137 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepVerbintenissenrecht, grondslag vordering. Opdracht tot aankoop van effecten, aankoop leidt tot debetstand…
Gerechtshof Den Haag|28 mei 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:1177
Grief 10 klaagt dat de rechtbank heeft geoordeeld dat de vordering ingevolge art. 6:38 BW direct opeisbaar is en dat BCU in verzuim is. Volgens BCU is voor toewijzing
- Civiel recht overigHoger beroepLoon architect. Verweer dat geen loon verschuldigd is omdat het bij verkennende gesprekken is gebleven, gaat…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|15 augustus 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:6903
stelling. 3.12 Daartoe overwoog de kantonrechter dat volgens de hoofdregel van artikel 6:38 BW een verbintenis onmiddellijk opeisbaar is. Het loon over een fase is dan opeisbaar zodra de fase
- Civiel recht overigHoger beroepVerdeling nalatenschap. Verrekening. Onverschuldigde betaling.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|10 maart 2015|ECLI:NL:GHARL:2015:1700
afdoen, nu de verrekeningsverklaring ook onder een opschortende voorwaarde of tijdsbepaling kan geschieden (artikel 6:38 BW). De bevoegdheid en mogelijkheid tot verrekening zijn ontstaan op het moment van de verdeling
- Civiel recht overigHoger beroepWerknemer vordert na 19 jaar nakoming van toezegging dat hij recht heeft op een gedeelte van de aandelen van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 juli 2006|ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ3470
verplichting betreft voortvloeiend uit overeenkomst is deze in beginsel dadelijk opeisbaar ingevolge artikel 6:38 BW. De vraag die in deze zaak partijen (op dit punt) verdeeld houdt betreft de gevolgen
- Civiel recht overigHoger beroepIs er sprake van een geldlening? Is de vordering verjaard? Aanvang verjaringstermijn: voldoende aanwijzingen…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|24 september 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:7735
gebreke van een overeenkomst van geldlening waarin daarover afspraken zijn gemaakt, krachtens artikel 6:38 BW direct opeisbaar. Artikel 3:307 lid 1 BW brengt dan mee dat de vordering inmiddels
- Civiel recht overigHoger beroepBeëindiging dienstverband tussen bedrijf en werkneemster met wederzijds goedvinden onder toekenning van een…
Gerechtshof Amsterdam|15 augustus 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:2956
niet baten omdat dit betekent dat de verbintenis tot terugbetaling terstond opeisbaar is (art. 6:38 BW), oftewel juist op ieder moment kan worden opgeëist, en dus ook, zoals hier het geval
- Personen- en familierechtHoger beroepDe man moet de vaststellingsovereenkomst met betrekking tot de betaling van de alimentatieachterstand nakomen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|17 september 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:7455
vaststellingsovereenkomst van 2015 kwijtgescholden alimentatieachterstand (opnieuw) opeisbaar geworden en kon op basis van artikel 6:38 BW direct nakoming worden verzocht. Verzuim was daarvoor niet vereist. Dat de man op een gegeven
- Civiel recht overigHoger beroepHof honoreert beroep op gezag van gewijsde.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|4 december 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:10519
deze is verjaard. Volgens de rechtbank is de vordering in beginsel terstond opeisbaar (artikel 6:38 BW), zodat zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, niet valt in te zien
- Civiel recht overigHoger beroepPensioenrecht. Tussenarrest. Werkgever valt onder de werkingssfeer van de verplichtstelling tot deelneming in…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 juni 2022|ECLI:NL:GHSHE:2022:1849
Pensioenrecht. Tussenarrest. Werkgever valt onder de werkingssfeer van de verplichtstelling tot deelneming in Bpf HiBiN en is verplicht om de in het uitvoeringsreglement opgenomen verplichting tot betaling van pensioenpremie na te leven. De vraag is of de premievordering van Bpf HiBiN is verjaard. Het hof heeft het…
- Personen- en familierechtHoger beroepVerschuldigdheid van een 'ere'compensatie uit hoofde van het tussen partijen gesloten Mut'a huwelijk.
Gerechtshof Den Haag|4 juni 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:5254
valt. Enige termijn voor de betaling is niet overeengekomen. Het hof overweegt dat artikel 6: 38 BW bepaalt dat, indien geen tijd voor de nakoming is bepaald, terstond nakoming kan worden gevorderd
- Civiel recht overigHoger beroepVader heeft geld geleend aan zoon. Beroep op verjaring verworpen. Vonnissen bekrachtigd. Artikel 7A:1798 BW…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 november 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:4884
overeenkomst waarbij (a) geen tijd voor de nakoming is bepaald (artikel 6:38 BW) dan wel (b) na opeising moest worden terugbetaald dan wel (c) subsidiair zo spoedig mogelijk zou worden terugbetaald
- Civiel recht overigHoger beroepUitleg vaststellingsovereenkomst. Omvang betalingsverplichting.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|24 december 2024|ECLI:NL:GHARL:2024:7954
moment zou moeten plaatsvinden. Dit betekent dat, in aansluiting op de hoofdregel van artikel 6:38 BW, de vordering tot verdeling van elk van beide deelbetalingen terstond opeisbaar is. [appellante] moest
- Civiel recht overigHoger beroepKoop van een auto. Verkoper ontbindt de overeenkomst, omdat betaling van de koopprijs uitblijft. Verzuim op…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|14 juni 2016|ECLI:NL:GHARL:2016:4704
koopprijs zijn overeengekomen. De koopprijs was derhalve in beginsel direct opeisbaar (artikel 6:38 BW). Uit de hiervoor onder 3.1.2 weergegeven mailwisseling volgt dat [appellant] van deze betalingsverplichting op de hoogte
- Personen- en familierechtHoger beroepVerrekening vermogen op grond van partnerschapsvoorwaarden. Uitleg partnerschapsbepaling van wat tot de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|30 juli 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:4983
worden bepaald, namelijk het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding. Gezien artikel 6:38 BW is deze vordering opeisbaar geworden op het moment van haar ontstaan. Daaraan doet niet
- VerbintenissenrechtHoger beroeponderaanneming, facturen, opeisbaarheid, verrekening, schade
Gerechtshof Den Haag|4 juli 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:1797
verbintenis tot betaling van een geldsom is bepaald, deze terstond opeisbaar is (art. 6:38 BW). Als de vordering Van [geïntimeerde] opeisbaar is, kan er niettemin reden zijn om (nog) niet
- Civiel recht overigHoger beroepProcespartijen in hoger beroep. Verjaring. Geldlening. Het (incidenteel) hoger beroep kan zich niet richten…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|22 maart 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:2243
daarvan. Nu een datum van opeisbaarheid niet is bepaald geldt de hoofdregel van artikel 6:38 BW: onmiddellijke opeisbaarheid. Vorderingen tot betaling van rente voorafgaand aan 16 april 2013 (vijf jaren vóór
- Civiel recht overigHoger beroepAfwikkeling huwelijkse voorwaarden – verjaring – naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba|11 mei 2021|ECLI:NL:OGHACMB:2021:111
omvang van het te verrekenen vermogen. Die vordering is op grond van art. 6:38 BW direct opeisbaar vanaf het moment van haar ontstaan, ook al is op dat moment de omvang
- Civiel recht overigHoger beroepPensioenrecht. Vordering tot nakoming pensioentoezegging, resp. schadevergoeding tegen ex-werkgever is…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|23 maart 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:2849
nakoming baseert, is geen tijdstip voor nakoming bepaald. Dat betekent dat ingevolge artikel 6:38 BW de verbintenis terstond opeisbaar was. Op grond van artikel 3:310 lid 1 BW verjaart
- Civiel recht overigHoger beroepIngebrekestelling, opschorting & schuldeisers verzuim
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|15 november 2011|ECLI:NL:GHSHE:2011:BU5479
Ingebrekestelling, opschorting & schuldeisers verzuim
- Civiel recht overigHoger beroepOnverschuldigde betaling, garantietermijn, retentierecht, immateriële schadevergoeding.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|7 maart 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:1937
betalen. Voor zover de vordering van [geïntimeerde] op dat moment al niet ex artikel 6:38 BW terstond na het verrichten van de werkzaamheden opeisbaar zou zijn geworden, staat vast dat door
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.