1.498 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Internationaal strafrechtBeschikkingUitlevering: verlenging gevangenhouding minder dan dertig dagen na het in kracht van gewijsde gaan van de…
Rechtbank Amsterdam|18 januari 2022|ECLI:NL:RBAMS:2022:208
bevolen terzake van verdenking van de misdrijven (naar Nederlands recht) uit artikel 140 lid 3 Sr en artikel 11b OW. Daarop is naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar
- Strafrecht overigHoger beroepOntnemingsmaatregel, gebaseerd op art. 36e, derde lid Sr
Gerechtshof Amsterdam|4 maart 2025|ECLI:NL:GHAMS:2025:599
wederrechtelijk verkregen voordeel komt de eenvoudige kasopstelling in aanmerking bij toepassing van artikel 36e lid 3 Sr, in welk geval de rechter niet gehouden is te concretiseren wat die “andere strafbare feiten
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 april 2026|ECLI:NL:PHR:2026:431
delict van art. 328ter Sr op grond van art. 70 lid 1 onder 3 Sr – buiten het geval van de stuiting ervan – verjaart na 12 jaren en dat de absolute verjaringstermijn
- Strafrecht overigHoger beroepArt. 68 Sr; art. 96 lid 2 Sr; art. 140a Sr; EVOS. Veroordeling wegens deelname in Syrië aan een organisatie…
Gerechtshof Den Haag|26 januari 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:102Aangehaald in 11 uitspraken
Art. 68 Sr; art. 96 lid 2 Sr; art. 140a Sr; EVOS
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOM niet-ontvankelijk t.a.v. verlenging proeftijd VI inzake vonnis vóór 1 januari 2018, omdat zulks wezenlijke…
Rechtbank Gelderland|30 oktober 2020|ECLI:NL:RBGEL:2020:5803
werking getreden op 1 januari 2018), heeft de rechter in artikel 15c lid 3 Sr de mogelijkheid gekregen om op vordering van het openbaar ministerie de proeftijd met ten hoogste twee jaren
- Strafrecht overigHoger beroepOntucht plegen met iemand die als patiënt aan zijn zorg is toevertrouwd. Artikel 249, tweede lid onder 3…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|3 februari 2016|ECLI:NL:GHARL:2016:631
NJ1997, 485) geldt als uitgangspunt dat de strafbaarstelling in art. 249, tweede lid onder 3°, Sr, gelet op de strekking daarvan, geldt voor alle gevallen waarin tussen de betrokkenen een relatie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2507
invoeging in het eerste lid van het derde onderdeel. Volgens art.71 lid 1 onder 3 Sr vangt de verjaringstermijn bij de misdrijven omschreven in de artikelen 240b
- Strafrecht overigHoger beroepVerdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken en…
Gerechtshof Den Haag|8 november 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:2342
waarbij het hof in ogenschouw heeft genomen dat artikel 36e lid 3 Sr, zoals van toepassing, pas op 1 juli 2011 in werking is getreden. Gelet op het voorgaande wordt het wederrechtelijk
- Strafrecht overigConclusie AG. Beklag beslag. Oproeping van klager en raadsman voor de raadkamerbehandeling van klaagschrift…
Parket bij de Hoge Raad|24 april 2018|ECLI:NL:PHR:2018:376
bijwoning van de behandeling van een door hem op de voet van art. 22g lid 3 Sr ingediend bezwaarschrift dient te worden betekend, dan wel dat met toezending van de oproeping over
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVrijspraak van schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats. Voor bewezenverklaring van schennis…
Rechtbank 's-Gravenhage|23 juni 2011|ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9470
woning in een niet openbare plaats was als bedoeld in art 239, aanhef en onder 3 Sr: uit de stukken blijkt dat verdachtes woning niet zonder meer zichtbaar is vanaf [kanaal
- Strafrecht overigHoger beroepProfijtontneming. Voordeel uit witwassen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 mei 2018|ECLI:NL:GHSHE:2018:2186
komt er kort gezegd op neer dat ontneming op grond van artikel 36 e lid 3 Sr niet mogelijk is. Voor wat betreft de periode voor 1 juli 2011 niet omdat
- Strafrecht overigHR: 81.1 RO (met verbetering van de kwalificatie).
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ6508
weer in vrijheid is gesteld.(2) Op grond van art. 27 lid 3 Sr staat het de rechter bij de oplegging van een geldboete geheel vrij al dan niet aftrek overeenkomstig
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft een 65-jarige (regio-)taxichauffeur vrijgesproken van…
Rechtbank Gelderland|12 december 2014|ECLI:NL:RBGEL:2014:7695
zorg was toevertrouwd. Gelet op de strafbaarstelling in art. 249, tweede lid aanhef en onder 3 Sr., heeft het verbod betrekking op ontucht in de relatie hulpverlener-patiënt/cliënt. Beoogd wordt
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Rechtbank Overijssel|4 juni 2026|ECLI:NL:RBOVE:2026:3120
rechtspersoon dan wel van één van de rechtsvormen genoemd in artikel 51 lid 3 Sr. De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding niet luidt ten name van een natuurlijk persoon en evenmin
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Rechtbank Overijssel|4 juni 2026|ECLI:NL:RBOVE:2026:3117
rechtspersoon dan wel van één van de rechtsvormen genoemd in artikel 51 lid 3 Sr. De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding niet luidt ten name van een natuurlijk persoon en evenmin
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE3569
nadere bewijsoverweging in de Aanvulling van het verkort arrest). Art. 36e lid 2 en lid 3 Sr voorzien ook in het ontnemen van voordeel dat is voortgekomen uit 'soortgelijke feiten' of 'andere
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe OvJ heeft een naar de voorschriften van het (economisch) strafproces strafrechtelijk niet relevante…
Rechtbank Amsterdam|3 november 2008|ECLI:NL:RBAMS:2008:9364
rechtspersoon dan wel van een van de rechtsvormen die ingevolge art 51 lid 3 Sr daarmee kunnen worden gelijkgesteld. 2.5.2 Hoe het hiervoor in 2.3 weergegeven standpunt van de officier van justitie
- Strafrecht overigHoger beroepBetrokkene heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de rechtbank die feitelijk twee beslissingen…
Gerechtshof Arnhem|11 oktober 2010|ECLI:NL:GHARN:2010:BO1945
termijn van de omzetting in acht maanden jeugddetentie niet duidelijk is onderbouwd. Artikel 77wc, lid 3 Sr bepaalt immers “wanneer een gedeelte van de gedragsbeïnvloedende maatregel ten uitvoer is gelegd, vermindert
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 november 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3795
subsidiair twee dagen hechtenis. 12.2. Ingevolge art. 36f lid 6 Sr j° art. 24c lid 3 Sr is terzake van elk van beide maatregelen één dag vervangende hechtenis teveel opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - enkelvoudigOndanks niet tijdige indiening van bezwaarschrift is het bezwaarschrift toch ontvankelijk omdat de vordering…
Rechtbank Overijssel|19 februari 2020|ECLI:NL:RBOVE:2020:732
toch ontvankelijk in het bezwaarschrift ondanks het feit dat de termijn van art. 22g lid 3 Sr (oud) is overschreden. 4 De beoordeling Op grond van de stukken en de behandeling
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.