29 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigVoorlopige voorzieningOpheffing beslag, maatstaf, betekenis oordeel bestuursrechter Naar vaste jurisprudentie dient de burgerlijke…
Rechtbank Breda|27 april 2011|ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ2774
gedeeltelijke vrijgave van verzekeringspenningen. Het beroep van Chemie-Pack tot slot op artikel 3:287 BW gaat niet op nu het hier gaat om bedrijfsschade die aan Chemie-Pack wordt uitgekeerd
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - meervoudigRenvooiprocedure. Eis tot verificatie. Nietigheid van de eis tot verificatie. Wijziging van de eis tot…
Rechtbank Rotterdam|6 juli 2022|ECLI:NL:RBROT:2022:5517
voorraad, samengevat en zakelijk weergegeven: erkenning van het recht van voorrang ex artikel 3:287 BW op hun vordering; erkenning van hun vordering in het faillissement van De Vries tot een bedrag
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE3389
bedoelde vermogen; de vordering van degene die onverschuldigd heeft betaald, moet dan ingevolge art. 3:287 BW worden aangemerkt als een concurrente vordering nu de wet aan vorderingen wegens onverschuldigde betaling geen
- VerbintenissenrechtBodemzaakDoor gedaagde 1 in opdracht van eiseres gereviseerde elektromotor loopt na enkele maanden vast waardoor…
Rechtbank Den Haag|8 mei 2019|ECLI:NL:RBDHA:2019:4411
artikel 2:23a BW). In dat geval zou Caldic c.s. haar voorrecht van artikel 3:287 BW hebben kunnen uitoefenen. Caldic c.s. begroot haar schade op € 246.539,76 waarvan € 50.000 (eigen risico
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Pandrecht op vordering; verrekening; vervolg op HR 6 februari 2004, nr. C02/197, NJ…
Parket bij de Hoge Raad|5 december 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BG0946
pandrecht bevoorrechte vorderingen van de fiscus en de sociale verzekeraars, moet - gelet op art. 3:287 BW - in casu gedacht worden aan het eveneens in rang boven het pandrecht verheven voorrecht
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigVerzekeringsrecht. Naast een aantal formele punten gaat het in deze zaak om de vraag of de…
Rechtbank Midden-Nederland|19 januari 2022|ECLI:NL:RBMNE:2022:76
cessie verband hield met het voorrecht dat Rendo op grond van artikel 3:287 BW had. Omdat ASR dekking weigerde en Rendo vanwege het ontbreken van een rechtsverhouding ASR niet zelf
- InsolventierechtEerste aanleg - meervoudigRechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - meervoudig · Insolventierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|22 april 2025|ECLI:NL:RBZWB:2025:2652
belanghebbenden 4 t/m 6] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] ) te voldoen. 5.6. Uit artikel 3:287 BW volgt dat de vorderingen van de benadeelden bevoorrecht zijn op de vordering van de aansprakelijke
- InsolventierechtZie ook zaak AO4601 van 13 februari 2004.
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AN7840
Zie ook zaak AO4601 van 13 februari 2004.
- InsolventierechtPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Is omzetbelasting over verkoop als gevolg van parate…
Parket bij de Hoge Raad|10 november 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1257
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Is omzetbelasting over verkoop als gevolg van parate executie door pandhouder boedelschuld? Verwijzing naar o.m. ander HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q.), en HR 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6108, NJ 2013/291…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.