24 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 3.2 Wet IB 2001. De werkzaamheden van belanghebbende kwalificeren niet als winst uit onderneming. Er…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 maart 2021|ECLI:NL:GHSHE:2021:664
Artikel 3.2 Wet IB 2001. De werkzaamheden van belanghebbende kwalificeren niet als winst uit onderneming. Er is geen sprake van debiteurenrisico van enige betekenis. Evenmin is gebleken van betekenisvol investeringsrisico. Bovendien … inkomsten uit de werkzaamheden van belanghebbende als winst uit onderneming als bedoeld in artikel 3.2 Wet IB 2001? 3.2. Belanghebbende concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank. De inspecteur concludeert
- BelastingrechtHoger beroepToepassing faciliteit artikel 3.64 Wet IB 2001. Belanghebbende was vennoot in een vof die een kledingzaak…
Gerechtshof Amsterdam|27 maart 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:1596
vakantiestudio’s kan worden aangemerkt als een onderneming in de zin van artikel 3.2 Wet IB 2001. Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerk 16/00526 27 maart 2018 uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer … vakantiestudio’s kan worden aangemerkt als een onderneming in de zin van artikel 3.2 Wet IB 2001. 4 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft in haar uitspraak het volgende overwogen
- BelastingrechtHoger beroepArt. 3.2 Wet IB 2001. Geen sprake van IB-onderneming. BTW-ondernemerschap en inschrijving KvK niet voldoende…
Gerechtshof Den Haag|16 oktober 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2156
3.2 Wet IB 2001. Geen sprake van IB-onderneming. BTW-ondernemerschap en inschrijving KvK niet voldoende voor ondernemerschap. Kosten niet aannemelijk gemaakt. Geen schending vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel. GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht
- BelastingrechtHoger beroepArt. 2.3 en 3.2 Wet IB 2001; 16 AWR. (Navorderings)aanslagen IB/PVV 2014 tot en met 2016. Nieuw feit…
Gerechtshof Den Haag|29 november 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:2444
3.2 Wet IB 2001; 16 AWR. (Navorderings)aanslagen IB/PVV 2014 tot en met 2016. Nieuw feit. Ambtelijk verzuim. Bron van inkomen. Winst uit onderneming. Objectieve voordeelsverwachting ter zake van door belanghebbende
- BelastingrechtHoger beroepArt. 3.2 en art. 4.17a Wet IB 2001. Verhuur van onroerend goed vormt geen materiële onderneming. De…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|18 januari 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:391
wordt ingenomen dat sprake is van een materiële onderneming in de zin van artikel 3.2 Wet IB 2001. 2.12. Op 29 augustus 2014 is de aangifte IB/PVV voor het jaar 2013 ingediend … artikelen 35b/35c SW voor het begrip ‘onderneming’ wordt verwezen naar artikel 3.2 Wet IB 2001, zal de rechtbank hierna de beide geschilvragen tegelijkertijd behandelen en beantwoorden. 4.4. Als ‘onderneming’ als bedoeld
- BelastingrechtHoger beroepAan belanghebbende is een aanslag schenkbelasting opgelegd in verband met de schenking van alle aandelen in…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 september 2021|ECLI:NL:GHSHE:2021:2883Aangehaald in 7 uitspraken
geval waarin krachtens schenking een onderneming in de zin van artikel 3.2 Wet IB 2001 wordt verkregen (dan wel (certificaten van) aandelen in een vennootschap die een onderneming drijft), staat aan toepassing … artikellid, waaruit volgt dat onder onderneming wordt verstaan een onderneming als bedoeld in artikel 3.2 Wet IB 2001. 2.4.3 De Rechtbank heeft geoordeeld dat de indirecte belangen van Beheer
- BelastingrechtHoger beroepErfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling. Materiële onderneming?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|27 mei 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:3419
lichaam waarop het belang betrekking heeft een materiële onderneming drijft als bedoeld in artikel 3.2 Wet IB 2001. Daarbij heeft te gelden dat slechts als ondernemingsvermogen wordt aangemerkt de waarde … oordeelt als volgt. Er is sprake van een materiële onderneming, zoals bedoeld in artikel 3.2 Wet IB 2001 (zie 4.2) indien een organisatie van kapitaal en arbeid is gericht op het deelnemen
- BelastingrechtHoger beroepErfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling. Materiële onderneming?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|27 mei 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:3418
lichaam waarop het belang betrekking heeft een materiële onderneming drijft als bedoeld in artikel 3.2 Wet IB 2001. Daarbij heeft te gelden dat slechts als ondernemingsvermogen wordt aangemerkt de waarde … oordeelt als volgt. Er is sprake van een materiële onderneming, zoals bedoeld in artikel 3.2 Wet IB 2001 (zie 4.2) indien een organisatie van kapitaal en arbeid is gericht op het deelnemen
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Winst uit aanmerkelijk belang. Omvang. Toepassing art. 4.17a Wet IB 2001. Is sprake van beleggingsvermogen?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|5 september 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:7794Aangehaald in 6 uitspraken
vennootschap waarop de aandelen of winstbewijzen betrekking hebben, een onderneming als bedoeld in artikel 3.2 Wet IB 2001 drijft. Het tweede lid van voormeld artikel 4.17a bepaalt dat, indien het eerste
- BelastingrechtHoger beroepBerekening heffingskorting bij binnenlandse en buitenlandse periode in een jaar. In 2016 is sprake van een…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|7 juni 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:1871
Berekening heffingskorting bij binnenlandse en buitenlandse periode in een jaar. In 2016 is sprake van een buitenlandse en opvolgend binnenlandse periode. In de binnenlandse periode is belanghebbende premieplichtig in Nederland voor de volksverzekeringen. Ter berekening van het inkomstenbelastingdeel van de algemene…
- BelastingrechtHoger beroepIn geschil is of door de verhuur van de onderneming binnen een jaar na de schenking nog aan het…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 juli 2021|ECLI:NL:GHSHE:2021:2396
onderdeel a, SW, te weten een onderneming als bedoeld in artikel 3.2 Wet IB 2001. De vergelijking die de inspecteur maakt met de situatie waarin een eenmanszaak wordt ingebracht in een vennootschap
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Inkomsten consultant. Winst uit onderneming of loon uit dienstbetrekking?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|15 december 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:10512
IB/PVV. Inkomsten consultant. Winst uit onderneming of loon uit dienstbetrekking?
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij als beoefenaar van een zelfstandig beroep winst uit…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|31 december 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:4094
Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij als beoefenaar van een zelfstandig beroep winst uit onderneming geniet.
- BelastingrechtHoger beroepIn geschil is in welke mate de BOR als bedoeld in artikel 35 b Successiewet 1956 van toepassing is op de…
Gerechtshof Amsterdam|11 mei 2023|ECLI:NL:GHAMS:2023:1284
In geschil is in welke mate de BOR als bedoeld in artikel 35 b Successiewet 1956 van toepassing is op de geschonken certificaten van aandelen. Ook de waarde van deze certificaten is in geschil. Het Hof komt tot de conclusie dat op grond van keuzevermogen er geen verhuurde onroerende zaken tot het ondernemingsvermogen…
- Bestuursrecht overigHoger beroepErfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling. Bezitseis. Liquide middelen en effecten. Ondernemingsvermogen?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|23 september 2025|ECLI:NL:GHARL:2025:5900
voor de toepassing van de BOR een materiële onderneming in de zin van artikel 3.2 Wet IB 2001 (hierna: de onderneming). Partijen houdt uitsluitend verdeeld de etikettering van de liquide middelen
- BelastingrechtHoger beroepTussen partijen is in geschil of de aanslag terecht is berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en…
Gerechtshof Den Haag|27 november 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:3249
zorgverlening, dienen te worden gekwalificeerd als belastbare winst uit onderneming (zoals bedoeld in artikel 3.2 Wet IB 2001), niet voldoende onderbouwd. Ten aanzien van de eerstgenoemde werkzaamheden staat vast dat de resultaten
- BelastingrechtHoger beroepArtikelen 2.14, 3.1, 3.2, 3.4, 3.5 en 3.81 Wet IB 2001; artikelen 4 en 10 Wet LB 1964; artikelen 2a en 2e…
Gerechtshof Den Haag|15 juni 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:1258
Artikelen 2.14, 3.1, 3.2, 3.4, 3.5 en 3.81 Wet IB 2001; artikelen
- BelastingrechtHoger beroepInkomstenbelasting. Gepromoveerde agrarische onderzoekster is ondernemer.
Gerechtshof Arnhem|28 juli 2009|ECLI:NL:GHARN:2009:BJ6911
diensten. Of deze activiteiten tezamen genomen een onderneming vormen in de zin van art. 3.2 Wet IB 2001, staat nog te bezien. Ik ben bereid om het ondernemerschap bij de aangifte over
- Bestuursrecht overigHoger beroepIB/PVV. Aanmerkelijk belang. Doorschuiffaciliteit. Liquide middelen en effecten. Ondernemingsvermogen?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|23 september 2025|ECLI:NL:GHARL:2025:5897
Wet IB 2001 een materiële onderneming in de zin van artikel 3.2 Wet IB 2001 (hierna: de onderneming). Partijen houdt uitsluitend verdeeld de etikettering van de liquide middelen en effecten
- Bestuursrecht overigHoger beroepErfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling. Bezitseis. Liquide middelen en effecten. Ondernemingsvermogen?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|23 september 2025|ECLI:NL:GHARL:2025:5899
voor de toepassing van de BOR een materiële onderneming in de zin van artikel 3.2 Wet IB 2001 (hierna: de onderneming). Partijen houdt uitsluitend verdeeld de etikettering van de liquide middelen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.