434 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepHoger beroep; feitelijke grondslag vordering is een overeenkomst van geldlening, maar deze blijkt niet te…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 september 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:9053
overeengekomen, was een vordering tot terugbetaling van de gestorte gelden terstond opeisbaar (art. 6:38 BW). De verwijzing door [appellant] naar artikel 3:307 lid 3 BW (bedoeld is: lid 2) mist
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigVorderingen afgewezen. Betalingsregeling werd nagekomen, dus vordering niet opeisbaar.
Rechtbank Rotterdam|12 augustus 2022|ECLI:NL:RBROT:2022:6770
Infomedics vanaf dat moment niet opeisbaar was, zo lang de betalingsregeling werd nagekomen (art. 6:38 BW). 4.3. Infomedics stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] de betalingsregeling niet is nagekomen, omdat
- OndernemingsrechtHoger beroepProcedure na verwijzing door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:1276). Aan de volstortingsplicht ingevolge art…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|23 maart 2021|ECLI:NL:GHSHE:2021:883
door Aabo (bij antwoordakte) niet is weersproken. Dit betekent dat de hoofdregel van artikel 6:38 BW geldt en dat de vordering van [de vennootschap 2] (i.o.) op [Beheer B.V.] direct opeisbaar
- Civiel recht overigHoger beroepCurator vordert op diverse gronden (onverschuldigde betaling, faillissementspauliana) geld terug dat door de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|9 september 2025|ECLI:NL:GHARL:2025:5624
Faillissementswet ECLI:NL:HR:2021:1615 Productie 1, conclusie van antwoord van [appellant] Artikel 6:38 BW HR 10 juni 2022, ECLI
- Civiel recht overigHoger beroepVerbintenissenrecht, grondslag vordering. Opdracht tot aankoop van effecten, aankoop leidt tot debetstand…
Gerechtshof Den Haag|28 mei 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:1177
Grief 10 klaagt dat de rechtbank heeft geoordeeld dat de vordering ingevolge art. 6:38 BW direct opeisbaar is en dat BCU in verzuim is. Volgens BCU is voor toewijzing
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigVerzoek tot faillietverklaring toegewezen. Geen misbruik van recht. Vordering aanvrager uit hoofde van…
Rechtbank Den Haag|1 augustus 2017|ECLI:NL:RBDHA:2017:8972
opeisbare vordering, nu geen betalingstermijn zou zijn overeengekomen. Als uitgangspunt geldt ingevolge artikel 6:38 BW dat indien geen betalingstermijn is overeengekomen, terstond nakoming gevorderd kan worden. Carpe heeft aangetoond
- Civiel recht overigHoger beroepLoon architect. Verweer dat geen loon verschuldigd is omdat het bij verkennende gesprekken is gebleven, gaat…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|15 augustus 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:6903
stelling. 3.12 Daartoe overwoog de kantonrechter dat volgens de hoofdregel van artikel 6:38 BW een verbintenis onmiddellijk opeisbaar is. Het loon over een fase is dan opeisbaar zodra de fase
- Civiel recht overigHoger beroepVerdeling nalatenschap. Verrekening. Onverschuldigde betaling.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|10 maart 2015|ECLI:NL:GHARL:2015:1700
afdoen, nu de verrekeningsverklaring ook onder een opschortende voorwaarde of tijdsbepaling kan geschieden (artikel 6:38 BW). De bevoegdheid en mogelijkheid tot verrekening zijn ontstaan op het moment van de verdeling
- Civiel recht overigHoger beroepWerknemer vordert na 19 jaar nakoming van toezegging dat hij recht heeft op een gedeelte van de aandelen van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 juli 2006|ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ3470
verplichting betreft voortvloeiend uit overeenkomst is deze in beginsel dadelijk opeisbaar ingevolge artikel 6:38 BW. De vraag die in deze zaak partijen (op dit punt) verdeeld houdt betreft de gevolgen
- Civiel recht overigHoger beroepIs er sprake van een geldlening? Is de vordering verjaard? Aanvang verjaringstermijn: voldoende aanwijzingen…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|24 september 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:7735
gebreke van een overeenkomst van geldlening waarin daarover afspraken zijn gemaakt, krachtens artikel 6:38 BW direct opeisbaar. Artikel 3:307 lid 1 BW brengt dan mee dat de vordering inmiddels
- Civiel recht overigHoger beroepBeëindiging dienstverband tussen bedrijf en werkneemster met wederzijds goedvinden onder toekenning van een…
Gerechtshof Amsterdam|15 augustus 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:2956
niet baten omdat dit betekent dat de verbintenis tot terugbetaling terstond opeisbaar is (art. 6:38 BW), oftewel juist op ieder moment kan worden opgeëist, en dus ook, zoals hier het geval
- Personen- en familierechtHoger beroepDe man moet de vaststellingsovereenkomst met betrekking tot de betaling van de alimentatieachterstand nakomen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|17 september 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:7455
vaststellingsovereenkomst van 2015 kwijtgescholden alimentatieachterstand (opnieuw) opeisbaar geworden en kon op basis van artikel 6:38 BW direct nakoming worden verzocht. Verzuim was daarvoor niet vereist. Dat de man op een gegeven
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudiguitleg overeenkomst; eindkap teakbomen; opeisbaarheid; rente; valutaschade
Rechtbank Midden-Nederland|22 november 2017|ECLI:NL:RBMNE:2017:6794
vordering van [eiseres] niet later ontstond dan op 1 september 2015. Ingevolge artikel 6:38 BW kon [eiseres] vanaf die datum nakoming vorderen. 4.8. De advocaat van [eiseres] heeft [gedaagde
- Civiel recht overigHoger beroepHof honoreert beroep op gezag van gewijsde.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|4 december 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:10519
deze is verjaard. Volgens de rechtbank is de vordering in beginsel terstond opeisbaar (artikel 6:38 BW), zodat zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, niet valt in te zien
- Civiel recht overigHoger beroepPensioenrecht. Tussenarrest. Werkgever valt onder de werkingssfeer van de verplichtstelling tot deelneming in…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 juni 2022|ECLI:NL:GHSHE:2022:1849
Pensioenrecht. Tussenarrest. Werkgever valt onder de werkingssfeer van de verplichtstelling tot deelneming in Bpf HiBiN en is verplicht om de in het uitvoeringsreglement opgenomen verplichting tot betaling van pensioenpremie na te leven. De vraag is of de premievordering van Bpf HiBiN is verjaard. Het hof heeft het…
- Personen- en familierechtHoger beroepVerschuldigdheid van een 'ere'compensatie uit hoofde van het tussen partijen gesloten Mut'a huwelijk.
Gerechtshof Den Haag|4 juni 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:5254
valt. Enige termijn voor de betaling is niet overeengekomen. Het hof overweegt dat artikel 6: 38 BW bepaalt dat, indien geen tijd voor de nakoming is bepaald, terstond nakoming kan worden gevorderd
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVerzet tegen bankvorderingen en dwangschrift gegrond.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao|8 november 2021|ECLI:NL:OGEAC:2021:198
Kadaster haar verplichting tot afdracht van de gelden zou nakomen. Op grond van artikel 6:38 BW betekent dat dat die vorderingen tot periodieke afdracht steeds terstond opeisbaar waren. Niet betwist
- SocialezekerheidsrechtKort gedingVordering van LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen) haar verlof te verlenen om de…
Rechtbank Almelo|12 september 2005|ECLI:NL:RBALM:2005:AU2566
verrichten van zijn prestatie. De schuldeiser hoeft geen uitstel van betaling te dulden. Artikel 6:38 BW verwacht van de schuldenaar dat hij “terstond” ofwel ten spoedigste aan zijn betalingsverplichtingen voldoet. Daarmee
- Civiel recht overigHoger beroepVader heeft geld geleend aan zoon. Beroep op verjaring verworpen. Vonnissen bekrachtigd. Artikel 7A:1798 BW…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 november 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:4884
overeenkomst waarbij (a) geen tijd voor de nakoming is bepaald (artikel 6:38 BW) dan wel (b) na opeising moest worden terugbetaald dan wel (c) subsidiair zo spoedig mogelijk zou worden terugbetaald
- Civiel recht overigHoger beroepUitleg vaststellingsovereenkomst. Omvang betalingsverplichting.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|24 december 2024|ECLI:NL:GHARL:2024:7954
moment zou moeten plaatsvinden. Dit betekent dat, in aansluiting op de hoofdregel van artikel 6:38 BW, de vordering tot verdeling van elk van beide deelbetalingen terstond opeisbaar is. [appellante] moest
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.