294 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieOnttrekking aan het verkeer (oav), art. 36d Sr. HR herhaalt HR LJN ZC9322 m.b.t. de uitleg van “soortgelijke…
Hoge Raad|2 oktober 2012|ECLI:NL:HR:2012:BX5268
zoverre geen andere beslissing kan volgen dan oav ex art. 36c, aanhef en onder 2 Sr. Bij gebrek aan belang kan het middel derhalve niet tot vernietiging van de bestreden uitspraak voeren … inbeslaggenomen voorwerp kan volgen dan onttrekking aan het verkeer krachtens art. 36c, aanhef en onder 2°, Sr. 3.6. Bij gebrek aan belang kan het middel derhalve niet tot cassatie leiden. 4. Beslissing
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming, w.v.v. uit Opiumwetdelicten. Zijn er “voldoende aanwijzingen” dat betrokkene…
Hoge Raad|12 oktober 2021|ECLI:NL:HR:2021:1498Aangehaald in 57 uitspraken
2 (oud) van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). 2.4 Artikel 36e leden 1 en 2 Sr luidde tot 1 juli 2011: “1. Op vordering van het openbaar ministerie … maart 2011, Stb. 2011, 171 (Wet verruiming mogelijkheden voordeelontneming) luidt artikel 36e leden 1 en 2 Sr: “1. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming. OM-cassatie en cassatie betrokkene. Verjaring. 1. De aan het oordeel van het Hof ten…
Hoge Raad|11 mei 2010|ECLI:NL:HR:2010:BL7660Aangehaald in 9 uitspraken
ontneming van w.v.v. t.z.v. een strafbaar feit waarvoor betrokkene is veroordeeld, a.b.i. art. 36e.1 en 2 Sr, niet meer mogelijk is indien inmiddels de in art. 72.2 Sr bedoelde termijn van verjaring
- Strafrecht overigCassatieVerjaring wederspannigheid, art. 70.1.2 en 180 Sr. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte veroordeeld t.z.v…
Hoge Raad|29 mei 2018|ECLI:NL:HR:2018:781
gedurende zes jaren daarop volgend enige daad van vervolging is verricht. De in art. 70.1..2 Sr bepaalde termijn van verjaring is dus verstreken, zodat het recht tot strafvordering is vervallen. Volgt … enige daad van vervolging is verricht. De in art. 70, eerste lid aanhef en onder 2°, Sr bepaalde termijn van verjaring is dus verstreken, zodat het recht tot strafvordering is vervallen
- Strafrecht overigCassatieMedeplichtigheid aan opzettelijk telen van hennep door pand ter beschikking te stellen, art. 3.B Opiumwet en…
Hoge Raad|19 oktober 2021|ECLI:NL:HR:2021:1560Aangehaald in 11 uitspraken
moet worden bewezen dat verdachtes opzet was gericht op verschaffen van gelegenheid a.b.i. art. 48..2 Sr maar ook dat verdachtes (voorwaardelijk) opzet was gericht op desbetreffend misdrijf. Hof heeft zijn oordeel
- Strafrecht overigCassatieBehulpzaam zijn bij het indienen van een op valse gegevens gebaseerde aanvraag tot het verkrijgen van een…
Hoge Raad|31 mei 2016|ECLI:NL:HR:2016:1008Aangehaald in 14 uitspraken
verlenen van hulp bij het verschaffen van wederrechtelijk verblijf ex art. 197a lid 2 Sr. De opvatting dat het behulpzaam zijn bij het indienen van een op valse gegevens gebaseerde aanvraag
- Strafrecht overigCassatieHulp bij zelfdoding van zijn (stief)moeder door niet-arts, art. 294.2 Sr. 1. Overmacht in de zin van…
Hoge Raad|16 april 2019|ECLI:NL:HR:2019:598Aangehaald in 5 uitspraken
overmacht noodtoestand. Enerzijds bestond voor verdachte de plicht om de wet (art. 294 lid 2 Sr) na te leven. Verdachte was van die bepaling en de jurisprudentie rond dat artikel … feit is begaan door een arts en is voldaan aan de in art. 293 lid 2 Sr genoemde zorgvuldigheidseisen, die zijn neergelegd in art. 2
- Strafrecht overigCassatieGewoonte maken van medeplegen uit winstbejag personen behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf…
Hoge Raad|18 februari 2025|ECLI:NL:HR:2025:229
artikel 197b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zich niet tot artikel 197a lid 2 Sr verhoudt als een bijzondere strafbepaling tot een algemene strafbepaling in de zin van artikel … 2 Sr. 2.2.1 Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: “hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van maart 2019 tot en met december 2019 te Amersfoort, althans
- Strafrecht overigCassatieGewoonte maken van medeplegen uit winstbejag personen behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf…
Hoge Raad|18 februari 2025|ECLI:NL:HR:2025:230
artikel 197b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zich niet tot artikel 197a lid 2 Sr verhoudt als een bijzondere strafbepaling tot een algemene strafbepaling in de zin van artikel … 2 Sr. 2.2.1 Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: “hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van maart 2019 tot en met december 2019 te Amersfoort, althans
- Strafrecht overigCassatieISD-maatregel opgelegd aan ongewenst verklaarde vreemdeling t.z.v. opzetheling, gekwalificeerde diefstal en…
Hoge Raad|6 februari 2018|ECLI:NL:HR:2018:163
diefstal. Voldaan aan voor oplegging van ISD-maatregel noodzakelijke voorwaarden a.b.i. art. 38m.1 onder 2 Sr (eerdere veroordelingen onherroepelijk en straffen ten uitvoer gelegd)? Gelet op inhoud uittreksel JD is ’s Hofs … beëindigd op 26-02-2010." 2.3. Art. 38m, eerste lid aanhef en onder 2°, Sr luidt: "De rechter kan op vordering van het openbaar ministerie de maatregel opleggen tot plaatsing
- Strafrecht overigCassatie1. Krachtens wettelijk voorschrift gedane vordering, art. 184.1 Sr, niet opvolgen ambtelijk bevel. 2…
Hoge Raad|24 januari 2012|ECLI:NL:HR:2012:BT7085Aangehaald in 12 uitspraken
vordering, art. 184.1 Sr, niet opvolgen ambtelijk bevel. 2. Belediging, art. 266 jo 267 sub 2 Sr. Ad 1. Tenlastegelegd en bewezenverklaard is dat de vordering aan de verdachte om te vertrekken
- Strafrecht overigCassatieDiefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd op bedrijf te Zoetermeer, art. 310 jo…
Hoge Raad|29 oktober 2019|ECLI:NL:HR:2019:1638
geweld en bedreiging met geweld, gepleegd op bedrijf te Zoetermeer, art. 310 jo. 312.1 en .2 Sr. Middelen namens verdachte over het tezamen en in vereniging plegen, het afwijzen van een getuigenverzoek
- Strafrecht overigCassatieTul vordering, art. 14g jo. 22d Sr. Omzetting van de voorwaardelijke straf van 14 dagen hechtenis naar een…
Hoge Raad|18 februari 2014|ECLI:NL:HR:2014:383Aangehaald in 6 uitspraken
dagen geen strijdigheid op met art. 22d.3 Sr noch met art. 14g.1 en 2 Sr. Dit geldt evenwel niet voor de bevolen vervangende hechtenis. Ex art. 14g.1 Sr kan de rechter gelasten
- Strafrecht overigCassatie1. Klachtvereiste art. 269 Sr. 2. Smaadschrift minister-president; ambtenaar. Ad 1. Het oordeel van het Hof…
Hoge Raad|3 juli 2012|ECLI:NL:HR:2012:BW9966
minister-president een “ambtenaar” in de zin van art. 267.ahf.2 Sr was, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting nu de minister-president een functie met een openbaar karakter bekleedt … bewezenverklaring genoemde tijdstip een "ambtenaar" in de zin van art. 267, aanhef onder 2°, Sr was, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, in aanmerking genomen dat de minister-president een functie
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming, w.v.v. uit medeplegen invoer van cocaïne en uit soortgelijke feiten. Methode van eenvoudige…
Hoge Raad|11 november 2025|ECLI:NL:HR:2025:1680Aangehaald in 5 uitspraken
heeft verkregen. (...)” 2.4.3 Voor de beantwoording van de vraag of artikel 36e leden 1 en 2 Sr van toepassing is zoals dat luidt sinds 1 juli 2011, is beslissend of het bewezenverklaarde … ervan uitgegaan dat artikel 36e lid 2 (oud) Sr – dat wil zeggen: artikel 36e lid 2 Sr zoals dat luidde tot 1 juli 2011 – toepassing vindt. De in de strafzaak bewezenverklaarde feiten
- Strafrecht overigCassatieVerjaring. HR ambtshalve: De feiten onder 3 zijn begaan in de periode van 9-7-1999 tot en met 9-7-2005. Op…
Hoge Raad|2 oktober 2012|ECLI:NL:HR:2012:BX5112
grond van art. 70.ahf. 2° Sr jo. art. 72.2 Sr beloopt de verjaringstermijn i.c. ten hoogste 2 maal 6 jr. Het OM is daarom nog slechts wat betreft een deel … juli 2005. Op grond van art. 70, aanhef en onder 2°, Sr in verbinding met het tweede lid van art. 72 Sr beloopt de verjaringstermijn in het onderhavige geval ten hoogste twee
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming, w.v.v. uit medeplegen invoer van cocaïne en uit soortgelijke feiten. In eerste aanleg is…
Hoge Raad|11 november 2025|ECLI:NL:HR:2025:1679
heeft verkregen. (...)” 2.4.3 Voor de beantwoording van de vraag of artikel 36e leden 1 en 2 Sr van toepassing is zoals dat luidt sinds 1 juli 2011, is beslissend of het bewezenverklaarde … ervan uitgegaan dat artikel 36e lid 2 (oud) Sr – dat wil zeggen: artikel 36e lid 2 Sr zoals dat luidde tot 1 juli 2011 – toepassing vindt. De in de strafzaak bewezenverklaarde feiten
- Strafrecht overigCassatieCassatie in het belang van de wet. Overtreding van voorwaarden bij dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met…
Hoge Raad|26 november 2024|ECLI:NL:HR:2024:1729Aangehaald in 86 uitspraken
Cassatie in het belang van de wet. Overtreding van voorwaarden bij dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met voorwaarden, terwijl uitspraak waarbij die is opgelegd nog niet onherroepelijk is. 1. Heeft (executie)rechter (terwijl sprake is van niet onherroepelijk opgelegde, dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met…
- Strafrecht overigCassatie1. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. 2. Verjaring. Ad 1. Het Hof heeft bewezenverklaard…
Hoge Raad|25 januari 2011|ECLI:NL:HR:2011:BL9008
verwijst naar HR LJN BO3400. Ad 2. Voor zover de in art. 70 aanhef sub 2 Sr bepaalde termijn is vervuld is het recht tot strafvordering vervallen. HR verklaart OvJ in zoverre … feiten niet vóór 13 april 2006 is gestuit. De in art. 70, aanhef en onder 2°, Sr bepaalde termijn is dus wat betreft de tenlastegelegde feiten voor zover deze zouden zijn begaan
- Strafrecht overigCassatieVervolgingsverjaring. Tenlastelegging: schennis van de eerbaarheid ex art. 239, aanhef en sub 3 Sr in de…
Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS5865
niet voor 19-11-02 is gestuit. De verjaringstermijn ex art. 70, aanhef en sub 2 Sr is vervuld v.w.b. de periode 1-1-90 t/m 18-11-96, zodat het recht … feiten niet voor 19 november 2002 is gestuit. De in art. 70, aanhef en onder 2°, Sr bepaalde termijn is dus wat betreft de feiten voor zover deze zijn gepleegd
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.