434 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtVerbintenissenrecht. Geschil tussen ex-samenwoners. Afrekeningsovereenkomst m.b.t. woningwaarde uit 2008…
Parket bij de Hoge Raad|26 januari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:96
Verbintenissenrecht. Geschil tussen ex-samenwoners. Afrekeningsovereenkomst m.b.t. woningwaarde uit 2008; beroep op verjaring (art. 3:307 lid 1 BW); Is sprake van rechtsvordering tot verdeling woningwaarde/samenlevingsgemeenschap (art. 3:178 BW) die niet verjaart; erkenning (art. 3:318 BW) miskend; stuiting; moment…
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Voorovereenkomst waaraan geen uitvoering is gegeven; vordering tot…
Parket bij de Hoge Raad|4 december 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2666
hetgeen betekent dat de vordering tot oprichting daarvan gelet op het bepaalde in artikel 6:38 BW direct opeisbaar was. Dit betekent dat de verjaringstermijn op het moment van oprichting van Millenergy … verweerster 4] c.s. aan haar beroep op verjaring ten grondslag legt, gelet op artikel 6:38 BW terstond na oprichting van de EDON/[verweerster 4]-vennootschap nakoming van de verplichting tot oprichting
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigHuwelijksvermogensrecht. Afwikkeling periodiek verrekenbeding (waaronder vervalbeding, peildatum, stelplicht…
Rechtbank Midden-Nederland|11 februari 2025|ECLI:NL:RBMNE:2025:546
hiervoor). Op dat moment is de vordering van de vrouw opeisbaar geworden (zie artikel 6:38 BW). Daaraan doet niet af dat op dat moment de omvang van die vordering nog niet
- Civiel recht overigBodemzaakSamenwerkingsovereenkomst over door de ene partij vermarkten van door de andere partij ontwikkeld coderings…
Rechtbank Den Haag|1 juni 2016|ECLI:NL:RBDHA:2016:10496
nader op te maken bij staat. 3.2. Kortho stelt dat: - Quill het krachtens artikel 6:38 BW terstond opeisbare openstaande bedrag van de lening dient terug te betalen; - Quill na het verstrijken
- Civiel recht overigHoger beroepVerjaring vordering uit hoofde van geldleningsovereenkomst
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|2 april 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:2910
BW. In beginsel is een dergelijke overeenkomst op grond van artikel 6:38 BW direct opeisbaar en begint de verjaringstermijn meteen te lopen. De uitzondering van artikel 3:307 lid 2 BW
- Civiel recht overigHoger beroepA koopt van haar partner één perceel en stelt daarbij ook aangrenzend perceel te hebben gekocht. Vordering…
Gerechtshof Amsterdam|28 januari 2014|ECLI:NL:GHAMS:2014:317
datum voor nakoming van de verplichting tot levering was overeengekomen. Op grond van artikel 6:38 BW bestond dan ook terstond aanspraak op nakoming. Daarbij kan in het midden blijven
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Utrecht · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Utrecht|23 juni 2004|ECLI:NL:RBUTR:2004:1843
termijn voor terugbetaling is afgesproken kan er, gelet op het bepaalde in artikel 6:38 BW, van worden uitgegaan dat het geleende bedrag in beginsel terstond opeisbaar is. Van omstandigheden op grond
- Civiel recht overigBodemzaakRenvooiprocedure. Vorderingen in cessieakte onvoldoende bepaald omschreven.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|23 november 2022|ECLI:NL:RBZWB:2022:6971
april 2009 en de koopsom is op grond van het bepaalde in artikel 6:38 BW direct verschuldigd geworden. Daarmee is de vordering op 14 april 2014 verjaard. Met betrekking
- Civiel recht overigHoger beroepAruba. Internationale rechtsmacht. Samenwerking timeshareproject.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba|19 september 2017|ECLI:NL:OGHACMB:2017:108
overeengekomen en geoordeeld dat de vordering tot terugbetaling daarom op de voet van art. 6:38 BW terstond opeisbaar is geworden en de vordering op de voet
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigVerzet. Koopovereenkomst ontbonden. Betaling annulerings- en opslagkosten. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2023:2523…
Rechtbank Midden-Nederland|31 juli 2024|ECLI:NL:RBMNE:2024:4552
betaling van de opslag- en annuleringskosten is opeisbaar 3.4. Op grond van artikel 6:38 BW is een verbintenis onmiddellijk opeisbaar als geen tijd voor nakoming is bepaald. [geopposeerde] vordert opslag
- Personen- en familierechtHoger beroepBewind. Machtiging tot betaling. Opeisbare vordering. 1:441 BW.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|15 mei 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:4432
vordering ook door [belanghebbende] ter mondelinge behandeling is erkend. Ingevolge artikel 6:38 BW kan van een vordering tot betaling van een geldsom terstond nakoming worden gevorderd indien geen tijd voor
- Personen- en familierechtHoger beroepWeigering nakoming echtscheidingsconvenant. Machtiging te gelde maken ex art. 3:174 BW kan ook worden…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|28 april 2010|ECLI:NL:GHSHE:2010:BM3029
zich heeft genomen kennen geen tijdsbepaling, en dienen daarom terstond te worden nagekomen, artikel 6:38 BW; - er bestaat – zo bleek ter zitting – geen enkel vooruitzicht op een baan voor
- Civiel recht overigHoger beroepstudiekosten, uitleg, matiging, voorschot Raad voor Rechtsbijstand, verrekening
Gerechtshof 's-Gravenhage|22 maart 2011|ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3253
opeisbaar is. Art. 8 noemt geen tijd voor de nakoming van de terugbetalingsverplichting (art. 6:38 BW), terwijl de kwijtschelding geen aanvang heeft genomen, zodat het volledige bedrag bij einde dienstverband ineens
- Personen- en familierechtTussenbeschikkingWaardering onderneming: DCF-methode en/of liquidatiewaarde. Deskundigenrapport.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|21 februari 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:1726
verrekenen vermogen worden bepaald, namelijk op 28 maart 2007. Gezien art. 6:38 BW is deze vordering opeisbaar geworden op het moment van haar ontstaan. Voor de nakoming van de periodieke verrekenplichten
- Civiel recht overigHoger beroepTussenarrest. Overeenkomst van geldlening. Bewijsopdracht ten aanzien van gestelde betalingen en afspraken…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|20 april 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:3799
termijn voor die terugbetaling. [appellante] beroept zich daarbij als eerste op artikel 6:38 BW. Daarin staat dat indien geen tijd voor nakoming is bepaald, terstond nakoming kan worden gevorderd. [appellante] stelt
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingAfwikkeling samenwoning. Eenvoudige gemeenschap van een woning. Overbedelingsschuld staat vast. Beslag loon…
Gerechtshof Den Haag|17 mei 2016|ECLI:NL:GHDHA:2016:1574
schuld aan de man. 9. Het hof overweegt als volgt. Krachtens artikel 6:38 BW is de vordering onmiddellijk opeisbaar als geen tijd voor nakoming is bepaald. Als wel een tijd voor
- Civiel recht overigHoger beroepVerdeling nalatenschap. Verrekening. Onverschuldigde betaling. Pandrecht op overwaarde?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|10 maart 2015|ECLI:NL:GHARL:2015:1702
afdoen, nu de verrekeningsverklaring ook onder een opschortende voorwaarde of tijdsbepaling kan geschieden (artikel 6:38 BW). De bevoegdheid en mogelijkheid tot verrekening zijn ontstaan op het moment van de verdeling
- Civiel recht overigHoger beroepHoofdzaak. Vordering tot betaling op basis van huurkoopovereenkomst verjaard (artt. 3:307, 3:310 BW). Geen…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|27 december 2011|ECLI:NL:GHSHE:2011:BU9794
verjaringstermijn ingevolge artikel 3:307 lid 1 BW in samenhang met artikel 6:38 BW een aanvang heeft genomen op 4 april 2003. Nu volgens vaste jurisprudentie (HR 10 september
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigNakoming gevorderd van een afspraak uit een samenlevingsovereenkomst. Afspraak wordt niet betwist. Vordering…
Rechtbank Rotterdam|27 juni 2025|ECLI:NL:RBROT:2025:9600
geen termijn voor de nakoming is bepaald, kan terstond nakoming worden gevorderd (artikel 6:38 BW). [eiseres] heeft [gedaagde] op 26 november 2024 per e-mail gewezen op de drie maanden termijn
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|7 november 2002|ECLI:NL:GHSHE:2002:AF1048
nakoming bepaald. In beginsel moet daarom worden uitgegaan van de hoofdregel, vastgelegd in artikel 6:38 BW, dat indien geen tijd voor de nakoming is bepaald terstond nakoming van de verbintenis
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.