220 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtHoger beroepUithuisplaatsing; "schuldvraag" niet relevant. Geen strijd met artikel 8 EVRM.
Gerechtshof 's-Gravenhage|3 februari 2010|ECLI:NL:GHSGR:2010:BL8583
noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Artikel 1:261 BW biedt daarvoor het toetsingskader in samenhang met de huidige feiten en omstandigheden. De moeder heeft
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing ouderlijk gezag, art 1:266 en 268 BW
Gerechtshof Amsterdam|8 juli 2008|ECLI:NL:GHAMS:2008:BE8995
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel – door
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|3 december 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:5023
oordeel dat voldaan is aan de wettelijke vereisten van artikel 1:261 BW. Ter aanvulling overweegt het hof dat ten tijde van de aanvraag en verlening van de onderhavige machtiging in alle
- Personen- en familierechtHoger beroepGedwongen ontheffing van het gezag.
Gerechtshof Amsterdam|22 januari 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:74
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing ouderlijk gezag.
Gerechtshof Amsterdam|18 februari 2014|ECLI:NL:GHAMS:2014:6060
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepWSJ ontvankelijk in haar inleidend verzoek tot verlenging machtiging uithuisplaatsing nu de Stichting haar…
Gerechtshof Leeuwarden|23 december 2010|ECLI:NL:GHLEE:2010:BP0676
verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind]. Weliswaar heeft op grond van artikel 1:261 BW een beperkt aantal instanties, waaronder een stichting als bedoeld in artikel 1 onder
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van het gezag.
Gerechtshof Amsterdam|24 mei 2011|ECLI:NL:GHAMS:2011:BS8876
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel door
- Personen- en familierechtHoger beroepAnders dan de rechtbank wijst het hof het verzoek van de raad tot ontheffing van het gezag over de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 januari 2013|ECLI:NL:GHSHE:2013:BY8146
tenminste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van het gezag. Geen perspectief op thuisplaatsing. De kinderen dienen duidelijkheid en zekerheid…
Gerechtshof Amsterdam|6 augustus 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:2511
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van het gezag.
Gerechtshof Amsterdam|5 juli 2011|ECLI:NL:GHAMS:2011:BS8894
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel door
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|20 november 2014|ECLI:NL:GHSHE:2014:4922
oordeel dat voldaan is aan de wettelijke vereisten van artikel 1:261 BW. Al hetgeen de vader in hoger beroep naar voren heeft gebracht, kan niet tot een ander oordeel leiden
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van het gezag.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|14 mei 2013|ECLI:NL:GHARL:2013:CA1620
tenminste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door ongeschiktheid
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|27 november 2014|ECLI:NL:GHSHE:2014:5003
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel – door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van het gezag over een minderjarige; nu perspectief van de minderjarige bij het pleeggezin ligt en…
Gerechtshof 's-Gravenhage|7 juli 2010|ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1835
belang, leidt deze regel uitzondering indien na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat dat deze maatregel – door
- Personen- en familierechtHoger beroepRaad voor de Kinderbescherming komt in hoger beroep van een beschikking van de rechtbank waarbij een verzoek…
Gerechtshof 's-Gravenhage|4 mei 2011|ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0816
belang, leidt deze regel uitzondering indien na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat dat deze maatregel – door
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|24 juli 2014|ECLI:NL:GHSHE:2014:2442
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepMachtiging uithuisplaatsing. Onvoldoende stabiliteit, structuur, begrenzing en begeleiding door de moeder.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|29 april 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:3622
machtiging tot uithuisplaatsing is een uit de ondertoezichtstelling voortvloeiende maatregel die, overeenkomstig artikel 1:261 BW, kan worden opgelegd wanneer dat noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding
- Personen- en familierechtHoger beroepUithuisplaatsing. Indicatiebesluiten ondertekend door Jeugdzorgmedewerkers die daartoe formeel niet bevoegd…
Gerechtshof Den Haag|3 september 2014|ECLI:NL:GHDHA:2014:3202
ondertoezichtstelling, niet eerder in werking treedt dan nadat de machtiging als bedoeld in artikel 1:261 BW van de kinderrechter is verkregen. Het hof overweegt voorts dat een indicatiebesluit een besluit
- Personen- en familierechtHoger beroepNoodzaak tot uithuisplaatsing ontbreekt thans.
Gerechtshof Amsterdam|22 november 2011|ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6071
moet beoordeeld worden er nog steeds sprake is van een situatie bedoeld in artikel 1:261 BW. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat in juli 2010 uit de veiligheidscontrole met behulp
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing gezag na uithuisplaatsing van een kind dat 3 maanden na de geboorte uit huis is geplaatst afgewezen
Gerechtshof Amsterdam|6 mei 2008|ECLI:NL:GHAMS:2008:BD9733
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel – door
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.