56 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtConclusie PG: Successierecht. Heeft een in Canada wonende verkrijger van een fictief aanmerkelijk belang geen…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BD0239
aanmerkelijk belang is, indien niet is voldaan aan de hoofdregel van artikel 4.6 Wet IB 2001, tevens sprake als wordt voldaan aan de eisen van de zogeheten meetrekregeling. Deze is neergelegd
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting; art. 3.92b, art. 3.94, en art. 3.95b Wet IB 2001. Opgeofferd bedrag voor middellijk…
Hoge Raad|19 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1228
heeft daardoor in deze vennootschap een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001. Holding BV bezit alle aandelen in [B] B.V. (hierna: de BV). 2.1.2. In 2006 heeft
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting; formeel belastingrecht; artikel 4.22 Wet IB 2001; artikel 27e AWR; aanmerkelijk belang…
Hoge Raad|27 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:518
ieder van hen vormde het aandelenbezit een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001. 2.2 Op 31 augustus 2012 had belanghebbende een vordering
- BelastingrechtHoger beroepNavorderingsaanslagen inkomstenbelasting. Belanghebbende woont in Portugal en is enig aandeelhouder en…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|28 mei 2021|ECLI:NL:GHSHE:2021:1576
toepassing is. Op grond van laatstgenoemd artikel wordt voor de toepassing van afdeling 4.6 Wet IB 2001 een lichaam waarvan de oprichting naar Nederlands recht heeft plaatsgevonden steeds geacht in Nederland
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Dividenduitkeringen. Aanmerkelijk belang? Economische gerechtigdheid.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|17 juni 2025|ECLI:NL:GHARL:2025:3676
IB/PVV. Dividenduitkeringen. Aanmerkelijk belang? Economische gerechtigdheid.
- BelastingrechtHoger beroepIn hoger beroep is tussen partijen in geschil of belanghebbende in het jaar 2003 het pand ter beschikking…
Gerechtshof Leeuwarden|15 juni 2011|ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ8114
correct te zijn. Immers voor de heer Oostwoud zou - als aanmerkelijk belanghouder ex. art. 4.6 wet IB 2001 - de meesleepregeling van toepassing zijn. Echter uit bescheiden die ons thans - bij het bespreken
- BelastingrechtHoger beroepIn geschil is of de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2003 op een juist…
Gerechtshof Amsterdam|13 oktober 2011|ECLI:NL:GHAMS:2011:BV1616
Kwekerij B.V., (middellijk) aanmerkelijk-belanghouder was in Kwekerij B.V. in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001. Voorts staat vast dat belanghebbende formeel geen directeur was van Kwekerij B.V; blijkens
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende en zijn compagnon werken in de organisatie van evenementen. Zij hebben samen een coöperatie…
Gerechtshof Den Haag|17 januari 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:1536
Belanghebbende en zijn compagnon werken in de organisatie van evenementen. Zij hebben samen een coöperatie opgericht. De coöperatie verzendt en int de facturen; zij brengen hun honorarium aan de coöperatie in rekening. Volgens het Hof zijn belanghebbende en zijn compagnon niet aan te merken als ondernemer voor de…
- BelastingrechtHoger beroep(Navorderings)aanslagen IB/PVV 2014 tot en met 2017. Artikel 4.6, aanhef, letter a, Wet IB 2001; houdt…
Gerechtshof Den Haag|8 november 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:2330
(Navorderings)aanslagen IB/PVV 2014 tot en met 2017. Artikel 4.6, aanhef, letter
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigInkomstenbelasting. De terbeschikkingstelling van het pand door de kinderen aan de vader is zeker binnen de…
Rechtbank Haarlem|11 december 2007|ECLI:NL:RBHAA:2007:BC0641
vader heeft derhalve in die vennootschap een aanmerkelijk belang in de zin van art. 4.6 Wet IB 2001. 4.5. Eiser stelt een vermogensbestanddeel ter beschikking aan de vennootschap (de BV) waarin zijn
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigInkomstenbelasting. Winst uit onderneming of inkomsten uit arbeid. Het lidmaatschap van een coöperatieve…
Rechtbank Den Haag|10 juni 2016|ECLI:NL:RBDHA:2016:6636
immers in die jaren een aanmerkelijk belang in [coöperatieve vereniging] als bedoeld in artikel 4.6 Wet IB 2001 en verrichte werkzaamheden voor [coöperatieve vereniging] (artikel 4, onderdeel d, van de Wet
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigInkomstenbelasting. Winst uit onderneming of inkomsten uit arbeid. Het lidmaatschap van een coöperatieve…
Rechtbank Den Haag|10 juni 2016|ECLI:NL:RBDHA:2016:6637
immers in die jaren een aanmerkelijk belang in [coöperatieve vereniging] als bedoeld in artikel 4.6 Wet IB 2001 en verrichte werkzaamheden voor [coöperatieve vereniging] (artikel 4, onderdeel d, van de Wet
- BelastingrechtHoger beroepLoonbelasting. Het hof is van oordeel dat de gebruikelijkloonregeling van toepassing is en dat de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 juni 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:1961
onderhavige jaren een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001 in belanghebbende hield en in ieder geval de in 2.8 genoemde werkzaamheden voor belanghebbende heeft verricht. [A] wordt
- BelastingrechtHoger beroepToepassing gebruikelijkloonregeling.
Gerechtshof Amsterdam|21 oktober 2025|ECLI:NL:GHAMS:2025:3817
Vaststaat dat de heer [A] een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001 in eiseres houdt en werkzaamheden voor eiseres heeft verricht. Dit is door eiseres ook niet
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Terbeschikkingstellingsregeling. Aandeelhouder? Economisch belang. Tijdstip beëindiging tbs-regeling?…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|13 februari 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:1458
stellen aan een vennootschap waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft. Blijkens artikel 4.6 Wet IB 2001 kan sprake zijn van een direct of indirect aanmerkelijk belang. 4.4. Voor de beantwoording
- BelastingrechtA-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of het door de ouders van belanghebbende in een…
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2022|ECLI:NL:PHR:2022:1234Aangehaald in 5 uitspraken
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of het door de ouders van belanghebbende in een Liechtensteinse Stiftung afgezonderde vermogen, moet worden aangemerkt als discretionair vermogen, zodat dit na overlijden van de moeder moet worden toegerekend aan belanghebbende, als erfgenaam, op grond van artikel 16…
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigLoonheffingen + boete. DGA verrichtte werkzaamheden voor de B.V. Verweerder heeft terecht nageheven over…
Rechtbank Noord-Holland|19 april 2023|ECLI:NL:RBNHO:2023:10744
Vaststaat dat de heer [naam 1] een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001 in eiseres houdt en werkzaamheden voor eiseres heeft verricht. Dit is door eiseres
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigvoor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|16 februari 2022|ECLI:NL:RBZWB:2022:636
worden aangegeven. Vast staat dat [persoon] een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001 in belanghebbende houdt en daarom op de voet van artikel 4, sub d, Wet
- BelastingrechtVennootschapsbelasting. Art. 10a, lid 4, Wet Vpb 1969. Uitleg van het begrip ‘verbonden lichaam’. Is de…
Parket bij de Hoge Raad|8 april 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BP1489
Vennootschapsbelasting. Art. 10a, lid 4, Wet Vpb 1969. Uitleg van het begrip
- Civiel recht overig7 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/019HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man], wonende…
Parket bij de Hoge Raad|7 mei 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO4013
minste 5 % van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is in een besloten vennootschap (zie art. 4.6 Wet IB 2001). Het belastingtarief is thans 25 %. Middelonderdeel 3 heeft betrekking op deze latente inkomstenbelasting
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.