13 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- OndernemingsrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Ondernemingsrecht
Parket bij de Hoge Raad|28 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4663
brengt een redelijke uitleg van artikel 2:404 BW, gelezen in samenhang met artikel 3:245 BW, in ieder geval met zich dat ING ter bescherming van de aan haar verpande toekomstige
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVraag of bank in strijd met bijzondere zorgplicht heeft gehandeld door tot openbare verkoop van de woning…
Rechtbank Den Haag|18 december 2013|ECLI:NL:RBDHA:2013:19091
brandverzekeraar van kredietnemer te entameren, doch daarentegen een minnelijke regeling te treffen. Art. 3:245 BW. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/439193 / HA ZA 13-284 Vonnis … middelen daartoe ontbraken, geen bodemprocedure heeft geëntameerd, stuit af op het bepaalde in art. 3:245 BW dat aan Hypinvest wel de mogelijkheid biedt ter bescherming van haar rechten ten aanzien
- Civiel recht overigHoger beroepVordering gemeente op basis van pandrecht. Onrechtmatig handelen beleggingsadviseur jegens de Stichting X…
Gerechtshof Den Haag|18 juni 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:1448
geen sprake. Verder heeft noch de Stichting noch de Gemeente zich gehouden aan artikel 3:245 BW, waarin is bepaald dat zowel de pandhouder als de pandgever bevoegd is tot het instellen … ruim voor de ontbinding van de Stichting in mei 2010. Het beroep op artikel 3:245 BW wordt verworpen aangezien in dit geding geen sprake is van een rechtsvordering ter bescherming
- OndernemingsrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Ondernemingsrecht
Hoge Raad|28 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE4663Aangehaald in 14 uitspraken
voet van art. 2:404 lid 5 kan instellen. De in art. 3:245 BW vervatte eis dat de schuldeiser in het geding wordt geroepen, kan hieraan niet afdoen omdat WKC ondubbelzinnig
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigGedaagde heeft een aanzienlijke vordering op één van eisers en heeft in dat verband executoriaal beslag…
Rechtbank Den Haag|5 februari 2025|ECLI:NL:RBDHA:2025:2510
betreft vordering A) en op artikel 5:2 BW in samenhang gezien met artikel 3:245 BW (wat betreft vordering B). Hieraan hebben [eisers] c.s. ten grondslag gelegd dat GGZ gehouden … goederen aan [eiser 1] en [eiser 2] . De artikelen 5:2 BW, 3:245 BW, 461a Rv en 496 Rv juncto 3:237 lid 3 BW bieden daarvoor geen grondslag. Gelet
- Burgerlijk procesrechtHoger beroepOntslag van instantie en incident voeging/tussenkomst. Voeging wordt afgewezen omdat gesteld wordt dat de…
Gerechtshof Amsterdam|8 januari 2019|ECLI:NL:GHAMS:2019:4
september 2017 geëindigd. WPR stelt dat zij als pandhouder op de grond van artikel 3:245 BW de vordering van SCOEZH, voor zover die ziet op het voldoen van de contractuele dwangsommen
- Civiel recht overigHoger beroepparticuliere borgtocht, art. 1:88 lid 1 aanhef en sub d BW, zorgplicht bank jegens andere echtgenoot, art…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 juni 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:2360
voet van art. 3:51 lid 2 BW, 3:218 BW of 3:245 BW - dat de bank [echtgenote van apppellant] naast [appellant] in rechte had moeten betrekken. Grief IV kan derhalve
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Pandrecht. Kan pandhouder van vordering op naam na mededeling pandrecht aan de schuldenaar een…
Parket bij de Hoge Raad|1 september 2023|ECLI:NL:PHR:2023:754
Procesrecht. Pandrecht. Kan pandhouder van vordering op naam na mededeling pandrecht aan de schuldenaar een lopende procedure over vordering overnemen van pandgever middels schorsing en hervatting (art. 225 e.v. Rv)? Rechtsopvolging en -verkrijging tijdens geding. Subjectieve omvang gebondenheid aan vonnis (o.m. art.…
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigVraag of bank als pandhouder gehouden was om tijdens het faillissement van een pandgever de verjaring van de…
Rechtbank Leeuwarden|5 december 2012|ECLI:NL:RBLEE:2012:BY7057
gestuit, zodat hij tijdig in actie kon komen; - mr. [A] was zelf, gezien art. 3:245 BW, naar de daaraan te geven redelijke uitleg, bevoegd de verjaring(en) te stuiten
- Civiel recht overig12 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/319HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vrouw]…
Parket bij de Hoge Raad|12 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1289
12 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/319HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n [A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli. 1. Het geding in feitelijke…
- Civiel recht overig12 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/321HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [A] B.V…
Parket bij de Hoge Raad|12 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1290
12 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/321HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt. 1. Het geding in…
- Civiel recht overig(Stil) pandrecht op vordering. Overgang van schuldeisersbevoegdheden na vestiging beperkt recht; wettelijke…
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2013|ECLI:NL:PHR:2013:1650
(Stil) pandrecht op vordering. Overgang van schuldeisersbevoegdheden na vestiging beperkt recht; wettelijke regeling. Bevoegdheid pandhouder tot inning en opzegging van vordering na mededeling , art. 3:246 lid 1 en 2 BW. Bevoegdheid pandgever tot kwijtschelding, art. 6:160 BW, verschil met recht van vruchtgebruik op…
- Civiel recht overigProcesrecht. Vordering met betrekking tot processueel ondeelbare rechtsverhouding (boedelbeschrijving en…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1173
Procesrecht. Vordering met betrekking tot processueel ondeelbare rechtsverhouding (boedelbeschrijving en verdeling nalatenschap). Te dagvaarden partijen; HR 8 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0405, NJ 1992/34. Gelegenheid tot herstel op de voet van art. 118 Rv; HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY7840, NJ 2013/290, en…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.