3.596 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieOntucht met minderjarige zoons, meermalen gepleegd, art. 249.1 Sr. Is sprake van ontucht plegen “met” als…
Hoge Raad|3 december 2019|ECLI:NL:HR:2019:1882
jaren of geldboete van de vierde categorie.” - Art. 250, eerste lid aanhef en onder 1°, Sr: “1.Wordt gestraft: 1° met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie … gedragingen van de verdachte kunnen worden gekwalificeerd onder art. 250, eerste lid aanhef en onder 1°, Sr zonder dat dat wijziging van het in deze zaak toepasselijke strafmaximum ten gevolge heeft, heeft
- Strafrecht overigConclusie AG. Beklag tegen inbeslagneming. De AG wijdt algemene opmerkingen aan de hantering van het…
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2022|ECLI:NL:PHR:2022:889
valt (en of het beslag in dat verband écht nodig is, vgl. art. 34 lid 1 Sr). Bij conservatoir beslag zou de rechter moeten bezien of het reële risico bestaat dat verhaal
- Strafrecht overigCassatieOpzettelijk gebruik maken van vals Italiaans rijbewijs, door hof gekwalificeerd als opzettelijk gebruik maken…
Hoge Raad|2 november 2021|ECLI:NL:HR:2021:1627Aangehaald in 9 uitspraken
maart 2014, Stb. 2014, 125, waarbij in artikel 231 lid 1 Sr onder meer de bewoordingen “een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht” zijn opgenomen, houdt … anderzijds nieterkende identiteitsbewijzen, zoals bibliotheekkaarten en universiteitspassen - is met de in artikel 231 lid 1 Sr gebruikte bewoordingen “als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht” beoogd om niet
- Strafrecht overigDadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht, art. 14e.1 Sr. HR herhaalt…
Parket bij de Hoge Raad|8 maart 2016|ECLI:NL:PHR:2016:361
veroordeling door de rechtbank opnieuw contact heeft gezocht met de aangeefster.” 5. Art. 14e lid 1 Sr luidt: "De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van het openbaar ministerie … onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen." 6. De in art. 14e lid 1 Sr voorziene uitzondering op de regel dat een rechterlijke uitspraak pas tenuitvoergelegd mag worden nadat
- Strafrecht overigHoger beroepDe verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel van [benadeelde partij 6]. Voorts heeft de…
Gerechtshof Den Haag|13 november 2014|ECLI:NL:GHDHA:2014:3840
partij 7] (telkens) met één of meerdere van de onder 1° van artikel 273f lid 1 Sr genoemde middelen, te weten dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door … partij 7] (telkens) met één of meerdere van de onder 1° van artikel 273f lid 1 Sr genoemde middelen, te weten dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door
- Strafrecht overigConclusie A-G. Prejudiciële vragen over de verhouding tussen de strafbaarstelling van mensensmokkel uit…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1379
Conclusie A-G. Prejudiciële vragen over de verhouding tussen de strafbaarstelling van mensensmokkel uit winstbejag (art. 197a lid 2 Sr) en de tewerkstelling van illegale vreemdelingen (art. 197b Sr). Art. 55 lid 2 Sr, lex specialis derogat lex generalis. 1. Art. 197b Sr is een in art. 55 lid 2 Sr bedoelde bijzondere…
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie en cassatie verdachte. Vrijspraak mensenhandel door destijds 5-jarige kleindochter en 13-jarige…
Hoge Raad|21 april 2020|ECLI:NL:HR:2020:672Aangehaald in 13 uitspraken
aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.” 4.3 Het in artikel 273f lid 1 Sr voorkomende bestanddeel (oogmerk van) uitbuiting is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de opsomming … aanhef en onder 4°, Sr in verbinding met artikel 273f lid 1, aanhef en onder 1°, Sr bedoelde middelen en het hof de strafbare aard van de verrichte activiteiten en de minderjarige
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 september 1995|ECLI:NL:PHR:1995:15
Nr. 101.269 Zitting 18 september 1995 Mr Van Dorst Conclusie inzake: [verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Aan verzoeker is door het gerechtshof te Amsterdam bij arrest van 10 januari 1995 (NJ 1995, 254) een gevangenisstraf van vijf jaar opgelegd wegens — kort gezegd — als bestuurder deelnemen aan een criminele…
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen gekwalificeerde doodslag bij woningoverval in Gees. 1. TBS met dwangverpleging opgelegd in h.b…
Hoge Raad|16 februari 2021|ECLI:NL:HR:2021:217Aangehaald in 8 uitspraken
misdrijven zoals specifiek in de wet (artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1, Sr) zijn vermeld. In de derde plaats dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid … zaak sprake van een misdrijf zoals bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1, Sr. Daarnaast is sprake van zodanig recidivegevaar, in die zin dat de veiligheid van anderen
- Strafrecht overigConclusie AG. Beleggingsfraude. Middelen bevatten bewijsklachten gericht tegen bewezenverklaring oplichting…
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2020|ECLI:NL:PHR:2020:804
Conclusie AG. Beleggingsfraude. Middelen bevatten bewijsklachten gericht tegen bewezenverklaring oplichting (art. 326 Sr) en bedrieglijke bankbreuk (art. 341 Sr). Middel 5 keert zich met deelklachten tegen oplegging bijkomende straf van ontzetting van het recht tot uitoefening van beroep van bestuurder of feitelijk…
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4434
verwittigen van de politie en het slachtoffer. Deze rechtsplicht volgt namelijk uit art. 136 lid 1 Sr. Deze specifieke rechtsplicht brengt met zich mee dat door het niet waarschuwen van de politie … bewezenverklaring - het door mij gecursiveerde gedeelte - elementen voorkomen van art. 136 lid 1 Sr, het Hof op grond van art. 55 lid 2 Sr had moeten komen tot kwalificatie van het bewezenverklaarde
- Strafrecht overigCassatieSchuldwitwassen van geldbedragen (€ 9.958), art. 420quater.1.b Sr. Bewijsklacht ‘verwerven’ en ‘voorhanden…
Hoge Raad|10 juni 2025|ECLI:NL:HR:2025:871Aangehaald in 9 uitspraken
pleger – ‘voorhanden hebben’ van een voorwerp in de zin van artikel 420quater lid 1 Sr is vereist dat de verdachte het voorwerp opzettelijk aanwezig heeft (vgl. HR 30 januari 2024, ECLI … volgt dat het bij het – als pleger – ‘verwerven’ in de zin van artikel 420quater lid 1 Sr gaat om het verrichten van een handeling die tot gevolg heeft dat de feitelijke zeggenschap
- Strafrecht overigMedeplegen schending ambtsgeheim, meermalen gepleegd (art. 272.1 Sr), (gewoonte)witwassen (art. 420bis.1.a en…
Parket bij de Hoge Raad|31 augustus 2021|ECLI:NL:PHR:2021:1103
kort gezegd – tenlastegelegd het (mede)plegen van het schenden van het ambtsgeheim (artikel 272 lid 1 Sr) en onder 1 subsidiair het medeplichtig zijn daaraan. De advocaat-generaal is van oordeel … gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het hof overweegt het volgende. Artikel 272 lid 1 Sr luidt als volgt: Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 september 1999|ECLI:NL:PHR:1999:ZD1522
zijn vervolging terzake van het onder 2 tenlastegelegde (klacht)misdrijf van art. 245 lid 1 Sr. 4. Blijkens het bestreden arrest heeft het hof bedoeld verweer als volgt weergegeven en verworpen … ingediend, ligt dus tevens besloten dat zich niet het geval voordoet van art. 65 lid 1 Sr dat de klachtgerechtigde om de daar vermelde redenen niet in staat is te beoordelen
- Strafrecht overigCassatieOpenlijke geweldpleging door ’s nachts in uitgaansgebied in Terneuzen tegen 2 politieagenten te schreeuwen en…
Hoge Raad|10 november 2020|ECLI:NL:HR:2020:1757Aangehaald in 5 uitspraken
Wetboek van Strafrecht.” 2.3 De tenlastelegging is toegesneden op artikel 141 lid 1 Sr. Daarom moet worden aangenomen dat het in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende woord ‘geweld’ is gebruikt … sprake is van openlijk “geweld” tegen personen in de zin van artikel 141 lid 1 Sr, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. 2.5 Het middel faalt. 3 Beslissing
- Strafrecht overigCassatieDakloze verdachte trapt en slaat zijn eveneens dakloze vriendin gedurende een periode van 6 maanden…
Hoge Raad|30 januari 2018|ECLI:NL:HR:2018:113Aangehaald in 8 uitspraken
zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 304, aanhef en onder 1°, Sr. 3.3.1. Art. 304 Sr luidt, voor zover hier van belang: "De in de artikelen … mishandeling telkens heeft begaan tegen "zijn levensgezel" als bedoeld in art. 304, aanhef en onder 1°, Sr, aangezien [slachtoffer] en de verdachte een nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid onderhielden
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank is van oordeel dat, voor zover aangevers in onderhavige zaak al door het oplichtingsmiddel zijn…
Rechtbank Den Haag|25 maart 2021|ECLI:NL:RBDHA:2021:2843
maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326 lid 1 Sr bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte … slachtoffer een rol kunnen spelen. Oplichting in de zin van artikel 326 lid 1 Sr is echter niet aan de orde wanneer het slachtoffer - gelet op de alle omstandigheden van het geval
- Strafrecht overigHR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AF7985 (NJ 2004, 165) tav voorwaarden mbt aanvullende…
Parket bij de Hoge Raad|11 september 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA6340
veertienjarige [slachtoffer 2]s was - die aldus in de zin van art. 249 lid 1 Sr aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid was toevertrouwd - en niet is bewezenverklaard dat de verdachte [slachtoffer … overeenkomstig het onder 3 subsidiair tenlastegelegde - te herkwalificeren als het misdrijf van art. 249 lid 1 Sr. 21. Het derde middel bevat de klacht dat het Hof bij de oplegging
- Strafrecht overigVeroordeling o.g.v. art. 78.1 APV ’s-Gravenhage 1982: zonder daartoe bevoegd te zijn op de drempel van een…
Parket bij de Hoge Raad|28 maart 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV1613
Haag 1982) onverbindend is wegens strijd met het legaliteitsbeginsel, zoals neergelegd in art. 1 lid 1 Sr, art. 16 Grondwet en art. 7 lid 1 EVRM, nu de daarin vervatte verbodsbepaling … gedaan luidt, voor zover van belang, als volgt: Art. 16 Grondwet en art. 1 lid 1 Sr: "Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling
- Strafrecht overigTul. Mede gelet op art. 14c.1 Sr en de ratio van de algemene voorwaarde moet worden aangenomen dat de tul van…
Parket bij de Hoge Raad|3 november 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BJ7258
vraag aan de orde of "voor het einde van de proeftijd" in art. 14c lid 1 Sr zo moet worden uitgelegd dat tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens een begaan strafbaar … voorwaarde, maar apart genoemd. Deze regeling veranderde door de genoemde wetswijziging. Art. 14c lid 1 Sr bepaalt thans dat toepassing van art. 14a "geschiedt onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.