24 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil over scheidingsmuur tussen twee erven. Bewijsvermoeden van artikel 5:36 BW. Bewijsopdracht voor…
Gerechtshof Den Haag|7 maart 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:630
Geschil over scheidingsmuur tussen twee erven. Bewijsvermoeden van artikel 5:36 BW. Bewijsopdracht voor tegenbewijs. GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.164.070/01 Rolnummer rechtbank : C/09/459634/ HA ZA 14-184 arrest … erkend dat de tegelmuur diende als scheidsmuur tussen beide percelen. Op grond van artikel 5:36 BW geldt een wettelijk vermoeden dat het midden van een muur die als afscheiding van twee
- VerbintenissenrechtHoger beroepBurengeschil. Behoort de strook grond die gelegen is op het perceel dat is geleverd aan de ene buur toch toe…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 maart 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:593
verlengde hiervan, zo begrijpt het hof, beroepen [appellanten] zich op het vermoeden van artikel 5:36 BW, te weten dat het hiervoor al besproken hek op het perceel [kadastrale aanduiding
- VerbintenissenrechtHoger beroepGeschil tussen buren over de erfgrens en over een geplaatste camera.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 februari 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:348
muur mandelig was. Zij hebben in dit kader ook verwezen naar het in artikel 5:36 BW neergelegde wettelijk vermoeden dat indien een muur als afscheiding dient tussen twee erven, het midden … afscheiding wordt vermoed de grens tussen deze erven te zijn. Dit beroep op artikel 5:36 BW kan [appellanten] echter niet baten, omdat het in artikel 5:36 BW neergelegde wettelijk vermoeden
- Civiel recht overigHoger beroepBurenrecht. Haag die dient als erfafscheiding is in dit geval niet mandelig. Strook grond tussen kadastrale…
Gerechtshof Amsterdam|21 september 2021|ECLI:NL:GHAMS:2021:3084
volgende aangevoerd. Vast staat dat de haag dient als erfafscheiding. Op grond van artikel 5:36 BW wordt de haag vermoed de grens tussen de percelen van partijen te zijn. Dan bestaat … recenter ook veel gedetailleerder en (ook volgens [appellant] ) nauwkeuriger. Het wettelijk vermoeden van artikel 5:36 BW is door de grensreconstructie van 2016, de daarbij aangebrachte markeringen en de waarnemingen
- Civiel recht overigHoger beroepAppel van ECLI:NL:RBAMS:2018:3229. Kort geding. Vordering tegen de buren tot ontruiming van een…
Gerechtshof Amsterdam|16 juli 2019|ECLI:NL:GHAMS:2019:2598
Voorafgaand aan de verwijdering van de haag kon hij immers, gelet op artikel 5:36 BW, enkel als bezitter van de grond tot aan het midden van de haag worden aangemerkt … grond komt het hof echter tot een ander voorlopig oordeel dan de voorzieningenrechter. Artikel 5:36 BW bepaalt weliswaar dat indien een heg als afscheiding van twee erven dient, het midden
- VerbintenissenrechtHoger beroepkoop onroerend goed, verschil opgegeven en werkelijke grootte geen tekortkoming en geen non-conformiteit
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|12 mei 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:1550
vermelding van de oppervlakte vermoed wordt slechts als enkele aanduiding te zijn bedoeld. Artikel 5:36 BW bepaalt dat de grens tussen twee erven vermoed wordt te zijn het midden van (onder … plaatse bekeken en waren zij met de op grond van de wet vermoede (art. 5:36 BW) en feitelijke erfgrens bekend. Gesteld noch gebleken is verder dat [appellanten c.s.] naast een woonhuis
- Civiel recht overigHoger beroepVordering tegen eigenaar van buurperceel op grond van artikel 5:59 BW om onderhoud te verrichten aan…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|25 maart 2025|ECLI:NL:GHARL:2025:1810
grens correct weergeeft. In zoverre is sprake van een weerlegging van het in artikel 5:36 BW gegeven wettelijk vermoeden dat het midden van een watergang de grens is tussen twee erven … niet meren, vijvers, plassen en dergelijke wateren, en rivieren. In de wetsgeschiedenis bij artikel 5:36 BW is een beek genoemd als voorbeeld van een niet bevaar stromend water
- Civiel recht overigHoger beroepPartijen zijn buren van elkaar. Deze zaak gaat over de vraag waar de erfgrens ligt en ook of het één van de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|25 juni 2024|ECLI:NL:GHARL:2024:4222
beklemde perceel, wat in lijn is met de grensreconstructie van 8 januari 2021. Art. 5:36 BW speelt daarom geen rol. Van een sloot is geen sprake. Volgens het dagelijks bestuur
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag|11 september 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:2185
geïntimeerde 1] c.s. Daarmee heeft [geïntimeerde 1] c.s. het wettelijk vermoeden van artikel 5:36 BW ontzenuwd. 5. Zoals hiervoor reeds opgemerkt, heeft het hof heeft in zijn arrest van 7 maart
- Civiel recht overigHoger beroepmandelig, verticale natrekking
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|6 december 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:5407
dient als afscheiding tussen de percelen van partijen en dat op grond van artikel 5:36 BW wordt vermoed dat de erfgrens is gelegen onder het hart van deze heg en daarmee
- Civiel recht overigHoger beroepBurenrecht. Beroep op verkrijgende verjaring slaagt niet omdat er geen sprake is van goede trouw.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|31 oktober 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:9217
appellanten] betogen - de loop van de grens van het perceel in combinatie met artikel 5:36 BW niet afdoet aan de constatering dat goede trouw ontbreekt. Dit betekent dat het beroep
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil over de juridische eigendomsgrens aangrenzende percelen. Beroep op verkrijgende verjaring slaagt ten dele.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|8 februari 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:983
appellante] staat niet ter discussie. Daar gaat ook de rechtbank vanuit. De artikelen 5:36 BW en 5:47 lid 2 BW spelen geen rol. Geen bezit van de (strook grond onder
- Civiel recht overigHoger beroepErfgrens tussen twee percelen.
Gerechtshof Amsterdam|9 april 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:1341
vraag of zich in deze procedure een geval voordoet als bedoeld in artikel 5:36 BW, is het wettelijk vermoeden op grond van bovenstaand ontkracht. 3.6 Alle grieven stuiten op het voorgaande
- Civiel recht overigHoger beroepverkrijgende verjaring ex art. 3:99 BW?; bewijsopdracht;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|12 mei 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:1525
appellante] niet is betwist dat de huidige omheining dient als erfafscheiding, dat ingevolge art. 5:36 BW daarmee het vermoeden geldt dat het midden van de omheining de grens tussen de percelen
- Civiel recht overigHoger beroepEigendom strook grond? Uitleg notariële leveringsakte conform Hoge Raad 8 december 2000, ECLI:NL:HR:AA8901…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|19 mei 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:1603
andere erfafscheiding in die tijd, wordt vermoed de erfgrens te zijn (artikel 5:36 BW). Het hof stelt vast dat [appellant 1] noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep gemotiveerd
- Personen- en familierechtHoger beroepGedeeltelijke demping van vijver. Erfdienstbaarheid van waterlozing. Vordering tot in stand houden van…
Gerechtshof 's-Gravenhage|22 februari 2011|ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8104
Memorie van Toelichting merkte daarbij op: "Evenals in artikel 5.3.14" (thans artikel 5:36 BW) "zijn de woorden "een sloot of een andere watergang" vervangen door "een sloot, gracht of dergelijke watergang
- Civiel recht overigHoger beroepEindarrest na bewijsopdracht met betrekking tot inbezitneming en bezitsdaden. Geen sprake van verkrijgende of…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|24 augustus 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:8121
andere afspraken zijn gemaakt, die in dit geval gesteld noch gebleken zijn – de artikelen 5:36 BW en 5:59 BW van toepassing zijn. Volgens die bepalingen wordt het midden
- Civiel recht overigHoger beroepBurenrecht. Strijd omtrent de erfgrens. Beroep op bevrijdende verjaring ex art. 3:105 BW en verkrijgende…
Gerechtshof Leeuwarden|20 juli 2010|ECLI:NL:GHLEE:2010:BN9931
appellant] te hebben toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het vermoeden van artikel 5:36 BW dat het midden van een sloot/greppel die als afscheiding tussen twee erven dient vermoed wordt
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|16 maart 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:2487
omstandigheden die een andere conclusie rechtvaardigen, zijn onvoldoende gesteld of gebleken, vergelijk artikel 5:36 BW. Het voorgaande heeft geen gevolgen voor het dictum van het vonnis van de rechtbank
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil tussen buren. Geen eigendomsverkrijging door verjaring (3:99 BW en 3:105 BW). Geen daad van…
Gerechtshof Amsterdam|28 januari 2025|ECLI:NL:GHAMS:2025:199
eigenaar was van de sloot. Het beroep van [appellant 1] op artikel 5:36 BW – het vermoeden dat de grens tussen de erven het midden van de sloot is – slaagt daarom niet
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.