541 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|3 juli 2020|ECLI:NL:HR:2020:1186
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 5 november 2019. De griffier
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|15 januari 2016|ECLI:NL:HR:2016:63
binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 31 augustus
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|20 februari 2026|ECLI:NL:HR:2026:258
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 17 september 2025. De griffier
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|16 februari 2024|ECLI:NL:HR:2024:254
Raad ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 5 oktober
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|16 februari 2024|ECLI:NL:HR:2024:253
Raad ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 5 oktober
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|30 november 2018|ECLI:NL:HR:2018:2212
Hoge Raad. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 10 juli
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|11 augustus 2017|ECLI:NL:HR:2017:1623
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|14 maart 2014|ECLI:NL:HR:2014:626
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 21 oktober
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|11 augustus 2017|ECLI:NL:HR:2017:1622
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|5 juni 2026|ECLI:NL:HR:2026:865
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 8 januari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 april 2024|ECLI:NL:HR:2024:582
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 21 december
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|8 augustus 2014|ECLI:NL:HR:2014:2301
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 29 november
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|4 april 2014|ECLI:NL:HR:2014:824
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 23 januari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|27 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:543
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken. 1.2 De griffier van de Hoge Raad heeft op 9 februari
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|13 juli 2018|ECLI:NL:HR:2018:1144
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 25 januari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|9 juni 2023|ECLI:NL:HR:2023:899
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 31 augustus 2022. De griffier
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|25 maart 2022|ECLI:NL:HR:2022:432
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 10 september
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
Hoge Raad|9 augustus 2013|ECLI:NL:HR:2013:454
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 27 december
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|24 september 2021|ECLI:NL:HR:2021:1380
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 9 april
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|13 november 2015|ECLI:NL:HR:2015:3298
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 26 augustus
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.