16 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingExecutiegeschil in kort geding op de voet van artikel 438 lid 2 Rv. De geëxecuteerde is in een bodemprocedure…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 september 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:3330Aangehaald in 8 uitspraken
Executiegeschil in kort geding op de voet van artikel 438 lid 2 Rv. De geëxecuteerde is in een bodemprocedure op vordering van zijn buurman op straffe van een dwangsom veroordeeld tot het volledig verwijderen van een buitensporig grote Canadese populier uit zijn kleine achtertuin, mede omdat de stronk tegen het pand…
- Civiel recht overig28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/121HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser…
Parket bij de Hoge Raad|28 januari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR4035
geding roepen. Tijdig is een oproeping volgens de geschiedenis van de totstandkoming van art. 3:218 BW indien zij "niet zo laat [gebeurt] dat de opgeroepene niet meer de volle gelegenheid … BW heeft willen aansluiten bij de regeling van art. 3:218 BW en van art. 5:95 BW, kan worden afgeleid dat ook voor art. 5:81 lid 2 BW moet gelden
- VerbintenissenrechtHoger beroepHuur van bedrijfsruimte. Huurder voert tevergeefs aan dat hij heeft betaald aan persoon die gerechtigd was de…
Gerechtshof Den Haag|12 november 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:2940
stand zou zijn gebleven, [geïntimeerde sub 1] dan op grond van artikel 3:218 BW alle erfgenamen in de procedure tegen [appellant] had moeten oproepen, en zij niet-ontvankelijk is in haar … zijn gebaseerd op haar rechten uit hoofde van de huurovereenkomst, mist ook artikel 3:218 BW toepassing. Het verweer van [appellant] dat onvoldoende vast is komen te staan dat [geïntimeerde
- Civiel recht overigCassatie28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/121HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser…
Hoge Raad|28 januari 2005|ECLI:NL:HR:2005:AR4035
BW tijdig is gedaan moet aansluiting worden gezocht bij art. 3:218 BW. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling valt af te leiden dat de oproeping tijdig is indien
- Civiel recht overigBodemzaakVorderingen tot voeging 217 Rv en gedwongen deelneming 118 Rv afgewezen
Rechtbank Oost-Brabant|12 februari 2025|ECLI:NL:RBOBR:2025:675
vordering is dat de wet het oproepen van de derde expliciet voorschrijft (zie bijvoorbeeld 3:218 BW) of als sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Van een processueel ondeelbare rechtsverhouding
- Civiel recht overigHoger beroepOntbinding koopovereenkomst met zakelijk recht van gebruik en bewoning. Of sprake is van een of twee…
Gerechtshof Amsterdam|8 november 2011|ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8951
gelijke voet als [geïntimeerden] bevoegd jegens de buren een vordering in te stellen (art. 3:218 BW) zodat stilzitten van [geïntimeerden] ter zake eveneens onvoldoende is om ontbinding te rechtvaardigen. 3.3.5. Tevens
- VerbintenissenrechtHoger beroepAfwijzing incidentele vordering tot schorsing tenuitvoerlegging. De kantonrechter heeft geen klaarblijkelijke…
Gerechtshof Den Haag|15 januari 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:5
uitoefenen. 15. Ook het gegeven dat de kantonrechter voorbij is gegaan aan artikel 3:218 BW levert geen klaarblijkelijke misslag op. Het bepaalde in dit artikel geldt voor rechtsvorderingen die een recht
- Civiel recht overigHoger beroepparticuliere borgtocht, art. 1:88 lid 1 aanhef en sub d BW, zorgplicht bank jegens andere echtgenoot, art…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 juni 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:2360
geval van een vordering op de voet van art. 3:51 lid 2 BW, 3:218 BW of 3:245 BW - dat de bank [echtgenote van apppellant] naast [appellant] in rechte
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigBevel tot verwijdering van een 20 meter hoge boom.
Rechtbank Limburg|10 januari 2018|ECLI:NL:RBLIM:2018:131
eigen naam [gedaagde partij] in rechte betrokken. Gelet op het bepaalde in artikel 3:218 BW kan naar het oordeel van de kantonrechter een oproeping van de eigenaar echter achterwege blijven
- Civiel recht overigPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Effectenleaseovereenkomst. Buitengerechtelijke vernietiging o.g.v. art…
Parket bij de Hoge Raad|21 februari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:228
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Effectenleaseovereenkomst. Buitengerechtelijke vernietiging o.g.v. art. 1:89 lid 1 BW in verbinding met art. 1:88 lid 1, onder d, BW. Bindt een beslissing over de rechtsgeldigheid van de vernietiging in een procedure waarin slechts een van beide echtgenoten partij was, ook de andere…
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigLetselschade. Deelgeschil. Wel ontvankelijk, ondanks strijd met artikel 7:954 lid 6 BW. Verzoek afgewezen op…
Rechtbank 's-Gravenhage|19 december 2012|ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ2046
zorg te dragen dat de verzekerde in het geding wordt geroepen (vgl. ook art. 3:218 BW). (…) De uitspraak van de rechter heeft daarmee gezag van gewijsde in de onderlinge verhoudingen tussen
- Civiel recht overigHoger beroepAanspraak van vruchtgebruikster van de nalatenschap, waaronder uit de pachtovereenkomst voortvloeiende…
Gerechtshof Arnhem|19 februari 2008|ECLI:NL:GHARN:2008:BC6745
Voor zover [appellant] zich voorts nog mocht beroepen op het bepaalde in artikel 3:218 BW, dat vereist dat in het geval de vruchtgebruiker een rechtsvordering instelt, de hoofdgerechtigde in het geding
- VerbintenissenrechtBodemzaakPacht. Verpachter vordert ontbinding pachtovereenkomst wegens tekortkoming pachter in verplichtingen…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|30 juni 2023|ECLI:NL:RBZWB:2023:4955
vruchtgebruik onderworpen zaken te verpachten (artikel 3:217 lid 1 BW). Artikel 3:218 BW bepaalt dat tot het instellen van een rechtsvordering ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak die zowel
- Civiel recht overig12 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/319HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vrouw]…
Parket bij de Hoge Raad|12 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1289
12 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/319HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n [A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli. 1. Het geding in feitelijke…
- Civiel recht overig12 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/321HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [A] B.V…
Parket bij de Hoge Raad|12 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1290
12 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/321HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt. 1. Het geding in…
- Civiel recht overigProcesrecht. Vordering met betrekking tot processueel ondeelbare rechtsverhouding (boedelbeschrijving en…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1173
Procesrecht. Vordering met betrekking tot processueel ondeelbare rechtsverhouding (boedelbeschrijving en verdeling nalatenschap). Te dagvaarden partijen; HR 8 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0405, NJ 1992/34. Gelegenheid tot herstel op de voet van art. 118 Rv; HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY7840, NJ 2013/290, en…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.