312 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieAanwezig hebben (art. 3.C Opiumwet) en verkopen (art. 3.B Opiumwet) van hasj, gewoontewitwassen van…
Hoge Raad|31 mei 2022|ECLI:NL:HR:2022:798Aangehaald in 11 uitspraken
voorwerpen.” 3.3.2 Onder ‘het strafbare feit’, ‘het feit’ en ‘het misdrijf’ in artikel 33a lid 1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één … artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.) 3.4.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer over
- Strafrecht overigCassatieVerkopen en vervoeren van cocaïne, art. 2.B Opiumwet (feit 1) en eenvoudige belediging ambtenaar, 266.1 jo…
Hoge Raad|15 november 2022|ECLI:NL:HR:2022:1620
voorwerpen.” 3.3.2 Onder ‘het strafbare feit’, ‘het feit’ en ‘het misdrijf’ in artikel 33a lid 1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één … artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.) 3.4 Het hof heeft kennelijk geoordeeld
- Strafrecht overigCassatieHennepteelt op 17- en 18-jarige leeftijd op zijn kamer op zolderverdieping van ouderlijke woning (art. 3.B…
Hoge Raad|13 juli 2021|ECLI:NL:HR:2021:1034Aangehaald in 8 uitspraken
artikel 13 lid 2 van de Opiumwet, in samenhang met artikel 70 lid 1 Sr, beloopt de verjaringstermijn ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 16-653012-13 onder 1 … verdachte op dat moment achttien jaren oud was, niet de in artikel 77d lid 1 Sr bedoelde halvering van de verjaringstermijn van toepassing is, zodat het recht tot strafvordering bij aanvang
- Strafrecht overigCassatieFaillissementsfraude door bedrieglijke bankbreuk en onttrekking van goederen aan failliete boedel, meermalen…
Hoge Raad|14 oktober 2025|ECLI:NL:HR:2025:1392
voorkomen, een van zijn schuldeisers op enige wijze bevoordeeld heeft of bevoordeelt; (...).” - artikel 341 lid 1 Sr, zoals dat luidt sinds 1 juli 2016: “Hij die in staat van faillissement is verklaard … toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de aanpassing van artikel 341 lid 1 Sr met ingang van 1 juli 2016 houdt onder meer in: “Het gaat in artikel 341 Sr
- Strafrecht overigCassatieOpzettelijk niet voldoen aan bevel of vordering, krachtens art. 2.3.13 APV Breda 2004 gedaan door…
Hoge Raad|11 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1417
beoordeling van het cassatiemiddel zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang. - Artikel 184 lid 1 Sr: “Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door … periode van ten hoogste 12 weken.” 2.4 De tenlastelegging is toegesneden op artikel 184 lid 1 Sr. Die bepaling eist een ‘krachtens wettelijk voorschrift’ gegeven bevel of gedane vordering. Zo’n voorschrift
- Strafrecht overigCassatieDiefstal, art. 310 Sr. Voorwaardelijke ISD-maatregel. Voorwaarden art. 38m.1 Sr. De rechter die de in art…
Hoge Raad|5 juli 2022|ECLI:NL:HR:2022:1012
bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaren passend en geboden.” 2.3 Artikel 38m lid 1 Sr luidt: “1. De rechter kan op vordering van het openbaar ministerie de maatregel opleggen … opleggen van de maatregel eist.” 2.4 De rechter die de in artikel 38m lid 1 Sr bedoelde ISD-maatregel oplegt, moet er in de motivering van zijn beslissing blijk van geven
- Strafrecht overigCassatieOntucht met minderjarige zoons, meermalen gepleegd, art. 249.1 Sr. Is sprake van ontucht plegen “met” als…
Hoge Raad|3 december 2019|ECLI:NL:HR:2019:1882
jaren of geldboete van de vierde categorie.” - Art. 250, eerste lid aanhef en onder 1°, Sr: “1.Wordt gestraft: 1° met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie … gedragingen van de verdachte kunnen worden gekwalificeerd onder art. 250, eerste lid aanhef en onder 1°, Sr zonder dat dat wijziging van het in deze zaak toepasselijke strafmaximum ten gevolge heeft, heeft
- Strafrecht overigCassatieOpzettelijk gebruik maken van vals Italiaans rijbewijs, door hof gekwalificeerd als opzettelijk gebruik maken…
Hoge Raad|2 november 2021|ECLI:NL:HR:2021:1627Aangehaald in 9 uitspraken
maart 2014, Stb. 2014, 125, waarbij in artikel 231 lid 1 Sr onder meer de bewoordingen “een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht” zijn opgenomen, houdt … anderzijds nieterkende identiteitsbewijzen, zoals bibliotheekkaarten en universiteitspassen - is met de in artikel 231 lid 1 Sr gebruikte bewoordingen “als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht” beoogd om niet
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie en cassatie verdachte. Vrijspraak mensenhandel door destijds 5-jarige kleindochter en 13-jarige…
Hoge Raad|21 april 2020|ECLI:NL:HR:2020:672Aangehaald in 13 uitspraken
aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.” 4.3 Het in artikel 273f lid 1 Sr voorkomende bestanddeel (oogmerk van) uitbuiting is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de opsomming … aanhef en onder 4°, Sr in verbinding met artikel 273f lid 1, aanhef en onder 1°, Sr bedoelde middelen en het hof de strafbare aard van de verrichte activiteiten en de minderjarige
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen gekwalificeerde doodslag bij woningoverval in Gees. 1. TBS met dwangverpleging opgelegd in h.b…
Hoge Raad|16 februari 2021|ECLI:NL:HR:2021:217Aangehaald in 8 uitspraken
misdrijven zoals specifiek in de wet (artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1, Sr) zijn vermeld. In de derde plaats dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid … zaak sprake van een misdrijf zoals bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1, Sr. Daarnaast is sprake van zodanig recidivegevaar, in die zin dat de veiligheid van anderen
- Strafrecht overigCassatieSchuldwitwassen van geldbedragen (€ 9.958), art. 420quater.1.b Sr. Bewijsklacht ‘verwerven’ en ‘voorhanden…
Hoge Raad|10 juni 2025|ECLI:NL:HR:2025:871Aangehaald in 9 uitspraken
pleger – ‘voorhanden hebben’ van een voorwerp in de zin van artikel 420quater lid 1 Sr is vereist dat de verdachte het voorwerp opzettelijk aanwezig heeft (vgl. HR 30 januari 2024, ECLI … volgt dat het bij het – als pleger – ‘verwerven’ in de zin van artikel 420quater lid 1 Sr gaat om het verrichten van een handeling die tot gevolg heeft dat de feitelijke zeggenschap
- Strafrecht overigCassatieOpenlijke geweldpleging door ’s nachts in uitgaansgebied in Terneuzen tegen 2 politieagenten te schreeuwen en…
Hoge Raad|10 november 2020|ECLI:NL:HR:2020:1757Aangehaald in 5 uitspraken
Wetboek van Strafrecht.” 2.3 De tenlastelegging is toegesneden op artikel 141 lid 1 Sr. Daarom moet worden aangenomen dat het in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende woord ‘geweld’ is gebruikt … sprake is van openlijk “geweld” tegen personen in de zin van artikel 141 lid 1 Sr, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. 2.5 Het middel faalt. 3 Beslissing
- Strafrecht overigCassatieDakloze verdachte trapt en slaat zijn eveneens dakloze vriendin gedurende een periode van 6 maanden…
Hoge Raad|30 januari 2018|ECLI:NL:HR:2018:113Aangehaald in 8 uitspraken
zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 304, aanhef en onder 1°, Sr. 3.3.1. Art. 304 Sr luidt, voor zover hier van belang: "De in de artikelen … mishandeling telkens heeft begaan tegen "zijn levensgezel" als bedoeld in art. 304, aanhef en onder 1°, Sr, aangezien [slachtoffer] en de verdachte een nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid onderhielden
- Strafrecht overigCassatieHet valselijk plaatsen van een merk i.d.z.v. art. 219.1° Sr. Blijkens het bewijsmiddel bestond de vervanging…
Hoge Raad|22 januari 2008|ECLI:NL:HR:2008:BB7136
valselijk plaatsen van een merk in de zin van art. 219 onder 1° Sr. 4.2. Onder 6 is bewezenverklaard dat de verdachte: "in de periode van 1 december … valselijk plaatsen van een merk - een en ander in de zin van art. 219 onder 1° Sr - is juist. De rechtsklacht is dus ongegrond. De motiveringsklacht kan onbesproken blijven. 4.5. Het middel
- Strafrecht overigCassatieJeugdzaak. Overtreding gebiedsverbod burgemeester, art. 184.1 Sr. Onderzoek door strafrechter naar…
Hoge Raad|1 juni 2021|ECLI:NL:HR:2021:787Aangehaald in 6 uitspraken
ongewenstverklaring bij bezwaar of beroep is komen te vervallen.” 2.3.1 Artikel 184 lid 1 Sr luidt, voor zover hier van belang: “Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel (...), krachtens wettelijk voorschrift … krachtens een wettelijk voorschrift gegeven bevel” als bedoeld in artikel 184 lid 1 Sr kan alleen sprake zijn als dit bevel is gegeven krachtens een verbindend wettelijk voorschrift en in overeenstemming
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, meermalen gepleegd (art. 69.2 AWR) en als…
Hoge Raad|25 maart 2025|ECLI:NL:HR:2025:450
gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.” - Artikel 339 lid 1 Sr, opgenomen in Titel XXV (“Bedrog”) van het Tweede Boek: “Bij veroordeling wegens … uitoefening van dat beroep worden ontzet.” 3.4 Op grond van artikel 28 lid 1 Sr kan een verdachte worden ontzet uit onder meer het recht bepaalde beroepen uit te oefenen. Die mogelijkheid
- Strafrecht overigCassatieAls penningmeester van stichting verduisteren van gelden, meermalen gepleegd (art. 321 Sr) en opzettelijk…
Hoge Raad|18 juni 2024|ECLI:NL:HR:2024:765
rechterlijke uitspraak kan worden ontzet, zijn: (...) 5º. de uitoefening van bepaalde beroepen.” - Artikel 235 lid 1 Sr, opgenomen in Titel XII (“Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken”) van het Tweede Boek … aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is.” 2.4.1 Op grond van artikel 28 lid 1 Sr kan een verdachte worden ontzet uit onder meer het recht bepaalde beroepen uit te oefenen
- Strafrecht overigCassatieDoodslag op echtgenote (art. 287 Sr) en haar ongeboren kind (art. 287 jo. 82a Sr) op 27/28 februari 2019 te…
Hoge Raad|23 november 2021|ECLI:NL:HR:2021:1747Aangehaald in 17 uitspraken
Doodslag op echtgenote (art. 287 Sr) en haar ongeboren kind (art. 287
- Strafrecht overigCassatieMet de handen de binnenkant van de vagina betasten levert sexueel binnendringen van het lichaam cfm art. 244…
Hoge Raad|22 februari 1994|ECLI:NL:HR:1994:ZC9650Aangehaald in 10 uitspraken
orde is als het binnendringen met de penis. Voor een dergelijke extensieve interpretatie laat art. 1 Sr geen ruimte. Indien de wetgever bedoeld zou hebben ook andere vormen van penetratie … maar ook aan hedendaagse ethische inzichten beantwoordt. Daarom is van strijd met art. 1 lid 1 Sr geen sprake . Het middel, dat van een ander standpunt uitgaat, is ongegrond. 8. De twee
- Strafrecht overigCassatieBegunstiging, art. 189.1.1 Sr. Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 189 Sr moet…
Hoge Raad|10 juni 2014|ECLI:NL:HR:2014:1372
verschafte alibi vals was, is het misdrijf niet voltooid." 2.3. Art. 189, eerste lid onder 1°, Sr luidt: "1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde … ambtenaren van de justitie of politie" in de zin van art. 189, eerste lid onder 1°, Sr, getuigt derhalve van een onjuiste rechtsopvatting. 2.5. Het middel is terecht voorgesteld. 2.6. De Hoge
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.