3 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Voordeel uit aanmerkelijk belang. Vereiste aangifte. Omkering en verzwaring van de bewijslast…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 april 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:2717
dividenduitkering van [NV1] . Ter berekening van het forfaitaire voordeel in de zin van artikel 4.13 Wet IB 2001 is belanghebbende uitgegaan van het eigen vermogen van [NV1] (van € 11.199.461) zoals vermeld … volgt: Waarde aandelen [NV1] op 1 januari 2012 € 11.199.461 Fictief rendement (4%) (art. 4.13 Wet IB 2001) € 447.978 Tijdsgelang (11 maanden) € 410.646 Minus: daadwerkelijk dividenduitkering -/- € 421.000 Fictief rendement 0 Regulier voordeel
- BelastingrechtHoger beroepHet Hof is van oordeel dat de inspecteur voldoende feiten en omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt waaruit…
Gerechtshof Amsterdam|4 oktober 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:3711
Het Hof is van oordeel dat de inspecteur voldoende feiten en omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt waaruit volgt dat in 2010 een situatie is ontstaan waarin de Geldlening en de rekening-courantschuld van belanghebbende aan de NV niet zullen worden afgelost. Het een en ander leidt tot het oordeel dat een bedrag van…
- BelastingrechtHoger beroepInformatiebeschikkingen. Inspanningsverplichting.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 april 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:2718
voordeel uit aanmerkelijk belang betreft een forfaitair voordeel in de zin van artikel 4.13 Wet IB 2001 ter zake van de aandelen in [NV6] . 2.15. De Inspecteur heeft op 1 april
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.