131 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 april 2026|ECLI:NL:PHR:2026:433
betekent dat het recht tot strafvervolging op grond van art. 70 lid 1 onder 3 Sr – buiten het geval van de stuiting ervan – verjaart na 12 jaren en dat de absolute verjaringstermijn
- Strafrecht overigCassatieKilometerblokker. Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f.2 Sv tot onttrekking aan het verkeer van 3…
Hoge Raad|22 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1433
grond van artikel 36b lid 1, aanhef en onder 1 tot en met 3, Sr heeft de rechter de bevoegdheid om in de strafzaak de maatregel van onttrekking aan het verkeer
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie en cassatie klager, die als tussenpersoon werkzaamheden verricht voor de aan scheepsbouwer…
Hoge Raad|8 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1427
voldoende grond voor een ontneming van de commissies als wederrechtelijk verkregen voordeel. Artikel 36e lid 3 Sr vereist niet dat de daar bedoelde strafbare feiten door dezelfde (rechts-)persoon zijn gepleegd
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 april 2026|ECLI:NL:PHR:2026:431
delict van art. 328ter Sr op grond van art. 70 lid 1 onder 3 Sr – buiten het geval van de stuiting ervan – verjaart na 12 jaren en dat de absolute verjaringstermijn
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Rechtbank Overijssel|4 juni 2026|ECLI:NL:RBOVE:2026:3120
rechtspersoon dan wel van één van de rechtsvormen genoemd in artikel 51 lid 3 Sr. De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding niet luidt ten name van een natuurlijk persoon en evenmin
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Rechtbank Overijssel|4 juni 2026|ECLI:NL:RBOVE:2026:3117
rechtspersoon dan wel van één van de rechtsvormen genoemd in artikel 51 lid 3 Sr. De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding niet luidt ten name van een natuurlijk persoon en evenmin
- Strafrecht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|5 februari 2026|ECLI:NL:GHSHE:2026:270
vijfde categorie zal het hof op de voet van artikel 36 e lid 3 Sr en op basis van voormelde bewijsmiddelen het wederrechtelijk verkregen voordeel op de navolgende wijze schatten. Schatting
- Europees strafrechtTussenuitspraakEAB Polen; verweer m.b.t. de terugkeergarantie verworpen; tussenuitspraak om partijen in de gelegenheid te…
Rechtbank Amsterdam|21 januari 2026|ECLI:NL:RBAMS:2026:462
justitie is de rechtbank van oordeel dat op grond van artikel 70, eerste lid onder 3, Sr het recht tot strafvordering voor dit feit na twaalf jaren vervalt. Uitgaande van de datum
- Strafrecht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|27 mei 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:6257
gebleken dat jegens de betrokkene een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld, dient artikel 36e lid 3 Sr in zijn huidige vorm buiten toepassing te blijven.” Het hof heeft in de strafzaak bewezen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming wederrechtelijk verkregen voordeel (artikel 36e Sr). Hoofdelijk. Betalingsverplichting lager dan…
Rechtbank Oost-Brabant|25 maart 2026|ECLI:NL:RBOBR:2026:1905
justitie jegens de veroordeelde ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op artikel 36e lid 3 Sr. De rechtbank acht op basis van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting aannemelijk
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank oordeelt dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen in de periode 4 maart 2022…
Rechtbank Midden-Nederland|21 januari 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:135
wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen”. Volgens artikel 36e, lid 3 Sr. kan in dat geval aan veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigHoofdelijke veroordeling ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van € 61.927,61.
Rechtbank Oost-Brabant|15 juli 2026|ECLI:NL:RBOBR:2026:5406
waarvan hij is veroordeeld of uit andere strafbare feiten als bedoeld in artikel 36e, lid 3 Sr. De berekening. Bij de vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigHoofdelijke veroordeling ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van € 61.927,61.
Rechtbank Oost-Brabant|15 juli 2026|ECLI:NL:RBOBR:2026:5400
waarvan hij is veroordeeld of uit andere strafbare feiten als bedoeld in artikel 36e, lid 3 Sr. De berekening. Bij de vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe veroordeelde heeft wederrechtelijk voordeel verkregen. Eenvoudige kasopstelling. De rechtbank stelt het…
Rechtbank Overijssel|7 juli 2026|ECLI:NL:RBOVE:2026:5783
begaan. Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan verder plaatsvinden op grond van artikel 36e lid 3 Sr, als – kort gezegd – aannemelijk is dat het misdrijf waarvoor is veroordeeld of andere strafbare feiten
- Strafrecht overigConclusie AG. Diefstal, wederspannigheid, vernieling en Opiumwetdelicten. 1. Volstaan met opgave van…
Parket bij de Hoge Raad|26 mei 2026|ECLI:NL:PHR:2026:527
Sr in art. 36f lid 8 Sr van overeenkomstige toepassing verklaard. Art. 24c lid 3 Sr luidt reeds sedert de invoering van de euro als chartaal geld (1 januari 2002) als volgt
- Strafrecht overigOp tegenspraakOnderzoek Portunus. Ontnemingsvonnis. Vordering toegewezen tot een bedrag van € 202.389,-.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|3 april 2026|ECLI:NL:RBZWB:2026:2457
artikel 36e lid 3 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Artikel 36e lid 3 Sr kan worden toegepast indien betrokkene in de hoofdzaak is veroordeeld wegens een misdrijf dat naar
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVerzoek op grond van artikel 6:6:26 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Bij vonnis is aan de verzoeker…
Rechtbank Noord-Holland|3 februari 2026|ECLI:NL:RBNHO:2026:946
gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren. Gelet op artikel 70, eerste lid, onder 3 Sr verjaart de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel opgelegd wegens overtreding van artikel 311, eerste lid, onder
- Strafrecht overigConclusie AG. Veroordeling wegens medeplichtigheid aan het medeplegen van pogen een ander te bewegen om een…
Parket bij de Hoge Raad|7 juli 2026|ECLI:NL:PHR:2026:693
maximale gevangenisstraf van twintig jaren (art. 46a jo. 289 jo. 45 lid 2 en 3 Sr) zou dan een derde hoger kunnen uitvallen dan met de huidige kwalificatie van het hof. Omdat
- Strafrecht overigHoger beroepGerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam|27 augustus 2026|ECLI:NL:GHAMS:2026:2677
aanvulling daarop. Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan plaatsvinden op grond van artikel 36e lid 3 Sr als – kort gezegd – aannemelijk is dat het misdrijf waarvoor veroordeelde is veroordeeld of andere strafbare
- StrafprocesrechtHoger beroepUitkeringsfraude, art. 227b Sr. Veroordeling voor het in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|4 juni 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:3642
Hierbij hebben wij gebruik gemaakt van de berekeningsmethode Eenvoudige Kasopstelling (EKO) ex artikel 36e lid 3 Sr. De onderzoeksperiode van deze Eenvoudige Kasopstelling betreft 1 mei 2014 tot en met 22 november
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.