29 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepvervolg van (onder andere) 25 september 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3490. Beslissing over eigendom van stukje…
Gerechtshof Amsterdam|18 juni 2019|ECLI:NL:GHAMS:2019:2047Aangehaald in 7 uitspraken
doen. Misbruik van bevoegdheid. Toepasselijke wetsartikelen: 118 Rv, 3:13 BW, 3:99 BW, 3:118 BW, 5:50 BW, 5:51 BW, 5:54 BW Zie ECLI:NL:GHAMS
- Civiel recht overigHoger beroepZakelijke rechten. Doorlopende “vergeten” kelderruimte onder de tuinen van een aantal (in appartementsrechten…
Gerechtshof Amsterdam|22 december 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:3574
tuin) heeft toegekend gekregen. Wetsartikelen: 3:4 BW, 5:20 BW, 5:24 BW, 3:118 BW, 3:99 BW, 3:105 BW, 5:126 BW, 343 Rv, 118 Rv. GERECHTSHOF AMSTERDAM … zijn of waren, maar aan de vereisten voor goede trouw als bedoeld in artikel 3:118 BW is niet voldaan. 3.18 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank de vorderingen
- Civiel recht overigHoger beroepInhoud: vervolg van incidenteel arrest (ECLI:NL:GHAMS:2021:4176). Advocaat vordert van vader en zoon o.a…
Gerechtshof Amsterdam|25 april 2023|ECLI:NL:GHAMS:2023:959
zover van belang: “het hiervoor genoemd te betalen bedrag erken ik hierbij i.v.m. art. 3:118 BW [hier en hierna zal zijn bedoeld: art. 3: 3 18 BW; hof] en de stuiting … zover van belang: “het hiervoor genoemd te betalen bedrag erken ik hierbij i.v.m. art. 3:118 BW en stem in met de stuiting daarvan.” Allereerst betreft het hier – als gevolg
- Civiel recht overigHoger beroepEigendomsverkrijging door verkrijgende of bevrijdende verjaring? Erfdienstbaarheid door verkrijgende of…
Gerechtshof Den Haag|20 maart 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:512
aanvang van zijn bezit, aldus art. 3:102 lid 2 BW. Volgens art. 3:118 BW is de bezitter te goeder trouw wanneer hij zich als rechthebbende beschouwt en zich ook redelijkerwijze … moet derhalve worden beoordeeld aan de hand van het bepaalde in de artikelen 3:118 BW jo 3:11 BW. 12. Er als veronderstelling van uitgaande dat [appellant] de ruimtes
- Civiel recht overigHoger beroepBurenrecht. Conflict over ligging van de erfgrens tussen percelen met woning op recreatiepark. Beroep op…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|16 juni 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:4014
wordt aanwezig te zijn; het ontbreken van goede trouw moet worden bewezen (zie artikel 3:118 BW). 4.3. Of sprake is van ‘bezit’, moet steeds beoordeeld worden naar verkeersopvatting, met inachtneming … weergegeven foto’s, ook in 1994/1995 al aanwezig was. Het vermoeden van artikel 3:118 BW is in zoverre dan ook weerlegd. Mocht Deshima haar vordering niet uitsluitend op grond van artikel
- Civiel recht overigHoger beroepBankbrieven. Eerste en latere verkrijgers van ontvreemde bankbrieven niet te goeder trouw in de zin van art…
Gerechtshof Amsterdam|10 januari 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BV7398
acht heeft geslagen op hun beroep op de artikelen 3:99 lid 1 en 3:118 BW alsmede de artikelen 6:146 en 6:147 BW. Nu vast is komen te staan … geen bezitter te goeder trouw en missen de artikelen 3:99 lid 1 en 3:118 BW toepassing. [ Appellanten ] zijn derhalve niet door verjaring eigenaar van de Bankbrieven geworden. Als gevolg
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil over strookje grond bij industrieterrein. Beroep op verkrijgende verjaring gaat niet op. Gebruiker…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|11 juni 2024|ECLI:NL:GHARL:2024:3858
gaat om een registergoed waarvoor lid 2 van dat artikel een uitzondering maakt. Artikel 3:118 BW bepaalt dat een bezitter te goeder trouw is wanneer hij zich als rechthebbende beschouwt … merken als een bezitter te goeder trouw in de zin van artikel 3:118 BW en 3:99 BW, wat overigens niet impliceert dat hij een bezitter te kwader trouw
- Civiel recht overigHoger beroepoud recht, verkrijgende verjaring, bevrijdende verjaring, bezit, goede trouw, artikel 93 Overgangswet.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|26 juni 2012|ECLI:NL:GHSHE:2012:BW9851Aangehaald in 8 uitspraken
zonder meer worden beantwoord aan de hand van de maatstaven neergelegd in artikel 3:118 BW - te beschouwen als lex specialis ten opzichte van artikel 3:11 BW - en artikel 3
- Civiel recht overigHoger beroepVeroordeling tot betaling van aan erfgenamen toekomend contant geld. Vordering tot afgifte van een hond…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|28 januari 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:249
artikelen 3:2a BW, 3:107 BW, 3:108 BW, 3:109 BW en 3:118 BW wordt vermoed rechthebbende te zijn van de hond. Het is aan [appellante] om een beter
- Civiel recht overigHoger beroepGeslaagd beroep op verkrijgende verjaring van de eigendom van een onroerende zaak (deel van een eilandje)…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|24 mei 2016|ECLI:NL:GHARL:2016:4022
haar bezit te goeder trouw was, neemt het hof het bepaalde in artikel 3:118 BW tot uitgangspunt. Een bezitter is te goeder trouw, wanneer hij zich als rechthebbende beschouwt en zich
- Civiel recht overigHoger beroepVraag of perceeleigenaar ten aanzien van een strook grond op een perceel van de buren een zakelijk recht…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|13 februari 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:1371
verkrijger zich als rechthebbende beschouwt en ook redelijkerwijs als zodanig mocht beschouwen, zie art. 3: 118 BW. Dit betekent ten aanzien van erfdienstbaarheden in de regel dat sprake moet zijn
- Civiel recht overigHoger beroepveranderde grens water/ land perceelgrens?
Gerechtshof 's-Gravenhage|3 juli 2008|ECLI:NL:GHSGR:2008:BD7066
rechthebbende van de strook grond beschouwde en zich ook als zodanig mocht beschouwen, art. 3:118 BW. Ingevolge art. 73 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek is art. 3:99 BW
- Civiel recht overigHoger beroepburenrecht. verkrijgende verjaring strook grond door bezitter te goeder trouw.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|2 juli 2013|ECLI:NL:GHSHE:2013:2772
oude recht worden beantwoord aan de hand van de maatstaven neergelegd in artikel 3:118 BW - te beschouwen als lex specialis ten opzichte van artikel 3:11 BW - en artikel 3
- Civiel recht overigHoger beroepIngevolge artikel 3:109 BW wordt [appellant sub 1] vermoed de stroken voor zichzelf te houden. Dit vermoeden…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|6 september 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5184
indien hij zich als rechthebbende beschouwt en zich ook als zodanig mocht beschouwen (art. 3:118 BW). Van goede trouw van een bezitter van een erfdienstbaarheid zal uit de aard der zaak
- GoederenrechtHoger beroepberoep op extinctieve verjaring t.a.v. perceel grond/water
Gerechtshof Den Haag|10 september 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:2365
plaatsgevonden en dat hij derhalve geen eigenaar van het Perceel was geworden (artikel 3:118 BW). Hieraan kan niet afdoen dat het uitblijven van een levering mogelijk was toe te schrijven
- Civiel recht overigHoger beroepBurengeschil. Geen erfdienstbaarheid ontstaan door verjaring, geen buurweg gevestigd. Geen noodweg om met…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|23 mei 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:4351
verkrijger zich als rechthebbende beschouwt en ook redelijkerwijs als zodanig mocht beschouwen (art. 3:118 BW). Ten aanzien van erfdienstbaarheden betekent dit in de regel dat sprake moet zijn van een akte
- Civiel recht overigHoger beroepIs een erfdienstbaarheid door verjaring ontstaan op grond van oud BW? Is een erfdienstbaarheid door…
Gerechtshof Den Haag|24 december 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:3536
Is een erfdienstbaarheid door verjaring ontstaan op grond van oud BW? Is
- Civiel recht overigHoger beroepBurengeschil over een pad tussen woningen; over de eigendom en over het ontstaan van erfdienstbaarheden over…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|26 maart 2024|ECLI:NL:GHARL:2024:2304
verkrijger zich als rechthebbende beschouwt en ook redelijkerwijs als zodanig mocht beschouwen (art. 3:118 BW). Ten aanzien van erfdienstbaarheden betekent dit in de regel dat sprake moet zijn van een akte
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil tussen twee vastgoedontwikkelaars die zich bezighouden met kamerverhuur aan studenten. Door nieuwbouw…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|13 juni 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:4942
bepaling is vereist bezit (artikel 3:107 BW en verder) te goeder trouw (artikel 3:118 BW) gedurende een onafgebroken periode van tien jaren. [appellante] heeft onvoldoende het bezit van de vermeende
- GoederenrechtHoger beroepburenrecht, geschil over erfgrens, verkrijgende verjaring.
Gerechtshof Den Haag|31 maart 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:565
mogelijk iets eerder), heeft [geïntimeerde] zich in ieder geval redelijkerwijs als rechthebbende (ex artikel 3:118 BW) mogen beschouwen. Dat zij daarbij te goeder trouw was, is door [appellant] niet betwist
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.