16 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigArtikel 21 lid 2 IW 1990 heeft alleen betrekking op de verhouding tussen préfaillissementsvorderingen…
Rechtbank Amsterdam|18 december 2013|ECLI:NL:RBAMS:2013:8641
voor een ná faillissement ontstane boedelvordering) de hoofdregel dat pand boven voorrecht gaat (artikel 3:279 BW). Curator kan dus niet op grond van artikel 57 lid 3 Fw de executieopbrengst opvorderen … gaat volgens hem in rang boven het pandrecht van Heineken (zoals volgt uit artikel 3:279 BW in verbinding met artikelen 21 en 22 Invorderingswet 1990 (IW 1990)). Nadat de Curator
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigArtt. 6:258, 3:278 en 3:279 BW en 101, 176 en 188 lid 2 Fw. Vraag of ontvanger zijn positie als seperatist…
Rechtbank Gelderland|25 februari 2015|ECLI:NL:RBGEL:2015:1805
Artt. 6:258, 3:278 en 3:279 BW en 101, 176 en 188 lid 2 Fw. Vraag of ontvanger zijn positie als seperatist heeft prijsgegeven. Ontvanger had geldig hypotheekrecht en komt … curator thans kennelijk voorstaat, weliswaar zijn voorrang behouden uit hoofde van 3:278 en 3:279 BW, maar zou hij zijn vordering ter verificatie aan moeten melden en moeten meedelen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigPandrecht; artt. 3:227 BW en 3:278 lid 1 jo. 3:279 BW. Geen sprake van lossing of oneigenlijke lossing…
Rechtbank Noord-Nederland|13 mei 2015|ECLI:NL:RBNNE:2015:2309
Pandrecht; artt. 3:227 BW en 3:278 lid 1 jo. 3:279 BW. Geen sprake van lossing of oneigenlijke lossing. Vaststelling waarde verpande roerende zaken. onverschuldigde betaling. vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND … Bank haar voorrang als pandhoudster doen gelden (artikel 3:278 lid 1 jo. artikel 3:279 BW). 4.10. Partijen twisten dienaangaande over het antwoord op de vraag welk deel van de verkoopopbrengst
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|16 juni 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6232
bedoeld in art. 8: 821 en 8: 827 BW in verbinding met art. 3: 279 BW op de restantopbrengst van de verkoop van de Daniëlle zal mogen verhalen ter zake van haar … bedoeld in de artikelen 8:821 en 8:827 BW in verbinding met artikel 3:279 BW op de restantopbrengst van de verkoop van de Daniëlle mag verhalen ter zake van haar
- Civiel recht overigCassatieVerbintenissenrecht, beslag. Lossingsrecht ex art. 3:269 BW is niet van overeenkomstige toepassing in geval…
Hoge Raad|19 februari 2010|ECLI:NL:HR:2010:BK5999
andere schuldeisers een voorrecht van hogere rang kunnen doen gelden op die opbrengst (art. 3:279 BW). Ter bescherming van de schuldenaar is aan deze echter in art. 3:269 BW … zoverre dus wezenlijk van die van de executerende hypotheekhouder die, behoudens het in art. 3:279 BW bedoelde geval van hoogpreferente voorrechten, de belangen van de beslagleggers op de verhypothekeerde zaak niet
- InsolventierechtFaillissementsrecht, goederenrecht. Art. 39 en 57 lid 3 Fw. Valt boedelvordering verhuurder uit voortgezette…
Parket bij de Hoge Raad|29 januari 2016|ECLI:NL:PHR:2016:24
gaat volgens hem in rang boven het pandrecht van Heineken (zoals volgt uit art. 3:279 BW in verbinding met art. 21 en 22 Iw 1990). Nadat de curator de executieopbrengst heeft … anderzijds. Derhalve geldt in dit geval de hoofdregel dat pand boven voorrecht gaat (art. 3:279 BW). (rov. 4.3) De curator is dan ook niet gerechtigd op grond
- SocialezekerheidsrechtConclusie van raadsheer advocaat-generaal De Bock over het verhalen van kosten door het UWV op een…
Centrale Raad van Beroep|23 januari 2025|ECLI:NL:CRVB:2025:1
Conclusie van raadsheer advocaat-generaal De Bock over het verhalen van kosten door het UWV op een garantsteller in het geval dat een werkgever-eigenrisicodrager failliet is verklaard. De raadsheer advocaat-generaal stelt voorop dat voor verhaal op de garantsteller niet is vereist dat de eigenrisicodrager failliet is…
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigKorte samenvatting: Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad. Een stil pandhouder vraagt om afgifte van verpande…
Rechtbank Oost-Brabant|20 februari 2013|ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2201
zijn vervallen en het vuistpand van Rabobank en DLL ingevolge artikel 3:279 BW voorrang zou hebben gehad op het voorrecht van de fiscus op zaken van de schuldenaar. 3.3. Partijen verschillen
- Civiel recht overigBodemzaakVerdeling van de opbrengst van door een pandhouder verkocht deel van inboedels in Nederland en in…
Rechtbank Oost-Brabant|12 oktober 2016|ECLI:NL:RBOBR:2016:5600
echter niet een dergelijk onderscheid tussen een vuistpandrecht en een stil pandrecht. Ingevolge art. 3:279 BW gaat een pandrecht boven een voorrecht, tenzij de wet anders bepaalt. Ingevolge
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigArtikel 25 Fw, 26 Fw, 58 Fw. Termijn verstreken om rechten als pandhouder uit te oefenen. Verlies…
Rechtbank Den Haag|3 juni 2015|ECLI:NL:RBDHA:2015:6394
curator hun voorrang als pandhouders op grond van de artikelen 3:278 en 3:279 BW behouden bij de uitdeling in het faillissement of de verdeling van de executieopbrengst. Zij dienen
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1547
andere in de wet aangegeven gronden. Voorrechten ontstaan alleen uit de wet. Art. 3:279 BW voegt daaraan toe dat pand en hypotheek boven voorrecht gaan, tenzij de wet anders bepaalt
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Uitleg art. 241c lid 2 Fw. Geldt deze bepaling mede ten behoeve van…
Parket bij de Hoge Raad|6 september 2013|ECLI:NL:PHR:2013:787
voort uit pand, hypotheek, voorrecht en andere in de wet aangegeven gronden, terwijl artikel 3:279 BW op zijn beurt weer aangeeft dat pand en hypotheek boven voorrecht gaan, tenzij
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|16 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6232
voorrang zoals bedoeld in de artikelen 8:821 en 8:827 BW juncto artikel 3:279 BW op de restantopbrengst van de verkoop van de Daniëlle mag verhalen ter zake van haar
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE3387
Rolnr. C00/289 mr. E.M. Wesseling-van Gent Zitting: 12 april 2002 Conclusie inzake: De coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK SOEST-BAARN U.A. tegen mr. J.J. KNOL Q.Q. 1. Feiten(1) en procesverloop 1.1 Veil Interaktieve Televisie B.V., hierna: Veil IT, heeft als enige bestuurder Veil Benelux B.V., die als enige bestuurder…
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 april 1998|ECLI:NL:PHR:1998:18
nr. 16838 zitting 17 april 1998 (bij vervroeging) Mr. Hartkamp Conclusie inzake Mr. W. Aerts q.q. tegen ABN AMRO Bank NV Edelhoogachtbaar College, Feiten en procesverloop 1) [A] BV (hierna: [A]), gefailleerd op 22 januari 1994, exploiteerde diverse ondernemingen die door ABN AMRO (hierna: de bank) werden gefinancierd.…
- Civiel recht overigSchepelingenvoorrecht. Concordantiebeginsel. Zeevarenden vorderen schadevergoeding omdat de werkgever niet…
Parket bij de Hoge Raad|20 april 2018|ECLI:NL:PHR:2018:741
Schepelingenvoorrecht. Concordantiebeginsel. Zeevarenden vorderen schadevergoeding omdat de werkgever niet heeft voldaan aan de uit de zee-arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichting om zorg te dragen voor een (pre)pensioenvoorziening. Vallen deze vorderingen onder bereik van art. 8:211, onder b, BW? Moet de…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.