1.149 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil aangaande het grensverloop van twee erven behorend bij woonhuizen. Jaren geleden werd door de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|23 september 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:7337
niet voltooid. Omdat per 1 januari 1992 ook de verjaringstermijn op grond van artikel 3:306 BW is gewijzigd in twintig jaar, gold dat de verjaringstermijn, behoudens stuiting, op 13 oktober
- Civiel recht overigHoger beroepHoger beroep. Burengeschil over erfgrens. Aan het hof is voorgelegd of geïntimeerde geslaagd is aan de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 augustus 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:2555
bezit van de strook grond en muur eigenaar geworden (artt. 3:105 BW en 3:306 BW). De rechtbank heeft [geïntimeerde] opgedragen te bewijzen dat tussen hem en de rechtsvoorgangers van [appellanten
- Civiel recht overigHoger beroepInhoud erfdienstbaarheid. Uitleg vestigingsakte.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|18 juni 2024|ECLI:NL:GHARL:2024:4115
belet. De verjaringstermijn van de vordering tot opheffing is in beginsel twintig jaar (3:306 BW). De vraag die in hoger beroep voorligt, is wat de inhoud van de gevestigde erfdienstbaarheid
- Civiel recht overigHoger beroepErfgrens. Verkrijging deel van perceel door onafgebroken bezit? Wetenschap over erfgrens. Voldoende…
Gerechtshof Amsterdam|28 februari 2023|ECLI:NL:GHAMS:2023:513
beroep toekomt op de verjaring als bedoeld in artikel 3:105 BW juncto artikel 3:306 BW. Daarbij is doorslaggevend of [appellant] de houtwal in bezit heeft genomen en gedurende een termijn
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigAansprakelijkheid voor asbest gebruikt voor erfverharding. Verjaring vordering.
Rechtbank Almelo|5 november 2008|ECLI:NL:RBALM:2008:BG5098
toestand -volgens X- in 1967 en bedraagt de verjaringstermijn op grond van artikel 3:306 BW ter zake 20 jaren. Daarmede is die vordering maar ook de vordering tot schadevergoeding verjaard
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigOverijsselse Overlegrechter. Geschil over de erfgrens en een geplaatste schutting. De kantonrechter oordeelt…
Rechtbank Overijssel|17 mei 2022|ECLI:NL:RBOVE:2022:1505
rechtsvordering verjaart door verloop van 20 jaar na het verlies van het bezit (artikel 3:306 BW in samenhang met 3:314 lid 2 BW). 3.6. Bezit is het houden
- SocialezekerheidsrechtEerste aanleg - meervoudigHet bestreden besluit ziet op de definitieve vaststelling van de hoogte van de op grond van artikel 24…
Rechtbank Haarlem|8 juli 2004|ECLI:NL:RBHAA:2004:AQ5455
geldlening heeft aanvaard. Overigens stelt verweerder dat de verjaringstermijn van twintig jaar uit artikel 3:306 BW van toepassing is en deze termijn, die is aangevangen op 19 juni 1007, nog niet
- GoederenrechtEerste aanleg - enkelvoudigGoederenrecht. Partijen zijn eigenaars van aan elkaar grenzende percelen. Eigendom van een strook grond door…
Rechtbank Midden-Nederland|16 oktober 2024|ECLI:NL:RBMNE:2024:5864
termijn van 10 jaar of via bevrijdende verjaring (artikel 3:105 en 3:306 BW) na een termijn van 20 jaar. Voor beide vormen van verjaring is bezit van de strook grond
- Civiel recht overigHoger beroepBurengeschil. Geen erfdienstbaarheid ontstaan door verjaring, geen buurweg gevestigd. Geen noodweg om met…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|23 mei 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:4351
bezitter is geworden (art. 3:314 lid 2 BW) en bedraagt 20 jaar (art. 3:306 BW). Het hof oordeelt dat ook langs deze weg [appellant] geen erfdienstbaarheid heeft verkregen. Niet blijkt
- GoederenrechtEerste aanleg - enkelvoudigVordering tot een verklaring voor recht dat een recht van overpad (erfdienstbaarheid) is ontstaan door…
Rechtbank Limburg|17 januari 2024|ECLI:NL:RBLIM:2024:2574
verjaring 4.8. Bevrijdende verjaring van een erfdienstbaarheid op grond van artikel 3:105 jo. 3:306 BW ontstaat door een onafgebroken bezit gedurende een termijn van 20 jaren. Van belang
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem|18 maart 2003|ECLI:NL:GHARN:2003:AF7066
bezit een inbreuk betekende op het eigendomsrecht van de vader (art. 3:314 jo. 3:306 BW). Vast staat dat de ouders samen met [appellant] in de woning zijn blijven wonen
- Civiel recht overigHoger beroeperfdienstbaarheid, houderschap
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|7 februari 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:415
beëindiging van dat bezit werd voltooid. De verjaring treedt op grond van artikel 3:306 BW in door verloop van twintig jaren. Zij begint te lopen met de aanvang
- Civiel recht overigHoger beroepGebruik van een perceel van de gemeente als standplaats voor een frietkraam. Geen huurovereenkomst tot stand…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|13 november 2012|ECLI:NL:GHSHE:2012:BY3882
rechtsvordering van de gemeente verjaard is, aangezien de verjaringstermijn op grond van artikel 3:306 BW twintig jaar is en de frietkraam er al sinds 1957 stond. Dit beroep op verjaring faalt
- Civiel recht overigHoger beroepBurengeschil, balkon, bevrijdende verjaring.
Gerechtshof 's-Gravenhage|10 november 2009|ECLI:NL:GHSGR:2009:BK2854
overwogen geldt voor een dergelijke rechtsvordering op grond van de artikelen 3:314 en 3:306 BW een verjaringstermijn van twintig jaar. Gelet op de artikelen 68a en 73 Overgangswet NBW heeft
- Civiel recht overigHoger beroepBurenrecht. Beroep op verkrijgende verjaring slaagt niet omdat er geen sprake is van goede trouw.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|31 oktober 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:9217
beroep van [appellanten] op bevrijdende verjaring (art. 3:105 in samenhang met art. 3:306 BW) slaagt niet. Voor een geslaagd beroep op bevrijdende verjaring is, zoals het hof hiervoor heeft uiteengezet
- Civiel recht overigHoger beroepDe rechtsvordering van kopers van een voortdurend recht van erfpacht tot opheffing van een onrechtmatige…
Gerechtshof Amsterdam|4 maart 2025|ECLI:NL:GHAMS:2025:561
opheffing van een onrechtmatige toestand is. Op deze rechtsvordering is de verjaringstermijn van artikel 3:306 BW van toepassing, hetgeen betekent dat deze rechtsvordering verjaart door verloop van twintig jaar. Ingevolge artikel
- Civiel recht overigBodemzaakOntslag statutair bestuurder. Nietigheid vennootschapsrechtelijke ontslag brengt nietigheid…
Rechtbank Noord-Holland|17 april 2018|ECLI:NL:RBNHO:2018:3264
artikel 2:14 lid 1 BW kan verjaren, kan daarvan op grond van artikel 3:306 BW pas na twintig jaar sprake zijn. 5.17. Het vennootschapsrechtelijk ontslag op 20 november
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigOpstalrecht. Huurovereenkomst.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba|15 juni 2016|ECLI:NL:OGEAA:2016:484
BW) of bij gebreke van goede trouw van twintig jaren (art. 3:105 jo. 3:306 BW). Nu het recht van opstal eveneens een zakelijk recht is, is het gerecht van oordeel
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigEisende partij valt onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit PFZW. Vordering PFZW tot…
Rechtbank Midden-Nederland|30 juni 2021|ECLI:NL:RBMNE:2021:2910
kunnen worden met de vordering op de werkgever, dan geldt ingevolge artikel 3:306 BW een verjaringstermijn van 20 jaar vanaf het moment waarop de vordering tot premieafdracht van rechtswege is ontstaan
- Civiel recht overigHoger beroepBurenrecht, hoge bomen, hinder, verjaring, bewijsopdracht, artikelen 5:21, 5:37, 5:42, 5:44 en 6:162 BW.
Gerechtshof Den Haag|29 december 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:3696
bevoegdheid oplevert. Op grond van het bepaalde in artikel 3:314 BW juncto artikel 3:306 BW verjaart de vordering tot verwijdering van de esdoorn, kort gezegd, twintig jaren nadat deze boom
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.