598 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigHuur van bedrijfsruimte. De vordering betreft naheffing servicekosten over de jaren 2005 tot en met 2009…
Rechtbank Haarlem|1 september 2011|ECLI:NL:RBHAA:2011:BT2014
beroept zich met betrekking op de naheffing 2005 op de verjaringstermijn van de artikelen 3:307 BW lid 1 en 7:308 BW. Om te beoordelen of dit verweer doel treft, dient … naheffing 2005 eerst opeisbaar was vanaf 10 maart 2007, zodat de verjaringstermijn van artikel 3:307 BW nog niet was verlopen op het moment van dagvaarding. Het verjaringsverweer wordt derhalve verworpen. Verval
- Civiel recht overigCassatiePensioenrecht. Pensioen tot 2001 ondergebracht bij verzekeraar. Na onderbrenging bij andere uitvoerder wordt…
Hoge Raad|11 februari 2022|ECLI:NL:HR:2022:162
geen vordering tot nakoming. Dat betekent dat de verjaringstermijn op grond van artikel 3:307 BW van vijfjaren eerst kan zijn gaan lopen vanaf dat moment. Dat betekent dat de door [verweerder
- Civiel recht overigVerzekeringsrecht. Brandverzekering. Is vordering tegen verzekeraar verjaard? Art. 7:942 (oud) BW; aanvang…
Parket bij de Hoge Raad|30 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2222
afgeweken van het in de algemene verjaringsregeling van boek 3 titel 11 opgenomen artikel 3:307 BW, waarin een verjaringstermijn van vijf jaar is bepaald. Ook de aanvang van het tijdstip voor … verjaring wijkt af van artikel 3:307 BW. Hierin is immers bepaald dat de verjaring aanvangt na aanvang van de dag volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. In afwijking
- VerbintenissenrechtBodemzaakKoopovereenkomst parkeerplaats met voorwaarden. Omvang van het gekochte. Feitelijke situatie of…
Rechtbank Den Haag|27 februari 2019|ECLI:NL:RBDHA:2019:4301
belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De VVE heeft onder verwijzing naar artikel 3:307 BW als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat de vordering van [eiser], voor zover het gaat … waarop de vordering opeisbaar is geworden. 4.2. Anders dan de VVE stelt, is artikel 3:307 BW in het onderhavige geval niet van toepassing. Volgens de toelichting ziet het artikel slechts
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigKwijtschelding van een intercompany-schuld voorafgaand aan faillissement
Rechtbank Almelo|9 februari 2011|ECLI:NL:RBALM:2011:BP6539
Trial Balance Sheet 2003 werd geadministreerd, inmiddels verjaard op de voet van artikel 3:307 BW jo 6:140 lid 4 BW. De verjaring van de vordering is niet tijdig of rechtsgeldig … zich op het standpunt dat de vordering op voet van het bepaalde in artikel 3:307 BW jo artikel 6:140 lid 4 BW is verjaard en dat de verjaring van deze
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigVerdeling bi jechtscheiding. Valt aan de man gelegateerd appartement appartement in de gemeenschap?…
Rechtbank Den Haag|4 augustus 2025|ECLI:NL:RBDHA:2025:15177
vordering van de zuster van de man verjaard is op de voet van artikel 3:307 BW. Volgens de vrouw is de vordering opeisbaar geworden met de verkoop van de woning … partijen geschonken, aldus de vrouw. De rechtbank overweegt als volgt. De verjaring ex artikel 3:307 BW gaat lopen vanaf het moment van opeisbaarheid van de vordering. Gesteld noch gebleken
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9119
appel nog beroepen op verjaring van de vordering van [eiseres] op grond van art. 3:307 BW, voor zover deze de periode vóór 4 november 1992 betreft. [Eiseres] heeft bij conclusie … voor het geval de rechtbank niet art. 3:310 BW doch art. 3:307 BW van toepassing acht, heeft gevorderd voor recht te verklaren dat [verweerster] is gehouden een schadevergoeding te betalen
- Civiel recht overigCassatieGeschil tussen ex-echtelieden over de terugbetaling van een door (de man als beherend vennoot in) een CV van…
Hoge Raad|20 januari 2006|ECLI:NL:HR:2006:AU7502
nakoming na onbepaalde tijd in de zin van het tweede lid van art. 3:307 BW. De omstandigheid dat [eiseres] de beide bedragen aan Kobra en niet aan [verweerder] in persoon heeft
- Personen- en familierechtHoger beroepverjaring, niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding, risicoaansprakelijkheid beslag, verrekenposten
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|21 mei 2024|ECLI:NL:GHSHE:2024:1711
BW op 12 april 2016 is gaan lopen; de verjaringstermijn op grond van artikel 3:307 BW voor een verrekenvordering vijf jaar is; de verlengingstermijn van art. 3:320 en 3
- ArbeidsrechtEerste aanleg - enkelvoudigOntbinding vaststellingsovereenkomst.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba|12 februari 2025|ECLI:NL:OGEAA:2025:109
Ontbinding vaststellingsovereenkomst.
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|6 december 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE9241
richt zich tegen 's Hofs oordeel dat de verjaringstermijn op grond van art. 3:307 BW eerst is gaan lopen vanaf het einde van het huwelijk, en tegen hetgeen
- Civiel recht overigProcesrecht, geslaagd beroep op bevrijdende verjaring tegen bij wege van eisvermeerdering op nieuwe…
Parket bij de Hoge Raad|26 oktober 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA7021
worden uitgegaan van het tijdstip van de eisvermeerdering, derhalve 26 januari 2005. Ingevolge art. 3:307 BW verjaart een vordering uit nakoming na vijf jaren, volgend na die waarop de vordering opeisbaar … dagvaarding van 27 februari 1991 op dat moment opeisbaar, zodat de termijn van artikel 3:307 BW op 26 januari 2005 ruim was verstreken. [Eiser] heeft aangevoerd dat [verweerster] hem deze termijn
- OndernemingsrechtEerste aanleg - meervoudigIn de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat medio 2014 een participatieregeling van kracht zal zijn. Deze…
Rechtbank Amsterdam|7 augustus 2024|ECLI:NL:RBAMS:2024:5774
vordering tot nakoming zijn weliswaar beide vijf jaren (artikel 3:310 BW en artikel 3:307 BW) maar leiden desondanks niet steeds tot hetzelfde resultaat omdat de artikelen een verschillend aanvangsmoment
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigaanneming van werk, verjaring, opschorting.
Rechtbank Rotterdam|9 juni 2010|ECLI:NL:RBROT:2010:BN7294
comparitie heeft [eiser] in dit verband gesteld dat de verjaringstermijn ex artikel 3:307 BW van toepassing is. [eiser] heeft zijn visie dat geen sprake is van een consumentenkoop gemotiveerd met zijn … verjaringstermijn van twee jaar slaagt gelet op het voorgaande dan ook niet. Verjaring (artikel 3:307 BW) 4.12 [gedaagde] heeft verder aangevoerd dat ook indien een verjaringstermijn van vijf jaren zou gelden
- Civiel recht overigCassatieVerbintenissenrecht. Verjaring vordering uit vaststellingsovereenkomst; opeisbaarheid; arbitrage…
Hoge Raad|25 juni 2010|ECLI:NL:HR:2010:BM3914
hoofde van de vaststellingsovereenkomst van 20 juni 1994, zodat de verjaringstermijn van art. 3:307 BW ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding ruimschoots was verstreken. [Verweerder] c.s. hebben voorts
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 december 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3816
Kantonrechter incidenteel geappelleerd. Zij heeft met betrekking tot haar primaire vordering betoogd dat art. 3:307 BW toepassing mist omdat krachtens art. 73 Overgangswet nog tot 1 januari 1993 de naar … huidige recht uit op een termijn van vijf jaar op grond van art. 3:307 BW. Zie over de verjaringskwestie en de lagere rechtspraak onder meer: H.P. Breuker, Tijdschrift voor Pensioenvraagstuk
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigHuur reuzenrad: bevoegheid Nederlandse rechter, toepasselijk recht, afwikkeling huurovereenkomst.
Rechtbank Leeuwarden|25 april 2012|ECLI:NL:RBLEE:2012:BW6257
Huur reuzenrad: bevoegheid Nederlandse rechter, toepasselijk recht, afwikkeling huurovereenkomst.
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|12 april 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD9119
geval de rechtbank inzake de verjaring niet art. 3:310 BW doch art. 3:307 BW van toepassing acht, vordert voor recht te verklaren dat [verweerster] gehouden is een schadevergoeding te betalen
- Civiel recht overigCassatie17 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/158HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…
Hoge Raad|17 oktober 2003|ECLI:NL:HR:2003:AI0308
aangemerkt als een verplichting tot een geven of een doen, zodat - gelet op art. 3:307 BW - hiervoor een verjaringstermijn geldt van vijf jaar. De stelling van de curator, dat deze verjaringstermijn
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig“Geldigheid verhuurbeding op vakantiepark. Verjaring en verplicht lidmaatschap VvE. Wijziging van de akte op…
Rechtbank Noord-Nederland|25 oktober 2017|ECLI:NL:RBNNE:2017:4141
geven te kwalificeren verbintenis is verjaard. De termijn van verjaring bedraagt ingevolge artikel 3:307 BW vijf jaar en deze termijn is gaan lopen bij ondertekening van de leveringsakte, althans … Daaruit volgt dat deze verbintenissen hieruit zijn onderworpen aan de (korte) verjaringstermijn van artikel 3:307 BW van vijf jaren. 4.8. De rechtbank zal vervolgens onderzoeken of de verjaringstermijn is voltooid. Allereerst
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.