodemzaakAfwijzing verzoeken betreffende vernietiging erkenning en vervangende toestemming tot erkenning. Drie maanden…
Rechtbank Limburg|11 april 2017|ECLI:NL:RBLIM:2017:3303
vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en het kind. Op grond van artikel 1:377a BW, voor zover hier van belang, heeft het kind recht op omgang met degene … persoonlijke betrekking c.q. family life tussen [verzoeker] en [minderjarige] in de zin van artikel 1:377a BW en artikel 8 EVRM. Volgens vaste jurisprudentie is biologische verwantschap weliswaar een belangrijke factor
- Personen- en familierechtRekestprocedureVoogd verzoekt om omgangsregeling te bepalen ex artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek tussen moeder en…
Rechtbank Limburg|2 juni 2026|ECLI:NL:RBLIM:2026:7456
recht op en de verplichting tot omgang van die ouder met zijn kind (artikel 1:377a BW). Deze verplichtingen rusten op de voogd in het belang van het kind en kunnen niet … meebrengen dat het recht op omgang moet worden beperkt of ontzegd. 6.3.3. Artikel 1:377a BW moet dan ook zo worden uitgelegd dat de daarin aan de ouders toegekende bevoegdheid de rechter
- Personen- en familierechtBeschikkingDe rechtbank verleent geen vervangende toestemming voor erkenning. Gelet op de omstandigheden voorafgaand aan…
Rechtbank Midden-Nederland|13 april 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:1426
minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dit wordt hierna toegelicht. 3.12. Op grond van artikel 1:377a BW heeft het kind recht op omgang met zijn ouders en met degene … oordeel dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking als bedoeld in artikel 1:377a BW tussen [moeder1] en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 3.15. Inmiddels is de verstandhouding tussen partijen
- Personen- en familierechtFamilierecht. Geschil tussen de vader en de moeder van een minderjarig kind over vaststelling van een…
Parket bij de Hoge Raad|14 juli 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AW2200
Utrecht op 16 november 2001, heeft de vader op de voet van art. 1:377a BW verzocht een omgangsregeling tussen [het kind] en hemzelf vast te stellen … geworden dat sprake is van één van de ontzeggingsgronden als bedoeld in art. 1:377a BW en dat het de Raad niet is gebleken van bezwaren tegen een omgangsregeling, is geen klacht
- Personen- en familierechtRekestprocedureBeschikking meervoudige kamer - gezagsbeëindiging moeder: zorgen over psychische kwetsbaarheid en…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|26 februari 2025|ECLI:NL:RBZWB:2025:1169
Beschikking meervoudige kamer - gezagsbeëindiging moeder: zorgen over psychische kwetsbaarheid en terugkerende verwardheid, huidige detentie, mogelijk middelengebruik en gebrek aan vaste woon- of verblijfplaats - afwijzing zelfstandig verzoek deskundigenonderzoek art. 810a Rv - niet-ontvankelijkheid in verzoek tot…
- Personen- en familierecht19 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/074HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|19 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1990
cassatieberoep heeft dat gelegen is, enerzijds, in de uitoefening van het hem in art. 1:377a BW toegekende (fundamentele) recht op omgang met zijn minderjarig kind en, anderzijds … omgang met elkaar hebben, tenzij sprake is van een ontzeggingsgrond als bedoeld in art. 1:377a BW. 3.17 Onderdeel 2.7 heeft geen zelfstandige betekenis. 3.18 Nu in deze zaak geen vragen zijn
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigVerlenging OTS + wijziging omgangsregeling art. 1:265g BW. Onnodige vertraging van de GI, opstellen plan van…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|14 juli 2022|ECLI:NL:RBZWB:2022:5819
verzoekt de vader subsidiair een omgangregeling vast te stellen op grond van artikel 1:377a BW. Op grond van artikel 1:265g, eerste lid, BW kan de kinderrechter op verzoek … rechtbank niet gebleken. Voorts biedt naar het oordeel van de kinderrechter artikel 1:377a BW in onderhavige procedure evenmin de mogelijkheid aan de vader om wijziging/ vaststelling van een omgangsregeling, omdat voornoemd
- Personen- en familierechtFamilierecht. Omgangsregeling, tijdelijke ontzegging van recht op omgang; cassatieberoep vader…
Parket bij de Hoge Raad|14 december 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BB7711
gezag belaste ouder in beginsel recht op omgang met zijn of haar kind (art. 1:377a BW). De rechter kan ingevolge art. 1:377a lid 2 BW ofwel een omgangsregeling vaststellen … recht op omgang van ouder en kind in het derde lid van art. 1:377a BW. Tijdens de parlementaire behandeling is over de aansluiting bij art. 8 EVRM onder meer het volgende
- Personen- en familierechtBeschikkingVerzoek omgangsregeling oma met kleinkinderen en verzoek omgangsregeling (half)broers/zussen. Oma…
Rechtbank Rotterdam|28 maart 2025|ECLI:NL:RBROT:2025:4679
verplichting tot omgang van die ouder met zijn kind zoals bedoeld in artikel 1:377a BW. Deze verplichtingen rusten op haar in het belang van de minderjarige en kunnen niet los worden … pinksterdag 19:00 uur. 3.5.2. De GI voert gemotiveerd verweer. 3.5.3. Uitgangspunt van artikel 1:377a BW is dat een kind recht heeft op omgang met degene die in een nauwe persoonlijke
- BelastingrechtCassatieSuccessiewet; het begrip ‘kind’ in art. 32(1)4°(c) SW en het begrip ‘afstammeling’ in art. 24(1) SW; uitleg…
Hoge Raad|6 september 2024|ECLI:NL:HR:2024:1130
Kamerstukken II 1979/80, 16 016, nr. 3, blz. 10. Vgl. artikel 1:377a BW en de toelichting in Kamerstukken II 1992/93, 23 012, nr. 3, blz. 28. Vgl. EHRM 13 juni
- Strafrecht overigCassatieDoodslag door als vrachtwagenchauffeur in 2021 in Rotterdam motoragent te overrijden, art. 287 Sr. Vordering…
Hoge Raad|11 november 2025|ECLI:NL:HR:2025:1619Aangehaald in 6 uitspraken
begrip nauwe, persoonlijke betrekking gehanteerd (vgl. artt. 1:204, derde lid, en artikel 1:377a BW). Voor de rechtspraktijk is dit een werkbaar begrip gebleken. Indien een beroep wordt gedaan op onderdeel
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|2 november 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:3632
conform vaste jurisprudentie van de HR en EHRM (genoemd in Productie 93) aangaande art. 1: 377a BW en art. 8 EVRM belanghebbenden waren althans in de bodemzaak. Appellante verwijst hierbij naar
- Strafrecht overigCassatieDoodslag door slachtoffer met vuurwapen door zijn hoofd te schieten (art. 287 Sr) en medeplegen van wegvoeren…
Hoge Raad|13 januari 2026|ECLI:NL:HR:2026:33Aangehaald in 6 uitspraken
begrip nauwe, persoonlijke betrekking gehanteerd (vgl. artt. 1:204, derde lid, en artikel 1:377a BW). Voor de rechtspraktijk is dit een werkbaar begrip gebleken. Indien een beroep wordt gedaan op onderdeel
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|26 november 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3381
family life” tussen vader en kind niet is verbroken. 3.4Het middel faalt. Artikel 1:377a BW bepaalt dat een kind en de niet met het gezag belaste ouder, zoals hier
- Personen- en familierechtEerste aanleg - meervoudigDe kinderen blijven, nadat zij eerst via een machtiging tot uithuisplaatsing tijdelijk bij de vader zijn…
Rechtbank Limburg|20 augustus 2026|ECLI:NL:RBLIM:2026:9012
De kinderen blijven, nadat zij eerst via een machtiging tot uithuisplaatsing tijdelijk bij de vader zijn geplaatst, definitief bij de vader door toewijzing van het eenhoofdig gezag aan de vader. De beëindiging van het gezamenlijk gezag brengt met zich dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen van rechtswege bij de…
- Personen- en familierechtGeschil na beëindiging van een affectieve relatie over de vaststelling - op de voet van art. 1:377f lid 1 BW…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU5233
wijs er op dat die norm een andere is, dan de norm die art. 1:377a BW in lid 3 geeft als het gaat om omgang tussen een "wettige" ouder
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.