47 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieIPR; goederenrecht. Toepasselijk recht op eigendom van auto’s die zich in Nederland bevinden; betekenis van…
Hoge Raad|16 september 2016|ECLI:NL:HR:2016:2118
leden 4 en 5 BW). Is voor bezitsverkrijging voor een ander (art. 3:110 BW) vereist dat die ander ten tijde van de verkrijging bepaald, althans bepaalbaar is? Reactie op betwisting … heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot art. 3:110 BW, door te miskennen dat voor de verkrijging van een zaak voor een derde op de voet
- Civiel recht overigIPR; goederenrecht. Toepasselijk recht op eigendom van auto’s die zich in Nederland bevinden; betekenis van…
Parket bij de Hoge Raad|3 juni 2016|ECLI:NL:PHR:2016:475
leden 4 en 5 BW). Is voor bezitsverkrijging voor een ander (art. 3:110 BW) vereist dat die ander ten tijde van de verkrijging bepaald, althans bepaalbaar is? Reactie op betwisting … auto’s) zich op dat moment in Nederland, dan geldt art. 3:110 BW, waarin wat het Nederlandse recht betreft de directe leer is gecodificeerd. Art. 3:110 BW is derhalve
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingKort geding. Afgifte hond. Houderschap (3:110 BW) en interversieverbod (3:111 BW).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|21 december 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:11665
Kort geding. Afgifte hond. Houderschap (3:110 BW) en interversieverbod (3:111 BW). GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.284.391 (zaaknummer kantonrechter in de rechtbank Gelderland, locatie
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigVordering Railion tegen Nederlandse Spoorwegen en Spoorwegpensioenfonds is verjaard Railion (ook bekend onder…
Rechtbank Utrecht|6 april 2011|ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ0225
uitgebracht (namelijk op 19 juni 2008). Op dat moment was de verjaringstermijn van artikel 3:110 BW al verstreken. De vorderingen die Railion tegen de NS-dochtermaatschappijen heeft ingesteld, zijn om inhoudelijke
- GoederenrechtVermogenrecht. Goederenrecht. Extinctieve verjaring. Bezit. Art. 3:105, art. 3:108-114 BW. Stelplicht- en…
Parket bij de Hoge Raad|13 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:255
Vermogenrecht. Goederenrecht. Extinctieve verjaring. Bezit. Art. 3:105, art. 3:108-114
- VerbintenissenrechtHoger beroep kort gedingafgifte gevorderd van monsters van varkensvoer Art. 6.2 lid 1 Wet dieren jo art. 13 Regeling diervoeders…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|12 april 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:1443
basis van (i) zaaksvorming, respectievelijk (ii) directe verkrijging op de voet van artikel 3:110 BW, subsidiair gegrond op equality of arms en meer subsidiair op een contractuele plicht tot verantwoording. Hetzelfde
- Intellectueel-eigendomsrechtBodemzaakAuteursrechten logo, (geen) merkdepot te kwader trouw
Rechtbank Den Haag|23 augustus 2017|ECLI:NL:RBDHA:2017:9703
Auteursrechten logo, (geen) merkdepot te kwader trouw
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVergoedingsrecht vrouw wegens aflossing € 212.000,-- op hypotheekschuld gemeenschappelijke woning…
Rechtbank Rotterdam|24 juli 2019|ECLI:NL:RBROT:2019:6407
aflossingen heeft gedaan in de periode 2005/2006/2007/2008. De man beroept zich hierbij op artikel 3:110 BW. 4.4. Een verjaringsverweer is een bevrijdend verweer. Stelplicht en bewijslast rusten daarom … Artikel 3:110 BW is toepasselijk op een vordering uit hoofde van een vergoedingsrecht. De verjaringstermijn bedraagt minimaal vijf jaar en de verjaringstermijn begint in ieder geval niet te lopen voordat
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigCiviel. Verklaring voor recht afgewezen. Nakoming. Middellijk vertegenwoordiger.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba|28 augustus 2019|ECLI:NL:OGEAA:2019:539
betoog faalt, en kan [gedaagde] niet baten. Middellijke vertegenwoordiging is geregeld bij artikel 3:110 BW, en ziet op directe verkrijging of overdracht door de achterman of opdrachtgever via een op eigen … naam handelende tussenpersoon. Artikel 3:110 BW ziet echter alleen op roerende goederen (niet zijnde registergoederen) die door bezitsverschaffing geleverd moeten worden. Het artikel ziet niet op goederen die geleverd moeten worden
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Vertegenwoordiging. Handelde de koper voor zich of namens een commanditaire vennootschap?…
Parket bij de Hoge Raad|3 oktober 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1851
geen sprake is van een rechtsverhouding als bedoeld in art. 3:110 BW waaruit naar verkeersopvatting voortvloeit dat [betrokkene 1] de Porsche is gaan houden voor ELG (rov. 4.12 t/m 4.16 i.v.m
- InsolventierechtCassatieVerweerster in cassatie - verder te noemen: NTM - heeft tezamen met Ingenieursbureau [A] B.V. - verder te…
Hoge Raad|23 maart 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0700Aangehaald in 6 uitspraken
Verweerster in cassatie - verder te noemen: NTM - heeft tezamen met Ingenieursbureau [A] B.V. - verder te noemen: [A B.V.] - bij exploit van 23 december 1994 (1) eiseres tot cassatie - verder te noemen: Ofasec - alsmede (2) Mrs. F. Meeter en A.A.M. Deterink, in hun hoedanigheid van curatoren in de faillissementen van…
- Civiel recht overigHoger beroepInterversie van houderschap, art. 3:111 BW. Tegenspraak van het recht van degene voor wie men houdt…
Gerechtshof Amsterdam|1 mei 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:1482
appellante] de woning in 1984 is gaan houden voor [geïntimeerde] als bedoeld in artikel 3:110 BW. Artikel 3:111 BW bepaalt dat wie een goed houdt voor een ander
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|23 maart 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0693
23 maart 2001 Eerste Kamer Nr. C99/048HR Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de vennootschappen naar Engels recht 1. LEYLAND DAF LTD., 2. LEYLAND DAF INTERNATIONAL LTD., beide gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, EISERESSEN tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n 1.…
- Civiel recht overigHoger beroepTussenuitspraak. Einduitspraak: ECLI:NL:GHARL:2025:833
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|5 december 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:10321
Daarmee is ook geen sprake van (middellijke) verkrijging door IPCS op grond van artikel 3:110 BW. Dat brengt mee dat de vorderingen van IPCS niet toewijsbaar zijn voorzover die zijn gestoeld
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 306 BW. Bezitsvereiste
Parket bij de Hoge Raad|1 maart 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BY6754
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 306
- Personen- en familierechtHoger beroepDe man is voor een tweede keer in het huwelijk getreden. Het eerste huwelijk is nimmer door echtscheiding…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba|19 juli 2010|ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN7656
aanmerking komt. 3.4. Ter zitting zijn de artikelen 1:408b BW en artikel 3:110 BW aan de orde geweest. De vrouw zal terzake opnieuw in eerste aanleg verzoeken
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEiser meent eigenaar te zijn geworden van stuk grond o.g.v. extinctieve verjaring ex art. 3:105 BW. Eiser is…
Rechtbank Dordrecht|4 april 2010|ECLI:NL:RBDOR:2010:BM3354
stuk grond voor de Gemeente is gaan houden in de zin van artikel 3:110 BW. Artikel 3:111 BW brengt mee dat wanneer men eenmaal heeft aangevangen krachtens een rechtsverhouding voor
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigafgifte hond, houderschap, eigendom
Rechtbank Gelderland|20 mei 2020|ECLI:NL:RBGEL:2020:2585
schoondochter. [vader koper] was bij elke logeerpartij (telkens opnieuw) houder als bedoeld in artikel 3:110 BW, hij verzorgde [de hond] (tijdelijk) voor een ander. De kantonrechter is voorshands verder van oordeel
- Civiel recht overigHoger beroeperfdienstbaarheid van weg. Noodweg.
Gerechtshof Den Haag|8 september 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:2517
rechtsverhouding bestond met de strekking dat [betrokkene] het pad mocht gebruiken. De aan artikel 3:110 BW ten grondslag liggende gedachte brengt dan met zich dat hij dat pad gebruikte op grond
- Civiel recht overigHoger beroepAuthenticiteit notariële akte. Verkrijgende of bevrijdende verjaring. Bezitsdaden door huurder ten aanzien…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|25 mei 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:5022
door de huurder op grond van vertegenwoordiging of een rechtsverhouding als bedoeld in art. 3:110 BW aan de verhuurder kan worden toegerekend. Dergelijke feiten of omstandigheden zijn door [appellanten] c.s. niet
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.