3 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepLevering onroerend goed. Overschrijding tuchtrechtelijke norm niet dermate ernstig dat moet worden overgegaan…
Gerechtshof Amsterdam|14 juli 2005|ECLI:NL:GHAMS:2005:AT9845
getekend bedraagt € 800.000,=. De verhoging tot € 1.350.000,= is de verhoging als bedoeld in artikel 3:263 BW. De notaris heeft klager uitgebreid uitgelegd dat het vast gebruik van de banken … nemen met de bank over een mogelijke terzijdestelling van de bepaling van artikel 3:263 BW. Dit heeft klager niet gedaan. Het hof oordeelt dat dit onderdeel van de klacht ongegrond
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|16 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6232
aard van dit financieringsinstrument, maar blijkt ook uit de tekst van art. 3:263 BW, waarin wordt gesproken over een "hypotheek tot zekerheid van een of meer bepaalde vorderingen … conclusie kan nog worden gevonden in art. 8:795 BW, dat een van art. 3:263 BW afwijkende regeling bevat met betrekking tot hypotheken op binnenschepen. De tekst van deze bepaling luidt
- Civiel recht overigHoger beroepWettelijke schuldsaneringsregeling. Bank maakt gebruik van het recht van parate executie. Imputatieregeling…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|26 maart 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:2672
3:268 lid 1 in verbinding met artikel 3:244 en 3:263 BW). De schuldsaneringsregeling werkt immers niet ten aanzien van die vordering. Als na de verkoop van het verhypothekeerde goed
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.