242 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepWet WOZ. Waardevaststelling ijsbaan. Waardebepaling in goede justitie.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|31 januari 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:903
augustus 2003, nr. 38.085, ECLI:NL:HR:2003:AI0924). 4.2. Ingevolge artikel 17, lid 3, Wet WOZ wordt – in afwijking van artikel 17, lid 2, Wet WOZ – de waarde van een onroerende
- BelastingrechtHoger beroepWet Woz. Waardevaststelling crematorium/uitvaartcentrum.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|1 november 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:9263
belang – geoordeeld: “2.3.2 Het middel wordt terecht voorgesteld. Op grond van artikel 17, lid 3, Wet WOZ wordt bij de berekening van de vervangingswaarde onder andere rekening gehouden met de sedert
- BelastingrechtHoger beroepWOZ kinderdagverblijf. Gecorrigeerde vervangingswaarde. Heffingsambtenaar maakt verlenging technische…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 januari 2024|ECLI:NL:GHSHE:2024:158
rechtbank vastgestelde waarde. Ten aanzien van het geschil 4.4. Ingevolge artikel 17, lid 3, Wet WOZ wordt de waarde van een onroerende zaak voor zover die niet tot woning dient bepaald
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 17, lid 2, Wet WOZ. Waarde perceel. Eigen verkoopcijfer; niet ingeroepen ontbindende voorwaarde. De…
Gerechtshof Den Haag|7 mei 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:833
toestandsdatum 1 januari 2020 is. Gelet op het bepaalde in artikel 18, lid 3, Wet WOZ en de onderhavige feiten, zal met partijen daarvan worden uitgegaan. 5.2. De waarde van de onroerende
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigWOZ-waarde; niet-woning; standaard beroepsgronden; beroep ongegrond.
Rechtbank Midden-Nederland|15 februari 2023|ECLI:NL:RBMNE:2023:722
voor de onroerende zaak geldende bijzondere omstandigheid oplevert als bedoeld in artikel 18, lid 3, Wet WOZ, zodat reeds hierom niet van de toestand per 1 januari 2021 uitgegaan moet worden. Immers
- BelastingrechtHoger beroepTussen partijen is in geschil of de door de heffingsambtenaar vastgestelde waarde van een dagverblijf te hoog…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|5 juli 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:2188
verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten. Artikel 17, lid 3, Wet WOZ. Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken, artikel 4, lid 2. Zie 2.5. Vergelijk
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigWOZ-waarde; niet-woning; huurwaardekapitalisatie; standaard; beroep ongegrond.
Rechtbank Midden-Nederland|29 december 2022|ECLI:NL:RBMNE:2022:5955
voor de onroerende zaak geldende bijzondere omstandigheid oplevert als bedoeld in artikel 18, lid 3, Wet WOZ, zodat reeds hierom niet van de toestand per 1 januari 2021 uitgegaan moet worden. Immers
- BelastingrechtHoger beroepWOZ. Woning. Bouwkosten. Percentage van gereedheid woning op toestandsdatum.
Gerechtshof Amsterdam|12 mei 2026|ECLI:NL:GHAMS:2026:1582
januari 2023 als toestandsdatum voor de waardebepaling dient te gelden (zie artikel 18, lid 3, Wet WOZ). 5.2. De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde onder andere onderbouwd door de waarde te bepalen
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigWOZ-waarde; niet-woning; standaard beroepsgronden; beroep ongegrond.
Rechtbank Midden-Nederland|15 februari 2023|ECLI:NL:RBMNE:2023:721
voor de onroerende zaak geldende bijzondere omstandigheid oplevert als bedoeld in artikel 18, lid 3, Wet WOZ, zodat reeds hierom niet van de toestand per 1 januari 2021 uitgegaan moet worden. Immers
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigWaarde gebouw dat wordt gebruikt voor kinderopvang niet te hoog vastgesteld.
Rechtbank Den Haag|22 maart 2022|ECLI:NL:RBDHA:2022:3004
Haag. Artikel 17, lid 2, Wet WOZ. Artikel 17, lid 3, Wet WOZ Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:169. Vgl, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 oktober
- BelastingrechtHoger beroepArt. 22, lid 1, 24, lid 1, lid 2, lid 3, aanhef en onderdeel a en 28, lid 1, Wet WOZ. De Heffingsambtenaar is…
Gerechtshof Den Haag|10 mei 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:903
kalenderjaar 2019 en dat aan hem nog geen reguliere beschikking ingevolge artikel 24, lid 3, Wet WOZ was gegeven. Voorts staat vast dat de Heffingsambtenaar met dagtekening 31 maart 2020 de reguliere
- BelastingrechtHoger beroepWet Woz. Waardevaststelling wijk-buurtcentrum.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|18 oktober 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:8884
waarde dan die ingevolge het tweede lid. 4.2. Op grond van artikel 17, lid 3, Wet WOZ wordt bij de berekening van de vervangingswaarde onder andere rekening gehouden met de sedert
- BelastingrechtHoger beroepWet Woz. Waardevaststelling bedrijfspand.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|27 juni 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:5454
uitgangspunt en voor zover hier van belang geldt ingevolge artikel 17, lid 3, Wet WOZ voor niet-woningen dat de waarde wordt bepaald op, kort gezegd, de GVW indien dit leidt
- BelastingrechtHoger beroepWet Woz. Waardevaststelling verzorgingshuis.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|25 april 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:3454
waarde dan die ingevolge het tweede lid. 4.2. Op grond van artikel 17, lid 3, Wet WOZ wordt bij de berekening van de vervangingswaarde onder andere rekening gehouden met de sedert
- BelastingrechtHoger beroepWet Woz. Waardevaststelling school.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|26 april 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:3222
belang – geoordeeld: “2.3.2 Het middel wordt terecht voorgesteld. Op grond van artikel 17, lid 3, Wet WOZ wordt bij de berekening van de vervangingswaarde onder andere rekening gehouden met de sedert
- BelastingrechtHoger beroepWet Woz. Waardevaststelling horecagelegenheid.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|21 januari 2025|ECLI:NL:GHARL:2025:326
voor de onroerende zaak een bijzondere omstandigheid vormen als bedoeld in artikel 18, lid 3, Wet WOZ, rust op belanghebbende de last om aannemelijk te maken dat ten aanzien van de onroerende
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigWOZ. Schikking. Beroep gegrond. Proceskostenveroordeling.
Rechtbank Midden-Nederland|9 september 2021|ECLI:NL:RBMNE:2021:4589
Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat. Zie artikel 18 lid 3 Wet WOZ Artikel 8:75 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigWet waardering onroerende zaken ( WOZ). Taxatiemethodiek. Bewijslast inzake de juistheid van de aan de…
Rechtbank Leeuwarden|16 februari 2007|ECLI:NL:RBLEE:2007:AZ9299
onderhavige geval heeft verweerder met in achtneming van het bepaalde in art. 17 lid 3 Wet WOZ zowel de waarde van de woning als de bedrijfsgebouwen vastgesteld naar de waarde
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigIn geschil is de waarde van perceel betreffende recreatiegrond met gras, bomen en beplanting op de…
Rechtbank 's-Gravenhage|3 mei 2006|ECLI:NL:RBSGR:2006:AY7253
rapport als genoemde taxatiemethode de gecorrigeerde vervangingwaarde als bedoeld in artikel 17, derde 3. Wet WOZ wordt genoemd, maakt het rapport niet van onwaarde. Daargelaten of een dergelijke taxatiemethode voor natuurgrond goed
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigDe ambtenaar was anders dan belanghebbende stelt niet gehouden de kapitatlisatiefactor van onderaf op te…
Rechtbank Noord-Holland|29 september 2022|ECLI:NL:RBNHO:2022:8829
voor de onroerende zaak geldende bijzondere omstandigheid oplevert als bedoeld in artikel 18, lid 3, Wet WOZ, zodat reeds hierom niet van de toestand per 1 januari 2021 uitgegaan moet worden. Verder
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.