17 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigArtt. 2:6 BW en 179 en 193 Fw. Incident ontvankelijkheid curator. De wijze waarop faillissement eindigt is…
Rechtbank Rotterdam|22 december 2010|ECLI:NL:RBROT:2010:BP0039
Artt. 2:6 BW en 179 en 193 Fw. Incident ontvankelijkheid curator. De wijze waarop faillissement eindigt is limitatief door Faillissementswet bepaald, wat er ook wordt gepubliceerd. Artikel
- VerbintenissenrechtHoger beroepOptierecht tot sluiten van ondererfpachtovereenkomst mbt perceel in havengebied Amsterdam tbv ontwikkeling…
Gerechtshof Den Haag|25 oktober 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:2520
perceel in havengebied Amsterdam tbv ontwikkeling hotel. Aanbrengfee en afkoopsom. Onkundig abi artt 2:6 BW en 25 Hrgw 2007. Haviltex. Namarebo. Opeisbaarheid. Rente. Onrechtmatige daad. Art 2:9 BW. GERECHTSHOF
- BelastingrechtCassatieArt. 5:1, lid 3, Awb; art. 51 Sr. Naheffing loonheffing van een vof mede over periode voorafgaande aan…
Hoge Raad|20 oktober 2017|ECLI:NL:HR:2017:2655Aangehaald in 21 uitspraken
rechtspersoon of entiteit ontbonden is. Dit strookt ook met het aan artikel 2:6 BW ten grondslag liggende beginsel. Indien ten tijde van het instellen van de strafvervolging uit de stukken … boete aan de ontbonden rechtspersoon of entiteit vervalt . Voorts strookt met het aan artikel 2:6 BW ten grondslag liggende beginsel dat de inspecteur zijn bevoegdheid tot het opleggen van een boete
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBestuurdersaansprakelijkheid. Vernietigbaarheid borgstellingsovereenkomst wegens dwaling?
Rechtbank Arnhem|25 juni 2008|ECLI:NL:RBARN:2008:BD6877
handelsregister afgaat, er op mag vertrouwen dat de opgenomen gegevens juist zijn (art. 2:6 BW en art. 18 Hrw. 1996). 5.10. Tegenover een wederpartij die daarvan onkundig was, kan de onjuistheid … wordt, grotendeels ongedaan gemaakt wordt. Het mogen vertrouwen op het handelsregister dat door art. 2:6 BW en art. 5 Hrw. 1996 als hoofdregel wordt gesteld, zou dan wijken voor de onzekerheid
- Civiel recht overigHoger beroepcontractsoverneming – rechtshandeling namens een op te richten rechtspersoon – bewijsopdracht.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba|4 mei 2021|ECLI:NL:OGHACMB:2021:137
eerste tot en met derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 3.4. Artikel 2:6 BW luidt: 1. Uit rechtshandelingen, verricht namens een op te richten rechtspersoon, ontstaan slechts rechten en verplichtingen voor … Appellant] heeft gehandeld namens de op te richten rechtspersoon DV, bedoeld in artikel 2:6 BW; hier geldt evenmin een formaliteitsvereiste. Het handelen namens de op te richten DV moet wel voldoende
- BelastingrechtVerwijzing na Hoge RaadVerwijzing na Hoge Raad. Naheffingsaanslag Loonheffingen. Belanghebbende slaagt niet in het bewijs dat de…
Gerechtshof Amsterdam|24 juli 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:4321
rechtspersoon of entiteit ontbonden is. Dit strookt ook met het aan artikel 2:6 BW ten grondslag liggende beginsel. Indien ten tijde van het instellen van de strafvervolging uit de stukken … boete aan de ontbonden rechtspersoon of entiteit vervalt . Voorts strookt met het aan artikel 2:6 BW ten grondslag liggende beginsel dat de inspecteur zijn bevoegdheid tot het opleggen van een boete
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE0553
overwogene. Bedacht dient te worden dat de aansluiting bij het in art. 2:6 BW naar voren komend beginsel (dat in de Handelsregisterwet 1996 nadere uitwerking heeft gevonden) een beperking kent … beginsel, art. 2:6 BW en het in de Handelsregisterwet 1996 bepaalde strekken tot bescherming van derden voor wie het van belang is vast te stellen of een rechtspersoon, een personenvennootschap
- Bestuursrecht overigEerste aanleg - enkelvoudigVerweerster heeft met het primaire besluit, voor zover dat strekt tot de ambtshalve uitschrijving van naam 4…
College van Beroep voor het bedrijfsleven|28 april 2020|ECLI:NL:CBB:2020:325
artikel 2:8 BW, en daarom op grond van artikel 2:6 BW en naar analogie met de uitspraak van de Hoge Raad van 2 juni 1977, niet aan [naam
- Civiel recht overigHoger beroepContractsoverneming – rechtshandeling namens een op te richten rechtspersoon - eindvonnis.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba|27 juli 2021|ECLI:NL:OGHACMB:2021:333
contract is gesloten ‘namens een op te richten rechtspersoon’, bedoeld in artikel 2:6 BW. De overeenkomst staat op naam van de eenmanszaak van [Appellant]. Ook de wederpartij moet ermee akkoord gaan
- Civiel recht overigHoger beroepkosten herstel mandelige muur; geen mandeligheid na sloop; door schoorconstructie niet alsnog mandeligheid
Gerechtshof 's-Gravenhage|16 augustus 2011|ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2442
strijd met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in de artikelen 3:166 jo. 2:6 BW dan wel dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. De door [appellant] aangehaalde bepaling
- Civiel recht overigHoger beroep403-verklaring, hoofdelijke aansprakelijkheid en verjaring.
Gerechtshof Den Haag|18 maart 2014|ECLI:NL:GHDHA:2014:892
artikel 2:314 BW opgenomen verplichtingen zou zijn voldaan. Artikel 2:6 BW beschermt immers slechts tegen onbekendheid met een feit dat niet openbaar is gemaakt. Voor een dergelijke bescherming binnen
- Civiel recht overigHoger beroepOp grond van het bepaalde in artikel 2:6 lid 2 BW kan een beroep op eventuele statutaire onbevoegdheid van…
Gerechtshof Amsterdam|8 januari 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:2068
Klaagster heeft niet betwist dat zij noch haar wederpartij in de akte, ingevolge artikel 2:6 BW, de kennelijke onvolledigheid van de in het handelsregister opgenomen gegevens jegens elkaar kunnen inroepen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigOnrechtmatige daad? Uitlatingen van gedaagden kunnen niet als onjuist dan wel als onzorgvuldig worden…
Rechtbank Overijssel|19 januari 2022|ECLI:NL:RBOVE:2022:765
formeel bestuurder’, ‘informeel bestuurder’ of (bijvoorbeeld) ‘bestuurder in de zin van artikel 2:6 BW’ was. In het gewone spraakgebruik bij juridisch leken, zoals [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , bestaat geen verschil
- Civiel recht overigHoger beroepHeeft factoringmaatschappij ING ComFin onrechtmatig gehandeld jegens de gezamenlijke crediteuren van de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|26 augustus 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:6668
Heeft factoringmaatschappij ING ComFin onrechtmatig gehandeld jegens de gezamenlijke crediteuren van de gefailleerde vennootschappen door, in strijd met haar jegens die crediteuren geldende zorgplicht, de onderhavige leveraged buyout (die mogelijkerwijs in strijd was met het destijds geldende artikel 2:207c lid 2 BW)…
- Civiel recht overigKort gedingVordering curator Yukos Oil tegen advocatenkantoor NautaDutilh afgewezen. De voorzieningenrechter heeft de…
Rechtbank Amsterdam|21 september 2006|ECLI:NL:RBAMS:2006:AY8793
bijzonder uit de artikelen 3:78 jo 3:71 Burgerlijk Wetboek (BW), en 2:6 BW en 18 lid 3 Handelsregister-wet. Door de weigering van Nauta kan [eiser1] zijn taak
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntnemingsvonnis vastgesteld op een verkregen voordeel van € 3.831.515,57.
Rechtbank Oost-Brabant|27 maart 2025|ECLI:NL:RBOBR:2025:2652
verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het voortuitzicht gesteld stoffelijk voordeel (art. 2:6 BW). Uit de jurisprudentie volgt dat de wettelijke begrippen ‘goed’ en ‘voorwerp’ ook functioneel kunnen worden
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigSamenwerking tussen stichting en museum. De stichting is eigenares van een omvangrijke collectie zwaar…
Rechtbank 's-Hertogenbosch|10 juni 2009|ECLI:NL:RBSHE:2009:BI7149
Samenwerking tussen stichting en museum. De stichting is eigenares van een omvangrijke collectie zwaar militair materieel die in bruikleen is gegeven aan het museum met het doel de collectie tentoon te stellen. De stichting beroept zich erop dat de overeenkomsten tussen partijen niet rechtsgeldig tot stand zijn…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.