Zoekresultaten

Voor “"326 Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

914 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • StrafprocesrechtHoger beroep
    Onderzoek Primero. Zaak over cryptovaluta. Verdachte en zijn mededader hebben een grote hoeveelheid geld…

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden17 januari 2025ECLI:NL:GHARL:2025:237

    Onderzoek Primero. Zaak over cryptovaluta. Verdachte en zijn mededader hebben een grote hoeveelheid geld verduisterd door geld van de door hen opgezette cryptovalutahandelsplaats over te maken naar hun eigen wallets. Daarnaast heeft verdachte samen met zijn mededader(s) investeerders op de cryptomarkt opgelicht door…

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan "skimmen”. Verdachte heeft meermalen met zijn…

    Rechtbank Haarlem3 december 2009ECLI:NL:RBHAA:2009:BK7922

    hadden gemaakt aan het misdrijf van artikel 234 Sr en/of de artikelen 232, 311 en/of 326 Sr, dan wel een poging daartoe (artikel 45 Sr), in het spraakgebruik wel “skimmingsactiviteiten” genoemd. [getuige … redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit (artikelen 45, 232, 234, 311 en/of 326 Sr) bestond. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op het moment dat verdachte werd

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    -Gevangenisstraf 12 maanden voorwaardelijk met proeftijd 3 jaren. -Taakstraf 240 uren/120 dagen vervangende…

    Rechtbank Oost-Brabant22 augustus 2025ECLI:NL:RBOBR:2025:5933

    overweegt als volgt. De maximale strafbedreiging voor het subsidiaire delict als bedoeld in artikel 326 Sr. bedroeg vanaf van de pleegdatum (11 juni 2018) een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren. Hierdoor … gehandhaafde en in zaak 01-317594-23 subsidiair ten laste gelegde misdrijf van oplichting (artikel 326 Sr.). De rechtbank zal hieronder eerst ingaan op de vraag of verdachte het oogmerk

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    De rechtbank Midden-Nederland heeft een 21-jarige man uit Utrecht en een 19-jarige man zonder vaste woon- of…

    Rechtbank Midden-Nederland4 oktober 2018ECLI:NL:RBMNE:2018:4816

    valse hoedanigheid op. Evenmin kwalificeert dit als een listige kunstgreep als bedoeld in artikel 326 Sr. In deze en vergelijkbare beslissingen komt tot uitdrukking dat niet in alle gevallen waarin sprake … aannemen van een valse hoedanigheid en dus nog geen oplichting in de zin van artikel 326 Sr oplevert. Voor het aannemen van een valse hoedanigheid in het kader van een strafbare oplichting

  • Strafrecht overig
    Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1598

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

  • Materieel strafrechtEerste aanleg - meervoudig
    Veroordeling voor meerdere oplichtingen, diefstal en bedreiging. Poging tot brandstichting of ontploffing…

    Rechtbank Den Haag6 februari 2025ECLI:NL:RBDHA:2025:1515

    koper nog niet het aannemen van een valse hoedanigheid op in de zin van artikel 326 Sr. Voor het aannemen van een valse hoedanigheid moet sprake zijn van voldoende specifieke gedragingen … stand van zaken kan niet worden gesproken van een valse hoedanigheid zoals bedoeld in artikel 326 Sr. Van een bijkomende gedraging of omstandigheid is immers niet gebleken. Valse naam, listige kunstgrepen

  • Strafrecht overig
    OM-cassatie.1. Verjaring. 2. Motivering vrijspraak. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit…

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1594

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG in zaak 'neparts' over (1) verwerping verzoek horen getuigen in China, (2) oplichting en…

    Parket bij de Hoge Raad12 maart 2019ECLI:NL:PHR:2019:221

    goedgelovig is geweest en onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft genomen en ‘dwaasheid niet wordt beschermd’ door art. 326 Sr, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. Bewezenverklaring en bewijsvoering (feit

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Veroordeling wegens feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van…

    Parket bij de Hoge Raad8 juli 2025ECLI:NL:PHR:2025:774

    Conclusie AG. Veroordeling wegens feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd en het feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd. Aan bank zijn bij financieringsaanvragen onjuiste…

  • Strafrecht overig
    Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1596

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Oplichting van woningbouwvereniging door directeur-bestuurder, tezamen en in vereniging met…

    Parket bij de Hoge Raad15 september 2026ECLI:NL:PHR:2026:943

    Conclusie AG. Oplichting van woningbouwvereniging door directeur-bestuurder, tezamen en in vereniging met anderen. Volgens AG falen de bewijsklachten van het middel, waaronder klacht over oordeel dat verdachte de “valse hoedanigheid” van betrouwbare en integere directeur/bestuurder heeft aangenomen. Conclusie strekt…

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Dagvaarding nietig met betrekking tot witwassen. Vrijspraak deelname criminele organisatie. Veroordeling voor…

    Rechtbank Rotterdam4 november 2019ECLI:NL:RBROT:2019:8706

    worden dat de verkoper zich heeft bediend van een valse naam als bedoeld in artikel 326 Sr en voorts of er een causaal verband is tussen het aanwenden van de valse naam … oordeel dat in de onderhavige zaken sprake is geweest van oplichting, als omschreven in artikel 326 Sr. Medeplegen De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen onmiskenbaar

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    De rechtbank Overijssel veroordeelt een 31-jarige vrouw tot een gevangenisstraf van 4 maanden voor oplichting…

    Rechtbank Overijssel15 april 2022ECLI:NL:RBOVE:2022:1020

    overtuigend kan worden bewezen dat sprake is van oplichting in de zin van artikel 326 Sr, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte in die gevallen jegens de aangevers gebruik heeft gemaakt

  • Strafrecht overig
    Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1599

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

  • Strafrecht overig
    Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1617

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

  • Strafrecht overig
    Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1597

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    120 uur taakstraf voor marktplaatsoplichter uit Hengelo.

    Rechtbank Overijssel22 november 2019ECLI:NL:RBOVE:2019:4361

    120 uur taakstraf voor marktplaatsoplichter uit Hengelo.

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad3 oktober 2000ECLI:NL:HR:2000:AA7307

    gevolgtrekking toe dat de betrokken autoverhuurders door het gebruik van een van de in art. 326 Sr genoemde oplichtingsmiddelen zouden zijn bewogen tot de afgifte van de auto's. Het oordeel

  • Strafrecht overig
    Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.

    Parket bij de Hoge Raad23 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1595

    anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter Sr); medeplegen opzettelijke gebruikmaking van vals…

    Parket bij de Hoge Raad9 september 2025ECLI:NL:PHR:2025:940

    Conclusie AG. Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter Sr); medeplegen opzettelijke gebruikmaking van vals

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.