Zoekresultaten

Voor “"6:38 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

434 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overigKort geding
    Restitutiebetaling deposito; koopoptie; art. 6:38 BW; verbintenis wordt nagekomen door een ander dan de debiteur.

    Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten20 september 2024ECLI:NL:OGEAM:2024:101

    Restitutiebetaling deposito; koopoptie; art. 6:38 BW; verbintenis wordt nagekomen door een ander dan de debiteur. GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN Zaaknummer: SXM202400970 Vonnis in kort geding d.d. 20 september … voor de nakoming is bepaald kan nakoming van de verbintenis terstond worden gevorderd (art. 6:38 BW). 4.2. De vraag die partijen verdeeld houdt is of degene met wie de overeenkomst

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Overeenkomst van geldlening, overeenkomst van verbruikleen. Art. 7A:1791 e.v. BW. Opeisbaarheid. Art. 6:38…

    Rechtbank Den Haag24 december 2014ECLI:NL:RBDHA:2014:16567

    Overeenkomst van geldlening, overeenkomst van verbruikleen. Art. 7A:1791 e.v. BW. Opeisbaarheid. Art. 6:38 BW. Geen sprake van verjaring, art. 3:307 BW. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer … geen afspraken hebben gemaakt over het moment van terugbetalen van de geleende bedragen. Artikel 6:38 BW bepaalt dat als geen tijd voor de nakoming is bepaald, de verbintenis terstond kan worden

  • Civiel recht overigKort geding
    Toewijzing conventionele vordering man om vrouw te veroordelen toe te staan dat de man met een deskundige de…

    Rechtbank Overijssel2 september 2014ECLI:NL:RBOVE:2014:4670

    tijdstip waarop de man de polisgelden zou uitbetalen is de vordering tot uitbetaling ingevolge 6:38 BW in beginsel onmiddellijk opeisbaar geworden en is de man in verzuim doordat hij nog niet … uitbetaling van de polisgelden aan de kinderen op grond van het bepaalde van artikel 6:38 BW in beginsel onmiddellijk opeisbaar geworden en is de man in verzuim doordat

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Ovk van geldlening; geen termijn terugbetaling; art 6:38 BW direct opeisbaar; verjaringstermijn art 3:307 lid…

    Rechtbank Rotterdam4 december 2020ECLI:NL:RBROT:2020:11248

    geldlening; geen termijn terugbetaling; art 6:38 BW direct opeisbaar; verjaringstermijn art 3:307 lid 1 en lid 2 BW; verjaringstermijn moment mededeling opeisen; terugbetalingstermijn art 7A:1797 BW, geen rente overeengekomen … nakoming is bepaald, betekent in beginsel dat de verbintenis krachtens het bepaalde in artikel 6:38 BW direct opeisbaar is en de verjaringstermijn meteen begint te lopen zoals bepaald in artikel

  • VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudig
    Uitleg vaststellingsovereenkomst: wel of géén maandelijkse betaaltermijnen afgesproken?; handtekening van…

    Rechtbank Amsterdam9 juli 2025ECLI:NL:RBAMS:2025:4502

    BW) maar een waarvoor géén tijd voor nakoming is bepaald (art. 6:38 BW); beroep op verjaring slaagt (art. 3:307 lid 1 BW); geen (separaat) belang bij vernietiging overeenkomst … bewijslevering (waaronder: het door [eiser] gedane bewijsaanbod). 4.15. Op grond van artikel 6:38 BW geldt in een dergelijk geval, waarin géén tijd voor nakoming is bepaald, dat terstond nakoming kan worden

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Overdracht erfpachtrecht – uitleg overeenkomst – tijdstip van nakoming 6:38 BW – tekortkoming –…

    Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba4 mei 2021ECLI:NL:OGHACMB:2021:204

    Overdracht erfpachtrecht – uitleg overeenkomst – tijdstip van nakoming 6:38 BW – tekortkoming – ontbindingsverklaring – schadevergoeding – onrechtmatig beslag. formele relatie: BON201900623 Burgerlijke zaken over 2021 Vonnis no.: Registratienummers: BON201900623 -BON2020H00040 Uitspraak: 4 mei 2021 GEMEENSCHAPPELIJK … voorzien van een volmacht en de beschikking over het perceel. 2.9 Uit artikel 6:38 BW volgt dat wanneer partijen geen tijdstip voor nakoming zijn overeenkomen en dat tijdstip ook niet

  • Civiel recht overigHoger beroep
    616 Rv en 224 Rv. Beëindiging samenwerkingsovereenkomst Opeisbaarheid 6:38 BW. Boetebeding en matiging 6:94 BW.

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden24 maart 2020ECLI:NL:GHARL:2020:2711

    Beëindiging samenwerkingsovereenkomst Opeisbaarheid 6:38 BW. Boetebeding en matiging 6:94 BW. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.231.314 (zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 295965) arrest … partijen geen tijd voor de nakoming hebben bepaald, heeft op grond van artikel 6:38 BW te gelden dat de verbintenis terstond kan worden nagekomen en dat daarvan terstond nakoming kan worden

  • InsolventierechtBodemzaak
    Curator heeft betaling van failliet aan vennootschap binnen de groep vernietigd. Beroep op onverschuldigde…

    Rechtbank Zeeland-West-Brabant8 april 2026ECLI:NL:RBZWB:2026:2758

    nakoming kon vorderen en de vordering dus direct opeisbaar was. Dit volgt uit artikel 6:38 BW. 5.18. Zoals gezegd rust de stelplicht (en eventuele bewijslast) ten aanzien van het onverplichte karakter … wordt gekeken naar de vraag wat de aard van de rekening-courantrelatie was. Artikel 6:38 BW is een zogenaamde vangnetbepaling voor gevallen waarin partijen niets hebben afgesproken over het tijdstip

  • Civiel recht overig
    Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Verjaring. Procesrecht. Overeenkomst totstandbrenging…

    Parket bij de Hoge Raad16 maart 2018ECLI:NL:PHR:2018:249

    bepaald, artikel 8 van de Overall-overeenkomst een verbintenis in de zin van art. 6:38 BW is. Het gaat dus om een verbintenis die terstond kan worden nagekomen en waarvan nakoming … partijen geen tijdstip voor nakoming zijn overeengekomen, de verbintenis krachtens het bepaalde in art. 6:38 BW terstond kan worden nagekomen en dat terstond nakoming kan worden gevorderd, waarmee de opeisbaarheid onmiddellijk

  • Civiel recht overig
    Schadevergoeding; verjaring. Vaststellingsovereenkomst met voorbehoud voor bepaalde toekomstige schade…

    Parket bij de Hoge Raad7 oktober 2016ECLI:NL:PHR:2016:1006Aangehaald in 7 uitspraken

    Schadevergoeding; verjaring. Vaststellingsovereenkomst met voorbehoud voor bepaalde toekomstige schade. Voorwaardelijke vordering? Aanvullen van rechtsgronden. Verjaring o.g.v. art. art. 3:307 lid 2 BW; aanvangsmoment. Bewijs dat voldaan is aan voorwaarde in voorbehoud, ondanks verloren gaan cruciaal rapport; art. 152…

  • Civiel recht overig
    Verbintenissenrecht. Afgewezen vordering tot levering van aandelen wegens gegrond beroep op bevrijdende…

    Parket bij de Hoge Raad23 mei 2008ECLI:NL:PHR:2008:BC8696

    ervan) aan eiser. Deze verbintenis was dadelijk opeisbaar; het hof verwijst, anticiperend, naar art. 6:38 BW(5). Het hof heeft het tijdstip van opeisbaarheid gepreciseerd op de datum van indiensttreding … heeft miskend dat deze verplichting uit overeenkomst ingevolge art. 6:38 BW in beginsel dadelijk opeisbaar is, tenzij partijen stilzwijgend of uitdrukkelijk anders overeenkomen dan wel blijkens hun feitelijke handelingen blijk geven

  • Insolventierecht
    Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Toestand van te hebben opgehouden te betalen. Summier onderzoek; art…

    Parket bij de Hoge Raad9 augustus 2013ECLI:NL:PHR:2013:773

    curator tot opeising kón overgaan. Fefsa vermoedt dat het hof art. 6:38 BW op het oog heeft gehad, dat bepaalt dat een verbintenis terstond kan worden nagekomen en terstond nakoming … gehonoreerd dat geen tijd voor nakoming is bepaald. Gelet op de formulering van art. 6:38 BW juncto art. 6 lid 3 Fw was het volgens het middel in beginsel

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Verjaring vordering architect ex art. 3:307 lid 1 BW? Verhouding tot art. 3:307 lid 2 BW. Opzegging ex art…

    Gerechtshof Amsterdam10 november 2015ECLI:NL:GHAMS:2015:4641

    betalen, is door partijen geen tijd voor nakoming bepaald, zodat op grond van artikel 6:38 BW terstond nakoming kon worden gevorderd, de vordering van [appellant] op dat moment opeisbaar is geworden … BW valt, maar betekent in beginsel dat de verbintenis krachtens het bepaalde in artikel 6:38 BW terstond kan worden nagekomen en terstond nakoming kan worden gevorderd, waarmee de opeisbaarheid onmiddellijk intreedt

  • Insolventierecht
    Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Toestand van te hebben opgehouden te betalen. Summier onderzoek; art…

    Parket bij de Hoge Raad9 augustus 2013ECLI:NL:PHR:2013:774

    curator tot opeising kón overgaan. Quilaque vermoedt dat het hof art. 6:38 BW op het oog heeft gehad, dat bepaalt dat een verbintenis terstond kan worden nagekomen en dat terstond nakoming … gehonoreerd dat geen tijd voor nakoming is bepaald. Gelet op de formulering van art. 6:38 BW juncto art. 6 lid 3 Fw was het volgens het middel in beginsel

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Verjaring vordering m.b.t een overeenkomst van geldlening waarin geen termijn voor nakoming is bepaald…

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden16 december 2014ECLI:NL:GHARL:2014:9847

    BW. [appellant] voegt daaraan toe dat, indien op grond van artikel 6:38 BW terstond nakoming van de vorderingen uit hoofde van de geldleenovereenkomsten kan worden gevorderd, dat, anders dan de rechtbank … nakoming is overeengekomen. Volgens [geïntimeerden] kan in een dergelijk geval op grond van artikel 6:38 BW terstond nakoming worden verlangd. De betekenis van artikel 6:38 BW wordt in de visie

  • VerbintenissenrechtHoger beroep
    uitleg betalingsverplichting mbt koopovereenkomst, opgenomen in een leveringsakte van verkochte zaak met de…

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch8 november 2022ECLI:NL:GHSHE:2022:3865

    bezien moet worden of sprake is van een verbintenis waarvan op grond van artikel 6:38 BW terstond nakoming kan worden gevorderd of niet. De rechtbank overweegt vervolgens dat [appellant] geen feiten … vorderen onverlet liet. Indien geen tijd voor de nakoming is bepaald, brengt artikel 6:38 BW mee dat een vordering terstond opeisbaar is. De omstandigheid dat omtrent de opeisbaarheid geen uitdrukkelijk beding

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    terugkoopregeling, boete.

    Rechtbank Limburg3 juli 2019ECLI:NL:RBLIM:2019:6269

    stichting hebben gezocht om de terugkoop van de woning te regelen. Krachtens art. 6:38 BW kan, nu geen termijn was afgesproken, terstond nakoming worden gevorderd. De stichting is ondanks aanmaning niet … terstond nagekomen. Voor zover niet krachtens art. 6:38 BW terstond nagekomen had moeten worden, diende de stichting in elk geval binnen een redelijke termijn van drie maanden na te komen

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Uitleg overeenkomst IT-dienstverlening. Geen aansprakelijkheid wegens niet tijdige implementatie software…

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden6 mei 2025ECLI:NL:GHARL:2025:2754

    Uitleg overeenkomst IT-dienstverlening. Geen aansprakelijkheid wegens niet tijdige implementatie software, geen schending informatieplicht, geen schending zorgplicht.

  • Civiel recht overigKort geding
    Kort geding. Vordering tot nakoming van de uit de koopovereenkomst van 1 mei 1999 voortvloeiende verplichting…

    Rechtbank Oost-Brabant14 april 2020ECLI:NL:RBOBR:2020:2250

    koopovereenkomst van 1 mei 1999, waarin geen termijn voor levering is overeengekomen. Artikel 6:38 BW bepaalt dat indien geen tijd voor de nakoming is bepaald, de verbintenis (tot levering) terstond … verbintenis tot levering van de (juridische) eigendom, op grond van het bepaalde in artikel 6:38 BW, terstond opeisbaar. Volgens art. 3:307 lid 1 BW gaat de verjaringstermijn

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Verjaring vordering tot betaling exploitatiebijdrage.

    Gerechtshof Den Haag28 januari 2020ECLI:NL:GHDHA:2020:1752

    Voor de bepaling van het moment van de opeisbaarheid van de vordering geeft artikel 6:38 BW het kader. Op grond van dit artikel kan de verbintenis terstond worden nagekomen … hoeverre partijen hiermee hebben willen afwijken van de hoofdregel van onmiddellijke opeisbaarheid van artikel 6:38 BW. De standpunten hierover lopen uiteen. 5.4. In de visie van [appellant] hebben partijen met artikel

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.