63 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|7 april 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5404Aangehaald in 19 uitspraken
partij die terzake met het bewijs is belast, zoals bedoeld in art. 213 lid 1 Rv., achtte M&B niet geslaagd in het bewijs dat tussen haar en [verweerster] “geen overeenstemming … opleveren, een onjuiste toepassing heeft gegeven aan art. 213 lid 1 Rv., nu de daar bedoelde beperkte bewijskracht alleen toekomt aan de getuigenverklaring van de partij op wie de bewijslast
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|22 december 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA9131
Rv. (iii) [Verweerster] heeft de volgens de verklaring verschuldigde geldsommen niet overeenkomstig art. 477 lid 1 Rv. aan de belastingdeurwaarder voldaan. (iv) De Ontvanger heeft [verweerster] op 18 september 1997 gedagvaard … proceskosten, waar [verweerster] door haar verzuim te voldoen aan haar uit art. 477 lid 1 Rv. bedoelde betalingsverplichting de Ontvanger genoopt had tot het aanspannen van de onderhavige procedure
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|30 juni 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6342
deel uit. De vrouw heeft primair verzocht de man op grond van art. 824 lid 1 Rv. niet-ontvankelijk te verklaren in het beroep, subsidiair het beroep te verwerpen. De man heeft … maand zal verstrekken. Tegen een zodanige beschikking staat ingevolge art. 824 lid 1 Rv. geen hogere voorziening open, behoudens cassatie in het belang der wet. Ook indien zou moeten worden aangenomen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 juli 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6528
bepalingen van de verzoekschriftprocedure (de art. 429a B 429r in de twaalfde titel van boek 1 Rv) zijn niet in werking getreden voor de in art. 28d Hw geregelde verlengingsprocedure10. Niettemin leert … regelt de mogelijkheid van hoger beroep tegen beschikkingen, voor zover de twaalfde titel van boek 1 Rv of een bijzondere wet niet anders bepaalt. In HR 25 oktober
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|24 november 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA8734
Rv. voorgeschreven termijn van dagvaarding niet in acht genomen. Uit art. 91 lid 1 Rv. volgt dat hetgeen in de art. 7 en 8 is voorgeschreven op straffe van nietigheid moet worden … acht genomen. De dagvaarding lijdt dus aan een gebrek dat nietigheid meebrengt. Art. 92 lid 1 Rv. bepaalt dat een gebrek in een dagvaarding, dat nietigheid meebrengt, bij deurwaardersexploit, uitgebracht voor
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|17 maart 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5166
toepassing”. Voor het cassatieberoep bepaalt - het ook in genoemde periode geldende - art. 426 lid 1 Rv. dat het beroep kan worden ingesteld binnen twee maanden na de dagtekening der beschikking … zijn uitgesproken is verzonden, [verzoeker] niet gebonden zou zijn aan de in art. 426 lid 1 Rv. voorgeschreven termijn. Aannemende dat [verzoeker] eerst na de verzending kennis kreeg van de bestreden beschikking
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|15 september 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA7106
middel betoogt dat dit oordeel in strijd is met art. 157b lid 1 Rv. omdat van een beslissing omtrent de absolute bevoegdheid steeds hoger beroep openstaat ongeacht of het vonnis … zijn - behoudens uitzonderingen - zowel op tussenvonnissen als op eindvonnissen van toepassing. Uit art. 157b lid 1 Rv. volgt dat tegen een tussenvonnis waarbij de rechter zijn bevoegdheid heeft aangenomen, in zoverre alleen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7907
tussenarrest vooropgesteld dat de schuldbekentenis geen goed-schrift bevat en daarom ingevolge art. 185 lid 1 Rv geen dwingend bewijs oplevert, zodat de betekenis ervan afhangt van de omstandigheden waaronder de schuldbekentenis … onrechte heeft overwo-gen dat de litigieuze schuldbekentenis ingevolge art. 185 lid 1 Rv geen dwingend bewijs oplevert en dat het Hof ten onrechte geen acht heeft geslagen op de overgelegde getuigenverklaring
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7106
onderdeel 2 is rechtsoverweging 3.6 rechtens onjuist, aangezien ingevolge het bepaalde in art. 157b lid 1 Rv. van een beslissing omtrent de absolute bevoegdheid steeds hoger beroep openstaat, ongeacht of het vonnis … volgt11. Deze regel geldt ook voor een incidenteel vonnis als bedoeld in art. 157b lid 1 Rv. Met de invoering van dit artikel in 1954 heeft de wetgever beoogd tot een snellere
- Civiel recht overigUitspraak Hoge Raad van 28 januari 2000.
Parket bij de Hoge Raad|28 januari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4618
Uitspraak Hoge Raad van 28 januari 2000.
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4936Aangehaald in 29 uitspraken
ieder geval niet binnen drie dagen bij exploit is herhaald, zoals art. 84 lid 1 Rv. voorschrijft. 3.3 In hoger beroep oordeelde de Rechtbank [huurder] ontvankelijk in zijn verzet. Hetgeen de Rechtbank
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5638
gronden waarop het verzoek in appèl rust zoals voorgeschreven in artikel 429d lid 1 Rv; integendeel: in dit appèlschrift wordt gesteld dat de gronden nader inhoudelijk aangevoerd zullen worden.De termijn … steller van het middel. 2.2 Ingevolge art. 429o lid 1 in verbinding met 429d lid 1 Rv. dienen in een beroepschrift de gronden waarop het beroep berust te worden vermeld, hetgeen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4721
Door Uw Raad wordt het in art. 426 lid 1 Rv voorkomende begrip "in een der vorige instantiën verschenen belanghebbende" op dezelfde wijze omschreven. Zie Uw beschikking van 1 … Raad overwoog dat de belanghebbende verschenen is in de zin van art. 426 lid 1 Rv indien hij gebruik maakt van de hem geboden mogelijkheid tot verweer. Zie ook Uw beschikkingen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5595
dergelijk geval dient de rechtbank de zaak op de voet van art. 157a lid 1 Rv. in de stand van hoger beroep te verwijzen naar het hof2. 2.3 Verwijzing naar het gerechtshof … derhalve onjuist. Ook in dit geval had verwijzing op de voet van art. 157a lid 1 Rv. dienen te volgen5, hetgeen Uw Raad recent in een vergelijkbaar geval tot uitgangspunt heeft genomen6
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|16 juni 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6242
getekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv. 4. Beslissing De Hoge Raad verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar beroep. Deze beschikking is gegeven
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5782
advocaat bij de Hoge Raad. Ingevolge het in deze zaak toepasselijke art. 426a lid 1 Rv. moet Hermans-Maasdal niet-ontvankelijk in haar beroep worden verklaard. 4. Beslissing De Hoge Raad verklaart
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|14 juli 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6532
onderhavige procedure meebrengt dat de rechter niet op de voet van art. 192 lid 1 Rv. verplicht is gevolg te geven aan een aanbod bewijs door getuigen te leveren
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|7 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5404
m.nt. HJS en EJD (het Dombo-arrest), voornemens is de beperking van art. 213 lid 1 Rv te schrappen.3 De verklaringen van partijgetuigen krijgen dus alle vrije bewijskracht. Ook in dat licht … verdient het aanbeveling art. 213 lid 1 Rv beperkt te interpreteren. De vraag kan worden gesteld of dat, zolang art. 213 lid 1 nog geldt, tot een ongelijke behandeling van partijen leidt
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|17 maart 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5168
wordt tevergeefs voorgesteld. Van “benadeling in zijn verdediging” in de zin van art. 94 lid 1 Rv. is slechts sprake indien het gebrek in de dagvaarding van dien aard
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|8 december 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA8922
deze (algemeen verbindend verklaarde) CAO bevat een afwijking van de in art. 179 lid 1 Rv. neergelegde hoofdregel dat bewijs door alle middelen kan worden geleverd. Door getuigenbewijs als bewijsmiddel te aanvaarden
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.