176 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel…
Gerechtshof Den Haag|9 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:758
Algemene wet inzake rijksbelastingen in verbinding met artikel 30, lid 1, Wet WOZ en artikel 236, lid 1, van de Gemeentewet). 4.7. Aan een inhoudelijke behandeling van de zaak komt
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigGerechtshof 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|27 november 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AD7137
nieuwe beschikking rechtvaardigt, zich heeft voorgedaan voordat een beschikking ingevolge artikel 22,lid 1 Wet WOZ, is gegeven, volgt uit rechtsoverweging 3.5. van eerder bedoeld arrest dat het systeem van de Wet
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 24, lid 3, letter a, Wet WOZ. Artikel 220, letter b, Gemeentewet. Artikel 26a, lid 1, AWR. Artikel…
Gerechtshof Den Haag|27 februari 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:797
beschikking zich richt. Dit zogenoemde gesloten stelsel geldt op grond van artikel 30, lid 1, Wet WOZ ook voor WOZ-beschikkingen. 4.3. Uit de bij het hogerberoepschrift gevoegde machtiging volgt dat [naam
- BelastingrechtHoger beroepIn geschil is of de door de Rechtbank vastgestelde waarde van de woning te hoog is.
Gerechtshof Den Haag|10 oktober 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:2874
heeft naar de staat waarin deze op die datum verkeert (artikel 18, lid 1, Wet WOZ). 6.5. Naar het oordeel van het Hof is de Heffingsambtenaar niet in de op hem rustende
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel over…
Gerechtshof Den Haag|30 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:798
Algemene wet inzake rijksbelastingen in verbinding met artikel 30, lid 1, Wet WOZ en artikel 236, lid 1 van de Gemeentewet). Slotsom 4.7. Gelet op het voorgaande is het hoger beroep niet
- BelastingrechtHoger beroepWet Woz. Waardevaststelling hotel.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|26 januari 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:760
voor 2016 en 2017 is. 4 Beoordeling van het geschil 4.1. Artikel 17, lid 1, Wet WOZ, bepaalt dat aan een onroerende zaak een waarde wordt toegekend. Op grond van artikel
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende is eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak (rijksmonument) waartoe een woonboerderij en…
Gerechtshof Den Haag|10 september 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:2483
onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, is ingevolge artikel 30, lid 1, Wet WOZ en artikel 26 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen gelijk te stellen met een ingevolge
- BelastingrechtHoger beroepHet hof is van oordeel dat dat de WOZ-beschikking en uitspraak op bezwaar bevoegdelijk zijn gegeven door de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|5 maart 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:599
Het hof is van oordeel dat dat de WOZ-beschikking en uitspraak
- BelastingrechtHoger beroepWet Woz. Waardevaststelling woning.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|11 juli 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:5901
belanghebbende ter betwisting daarvan aandraagt. 4.2. Op grond van artikel 18, lid 1, Wet WOZ wordt de waarde van de onroerende zaak bepaald naar de waarde die de zaak op de waardepeildatum
- BelastingrechtHoger beroepWet WOZ. Waardering appartement in serviceflat. Waardevaststelling in goede justitie door hof.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|8 april 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:2902
genot krachtens juridische eigendom van de onroerende zaak had. 4.3 Ingevolge artikel 40, lid 1, Wet WOZ kan op verzoek het waardegegeven van een bepaalde onroerende zaak door de heffingsambtenaar worden verstrekt
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Rechtbank Midden-Nederland|29 augustus 2023|ECLI:NL:RBMNE:2023:4543
WOZ. Hwk. Ongegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/3771
- BelastingrechtArt. 26a Wet WOZ; art. 1 Eerste Protocol EVRM. Toepassing van de zogenoemde Fierensmarge, die de mogelijkheid…
Parket bij de Hoge Raad|22 oktober 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL1943Aangehaald in 15 uitspraken
hebben bereikt. 3. Artikel 26a Wet WOZ: de Fierensmarge 3.1Op grond van artikel 1 Wet WOZ geldt de met behulp van de Wet WOZ vastgestelde waarde ten behoeve van de heffing
- BelastingrechtHoger beroepWet WOZ. De Heffingsambtenaar heeft de vastgestelde WOZ-waarde aannemelijk gemaakt. Geen schending hoorplicht…
Gerechtshof Den Haag|21 juli 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:1506
1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in verbinding met artikel 30, lid 1, Wet WOZ wordt een belanghebbende in de bezwaarprocedure, in afwijking van artikel 7:2 van de Algemene
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel…
Gerechtshof Den Haag|3 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:565
Artikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel vertegenwoordigingsbevoegdheid. Hoger beroep niet-ontvankelijk.
- BelastingrechtHoger beroepWet WOZ. Wijziging gerechtigde. Afwijzing van een verzoek om een (nieuwe) beschikking te nemen dient te…
Gerechtshof Amsterdam|19 mei 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:1229
merken als ‘een ander’ in de zin van art. 26, lid 1, Wet WOZ. 5.4. De heffingsambtenaar betoogt dat geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel…
Gerechtshof Den Haag|10 september 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1807
Algemene wet inzake rijksbelastingen in verbinding met artikel 30, lid 1, Wet WOZ en artikel 236, lid 1, van de Gemeentewet). Slotsom 4.7. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Proceskosten
- BelastingrechtHoger beroepArt. 17, lid 3, Wet WOZ. Gecorrigeerde vervangingswaarde crematorium en begraafplaatscomplex 2019…
Gerechtshof Den Haag|8 maart 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:496
Art. 17, lid 3, Wet WOZ. Gecorrigeerde vervangingswaarde crematorium en begraafplaatscomplex 2019
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende maakt bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor 2023. In hoger beroep…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 juli 2026|ECLI:NL:GHSHE:2026:2075
verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten. Artikel 30, lid 1 Wet WOZ in samenhang gelezen met artikel 25 Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 7:2 Algemene
- BelastingrechtHoger beroepArt. 6:5, art. 6:6 en art. 8:24, lid 2, Awb: vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijk gemachtigde…
Gerechtshof Den Haag|8 juli 2026|ECLI:NL:GHDHA:2026:2265
Algemene wet inzake rijksbelastingen in verbinding met artikel 30, lid 1, Wet WOZ en artikel 236, lid 1, van de Gemeentewet). Slotsom 4.10. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Proceskosten
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 6:6 en 8:24, lid 2 Awb; ontbreken van een machtiging op naam van en ondertekend door belanghebbende…
Gerechtshof Den Haag|7 november 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:2264
2015/202), onder meer, het volgende geoordeeld: “2.5. Doordat in artikel 30, lid 1, Wet WOZ is bepaald dat artikel 26a, lid 2, AWR van overeenkomstige toepassing is met betrekking tot de waardebepaling
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.