176 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepArt. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR…
Gerechtshof Den Haag|10 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:628
artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid
- BelastingrechtHoger beroepArt. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR…
Gerechtshof Den Haag|10 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:631
artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid
- BelastingrechtHoger beroepArt. 8:24, lid 2 Awb, art. 3:61, lid 2, BW, art.26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ…
Gerechtshof Den Haag|10 september 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1700
art.26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De gemachtigde … Algemene wet inzake rijksbelastingen in verbinding met artikel 30, lid 1, Wet WOZ en artikel 236, lid 1, van de Gemeentewet). Slotsom 4.7. Gelet op het voorgaande is het hoger beroep niet
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudig02/05217 PV - 1/7/03 - 10e EK Verweerder heeft terecht gewaardeerd alsof pand gesplitst was. Ondanks…
Gerechtshof Amsterdam|1 juli 2003|ECLI:NL:GHAMS:2003:AH9838
pand gesplitst was. Ondanks niet-ontvankelijk bezwaar zal verweerder, gelet op art. 28, lid 1, Wet WOZ en gelet op formele complicaties, - en met voorbijgaan aan art. 2 UB Wet WOZ (= uitsluitend
- BelastingrechtBelanghebbende heeft het recht van opstal verkregen op een onroerende zaak welke deel uitmaakt van een…
Parket bij de Hoge Raad|24 september 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2017
landgoed bevindt. De A-G merkt op dat ingevolge artikel 18, lid 1, Wet WOZ de waarde van een onroerende zaak wordt bepaald naar de waarde die de zaak op de waardepeildatum
- BelastingrechtHoger beroepAnders dan de rechtbank komt het Hof tot de slotsom dat de woning met toepassing van artikel 19, lid 1, wet…
Gerechtshof Amsterdam|5 december 2008|ECLI:NL:GHAMS:2008:BG7848
slotsom dat de woning met toepassing van artikel 19, lid 1, wet WOZ, dient te worden gewaardeerd naar de toestand op 1 januari 2005. Nu beide taxatierapporten uitgaan van de toestand
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigNa vernietiging WOZ-beschikking en aanslag vanwege onjuiste objectafbakening, mag verweerder in zijn nieuwe…
Rechtbank 's-Gravenhage|9 augustus 2007|ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8813
waarde vaststellen. Een dergelijke beschikking is niet een beschikking als bedoeld in art.27, lid 1 Wet WOZ. RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 06/10395 WOZ Uitspraakdatum: 9 augustus
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|13 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8985
Voor het vaststellen van een WOZ-beschikking stond dezelfde regel in art. 22, lid 1, Wet WOZ. Het College was dus bevoegd WOZ-beschikking I vast te stellen. Maar was het College … nemen dat dit het college van burgemeester en wethouders is. 2.3. Art. 22, lid 1, Wet WOZ heeft een vergelijkbare wijziging ondergaan, en wel bij de Aanpassingswet derde tranche
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudig17.1 WOZ; waardebegrip bij service-appartementen Het waardebegrip van artikel 17, lid 1, Wet WOZ brengt met…
Rechtbank Arnhem|11 december 2007|ECLI:NL:RBARN:2007:BC0678
WOZ; waardebegrip bij service-appartementen Het waardebegrip van artikel 17, lid 1, Wet WOZ brengt met zich mee dat de waarde van de appartementen vastgesteld moet worden zonder dat rekening wordt gehouden
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbenden vragen negen jaar na het overlijden van erflaatster om een op hun naam gestelde…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|20 november 2024|ECLI:NL:GHSHE:2024:3646
heffingsambtenaar opgedragen om een voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in artikel 22, lid 1, Wet WOZ voor het jaar 2010 te geven, met de tenaamstelling ‘ [belanghebbenden] ’. Daarnaast heeft de rechtbank … Wet WOZ een voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in artikel 22, lid 1 Wet WOZ moet nemen voor het belastingjaar 2010. 3.2. De heffingsambtenaar concludeert tot vernietiging van de uitspraak
- BestuursprocesrechtEerste aanleg - enkelvoudigGelet op het gesloten stelsel van rechtsbescherming als bedoeld in artikel 26 AWR, dat gelet op artikel 30…
Rechtbank Rotterdam|10 september 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:7907
rechtsbescherming als bedoeld in artikel 26 AWR, dat gelet op artikel 30 lid 1 Wet WOZ van overeenkomstige toepassing is op besluiten op grond van de Wet WOZ, kan uitsluitend bezwaar worden
- BelastingrechtCassatieArt. 28 Wet WOZ. Ook voor erfgenaam met overbedelingsvordering is de WOZ-waarde van belang en dus moet ook…
Hoge Raad|11 april 2014|ECLI:NL:HR:2014:835Aangehaald in 19 uitspraken
Wet WOZ voor het jaar 2011. 3.6.4. Op grond van artikel 28, lid 1, Wet WOZ geeft de heffingsambtenaar ten aanzien van degene die aannemelijk maakt met betrekking tot de heffing … artikel 22, lid 1, artikel 26, lid 1, dan wel artikel 27, lid 1, Wet WOZ. Hetgeen hiervoor in 3.6.3 is overwogen brengt mee dat belanghebbende een fiscaal belang als bedoeld
- Bestuursrecht overigConclusie · College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven|3 december 2019|ECLI:NL:CBB:2019:658Aangehaald in 9 uitspraken
Elektriciteitswet
- BelastingrechtDe moeder van belanghebbende is overleden op 29 oktober 2010. Belanghebbende heeft krachtens legaat van de…
Parket bij de Hoge Raad|10 september 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1978
De moeder van belanghebbende is overleden op 29 oktober 2010. Belanghebbende heeft krachtens legaat van de executeur-testamentair op 28 december 2011 een bedrag van € 45.687 ontvangen. De hoogte van dat legaat is civielrechtelijk berekend als een percentage van de netto nalatenschap. De waarde van de nalatenschap…
- BelastingrechtHoger beroepWet Woz. Waardevaststelling vrijstaande woning. Fiscaal belang. Gemeente slaagt in bewijslast.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|15 maart 2016|ECLI:NL:GHARL:2016:2266
Beoordeling van het geschil Fiscaal belang 4.1 Op grond van artikel 28, lid 1, Wet WOZ geeft de heffingsambtenaar ten aanzien van degene die aannemelijk maakt met betrekking tot de heffing … artikel 22, lid 1, artikel 26, lid 1, dan wel artikel 27, lid 1, Wet WOZ. 4.2 In het onderhavige geval heeft de heffingsambtenaar op verzoek van belanghebbende aan haar een beschikking
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbenden hebben, sinds het overlijden van hun vader in 2011, een vordering wegens overbedeling op hun…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|19 februari 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:587
overlijden in 2011 en een verzoek om een beschikking krachtens artikel 28, lid 1, Wet WOZ. De Hoge Raad oordeelde: “3.6.2. Op grond van artikel 21, lid 5, van de Successiewet … Wet WOZ voor het jaar 2011. 3.6.4. Op grond van artikel 28, lid 1, Wet WOZ geeft de heffingsambtenaar ten aanzien van degene die aannemelijk maakt met betrekking tot de heffing
- BelastingrechtCassatieartikelen 22 en 24, lid 3, Wet WOZ, artikel 1:2 Awb, heeft huurder die een op zijn naam gestelde…
Hoge Raad|20 maart 2020|ECLI:NL:HR:2020:467Aangehaald in 84 uitspraken
bepaling de heffingsambtenaar niet verplicht om een beschikking als bedoeld in artikel 22, lid 1, Wet WOZ te nemen te aanzien van een gebruiker als bedoeld in artikel 24, lid 3, letter
- BelastingrechtCassatieArt. 40 Wet WOZ (tekst tot 1 oktober 2016). Tegen een besluit op een verzoek op de voet van artikel 40 Wet…
Hoge Raad|25 november 2016|ECLI:NL:HR:2016:2667Aangehaald in 59 uitspraken
eerstbedoelde besluit, in aansluiting op het bepaalde in artikel 30, lid 1, Wet WOZ, is gelijk te stellen met een ingevolge de belastingwet genomen besluit. 2.5.4. Dat heeft ook te gelden
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|14 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:ZC8086
selectie en de waardering van de bewijsmiddelen. 3. Bijzondere omstandigheid 3.1. Art. 19, lid 1, Wet WOZ luidde tot 1 januari 1999: 1. Indien een onroerende zaak na de waardepeildatum die behoort … Wet WOZ moeten worden vastgesteld. 4.2. Sinds 1 januari 1999 luidt art. 19, lid 1, Wet WOZ: 1. Indien een onroerende zaak in de twee jaren voorafgaande aan het begin
- BelastingrechtCassatieArt. 30 Wet WOZ. Telefonische toezegging lagere WOZ-waardering gevolgd door ambtshalve…
Hoge Raad|7 juli 2023|ECLI:NL:HR:2023:1056Aangehaald in 72 uitspraken
volgt uit de wetsgeschiedenis, met name de wijziging van artikel 30, lid 1, Wet WOZ per 1 januari 1998 waardoor deze bepaling niet langer verwijst naar artikel 65, lid 1, eerste volzin
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.