35 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE3543
nieuwe bezwaren zijn. Wat nieuwe bezwaren zijn zegt het tweede lid. Artikel 255 lid 3 Sv verlangt dat ter zake van de nieuwe bezwaren een GVO moet zijn ingesteld vóór de officier … kent voor de vordering en opening van dit GVO, waartoe art. 255 lid 3 Sv in geval van 'nieuwe bezwaren' verplicht, geen speciale regeling, zodat de regeling van de artt
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1195
politie proces-verbaal is een schriftelijk bescheid als bedoeld in art. 344 lid 3 Sv. Dat brengt enkele bijzonderheden met zich voor wat betreft het gebruik en de motivering … zelfstandig de betrouwbaarheid van de anonieme verklaring te hebben onderzocht(1). 4.4. Art. 344 lid 3 Sv bepaalt dat een schriftelijk bescheid waarin de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8963
kunnen toewijzen en de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het andere deel (art. 361 lid 3 Sv). De benadeelde partij kan de vordering dan voor dat overige - volgens de strafrechter van niet … aanhangig maken. De niet-ontvankelijk verklaring staat daaraan niet in de weg (art. 361 lid 3 Sv). Die weg zou evenwel zijn afgesneden indien de strafrechter de vordering voor het overige
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7735
advocaat, is een verzoek op de voet van art.331 jo. 328 jo. 278 lid 3 Sv. De rechter moet daarop beslissen en zijn eventuele afwijzing motiveren. Het hof heeft zo een motivering … gewone strafvordering geldt.(3) Zo geldt in ontnemingszaken niet het vereiste van art.342 lid 3 Sv of van de slotzin van art.344 lid 1 aanhef en onder 5 Sv.(4) Voorts heeft
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|22 oktober 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE7637
feitelijke woon- of verblijfplaats in de zin van art. 588, eerste lid onder a sub 3°, Sv, en (b) dat de stelling van de raadsman van de verdachte bij de behandeling
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|15 oktober 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE4252
afwachting van het optreden van de RC. 5) In art. 97 lid 3 Sv wordt de bevoegdheid van de OvJ gedelegeerd naar de hulp-OvJ, zoals in casu het geval was, maar
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD4921
genomen, zodat deze gelegenheid heeft tot het indienen van een beklag (art. 116 lid 3 Sv). Indien het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave en het voorwerp dus nog steeds
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AB2873
Nr. 01819/00 Mr Wortel Zitting: 24 juli2001 Conclusie inzake: [verzoeker=verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Verzoeker is door het Gerechtshof te Arnhem wegens het medeplegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a Opiumwet en deelneming aan een criminele organisatie veroordeeld tot een…
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|18 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE2759
uitspraak betekend op de wijze zoals voorzien in art. 588, eerste lid onder b sub 3°, Sv; (iii) op 15 april 1998 is verzocht de verdachte op te nemen in het opsporingsregister
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8843
Nr. 03552/00 Mr Fokkens Zitting: 15 januari 2002 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. In deze zaak gaat het om het volgende. De verdachte is in eerste aanleg wegens moord en poging tot moord door de Rechtbank te Zwolle veroordeeld tot een gevangenisstraf van 17 jaar. In hoger beroep heeft het Gerechtshof te Arnhem de zaak…
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|16 april 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD9955
door middel van uitreiking op de voet van art. 588, eerste lid onder b sub 3°, Sv aan de Griffier van de Rechtbank geldig geoordeeld, omdat hier geen sprake
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Gravenhage|28 maart 2002|ECLI:NL:GHSGR:2002:AE1910
heeft gevoegd, maar wier vordering niet geheel is toegewezen, kan zich ingevolge artikel 421 lid 3 Sv. in de procedure op het hoger beroep van de verdachte en/of het OM voegen. Daarbij
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6214
samenleving was, is betekend, maar op de voet van art.588 lid 1 onder b sub 3 Sv is uitgereikt aan de griffier. 3.2. Het proces-verbaal van de ter terechtzitting in hoger
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:ZD2928
blijkt daaruit dat toepassing is gegeven aan het bepaalde in art. 22, leden 2 en 3, Sv. 5. Om die reden kan de bestreden beschikking niet in stand blijven. 6. Omtrent
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:ZD2929
blijkt daaruit dat toepassing is gegeven aan het bepaalde in art. 22, leden 2 en 3, Sv. 5. Om die reden kan de bestreden beschikking niet in stand blijven. 6. Omtrent
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4252
nieuwe aanzegging doen uitgaan, welke aanzegging eind mei op de voet van art. 588 lid 3 Sv is uitgereikt aan de griffier. Alhoewel de termijn voor het indienen van een schriftuur voor
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|10 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE3365
over schending van de zgn. unus testis nullus testis regel. Deze in art. 342 lid 3 Sv uitgedrukte regel heeft geen betrekking op elk onderdeel van de tenlastelegging c.q. bewezenverklaring. De verklaring
- Strafrecht overigHoger beroep1) Cocaïne op verschillende tijdstippen tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het…
Gerechtshof Amsterdam|15 augustus 2002|ECLI:NL:GHAMS:2002:AE7954
aanvulling van het verkorte vonnis niet is geschied binnen de in artikel 365a lid 3 Sv genoemde termijn. Aan niet-inachtneming van laatstgenoemde termijn heeft de wetgever immers welbewust geen sanctie verbonden
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:ZD2927
blijkt daaruit dat toepassing is gegeven aan het bepaalde in art. 22, leden 2 en 3, Sv. 5. Om die reden kan de bestreden beschikking niet in stand blijven. 6. Aldus
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4195
neemt niet weg dat de strekking van artikel 365 lid 1 en lid 3 Sv is dat een verdachte binnen de beroepstermijn inzage dient te kunnen krijgen in de (schriftelijke) uitspraak. Daar
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.