7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtHoger beroepOptierecht tot sluiten van ondererfpachtovereenkomst mbt perceel in havengebied Amsterdam tbv ontwikkeling…
Gerechtshof Den Haag|25 oktober 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:2520
perceel in havengebied Amsterdam tbv ontwikkeling hotel. Aanbrengfee en afkoopsom. Onkundig abi artt 2:6 BW en 25 Hrgw 2007. Haviltex. Namarebo. Opeisbaarheid. Rente. Onrechtmatige daad. Art 2:9 BW. GERECHTSHOF
- Civiel recht overigHoger beroepcontractsoverneming – rechtshandeling namens een op te richten rechtspersoon – bewijsopdracht.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba|4 mei 2021|ECLI:NL:OGHACMB:2021:137
eerste tot en met derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 3.4. Artikel 2:6 BW luidt: 1. Uit rechtshandelingen, verricht namens een op te richten rechtspersoon, ontstaan slechts rechten en verplichtingen voor … Appellant] heeft gehandeld namens de op te richten rechtspersoon DV, bedoeld in artikel 2:6 BW; hier geldt evenmin een formaliteitsvereiste. Het handelen namens de op te richten DV moet wel voldoende
- Civiel recht overigHoger beroepContractsoverneming – rechtshandeling namens een op te richten rechtspersoon - eindvonnis.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba|27 juli 2021|ECLI:NL:OGHACMB:2021:333
contract is gesloten ‘namens een op te richten rechtspersoon’, bedoeld in artikel 2:6 BW. De overeenkomst staat op naam van de eenmanszaak van [Appellant]. Ook de wederpartij moet ermee akkoord gaan
- Civiel recht overigHoger beroepkosten herstel mandelige muur; geen mandeligheid na sloop; door schoorconstructie niet alsnog mandeligheid
Gerechtshof 's-Gravenhage|16 augustus 2011|ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2442
strijd met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in de artikelen 3:166 jo. 2:6 BW dan wel dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. De door [appellant] aangehaalde bepaling
- Civiel recht overigHoger beroep403-verklaring, hoofdelijke aansprakelijkheid en verjaring.
Gerechtshof Den Haag|18 maart 2014|ECLI:NL:GHDHA:2014:892
artikel 2:314 BW opgenomen verplichtingen zou zijn voldaan. Artikel 2:6 BW beschermt immers slechts tegen onbekendheid met een feit dat niet openbaar is gemaakt. Voor een dergelijke bescherming binnen
- Civiel recht overigHoger beroepOp grond van het bepaalde in artikel 2:6 lid 2 BW kan een beroep op eventuele statutaire onbevoegdheid van…
Gerechtshof Amsterdam|8 januari 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:2068
Klaagster heeft niet betwist dat zij noch haar wederpartij in de akte, ingevolge artikel 2:6 BW, de kennelijke onvolledigheid van de in het handelsregister opgenomen gegevens jegens elkaar kunnen inroepen
- Civiel recht overigHoger beroepHeeft factoringmaatschappij ING ComFin onrechtmatig gehandeld jegens de gezamenlijke crediteuren van de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|26 augustus 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:6668
Heeft factoringmaatschappij ING ComFin onrechtmatig gehandeld jegens de gezamenlijke crediteuren van de gefailleerde vennootschappen door, in strijd met haar jegens die crediteuren geldende zorgplicht, de onderhavige leveraged buyout (die mogelijkerwijs in strijd was met het destijds geldende artikel 2:207c lid 2 BW)…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.