48 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatie- artikel 3.6 Wet IB 2001; - zelfstandigenaftrek; - man-vrouwfirma; - is het gebruikelijkheidscriterium…
Hoge Raad|9 oktober 2009|ECLI:NL:HR:2009:BF7316
artikel 3.6 Wet IB 2001; - zelfstandigenaftrek; - man-vrouwfirma; - is het gebruikelijkheidscriterium discriminerend? Nr. 43 992 9 oktober 2009 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen
- Belastingrechtartikel 3.6, lid 2, letter a, Wet IB 2001; werkzaamhedentoets per onderneming aanleggen.
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2008|ECLI:NL:PHR:2008:AZ9086Aangehaald in 5 uitspraken
spitst zich toe op de vraag of belanghebbende voldoet aan het urencriterium van artikel 3.6 Wet IB 2001. 2.2. Belanghebbende beantwoordt de eerste vraag ontkennend en de tweede vraag bevestigend en voert … januari 2001 het urencriterium aangescherpt door middel van het tweede lid van artikel 3.6 Wet IB 2001. In dit lid is een 'uitsluitingsregel' opgenomen: bij de bepaling of aan het urencriterium
- BelastingrechtHoger beroepHet Hof laat uren die belanghebbende als gevolg van ziekte niet heeft kunnen werken bij de beoordeling of aan…
Gerechtshof Amsterdam|21 maart 2007|ECLI:NL:GHAMS:2007:BA2619
ziekte niet heeft kunnen werken bij de beoordeling of aan het urencriterium van art. 3.6 Wet IB 2001 is voldaan buiten aanmerking. GERECHTSHOF AMSTERDAM Kenmerk 05/01084 uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer … gehouden. 2.6. Op grond van het bepaalde in artikel 3.76, eerste lid, juncto artikel 3.6 Wet IB 2001 is de zelfstandigenaftrek slechts van toepassing indien de belastingplichtige in 2002 ten minste
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 3.6 Wet IB 2001, urencriterium. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat hij aan het urencriterium…
Gerechtshof Den Haag|1 april 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:660
Artikel 3.6 Wet IB 2001, urencriterium. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat hij aan het urencriterium heeft voldaan. GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-20/00551 Uitspraak van 1 april … minste 1.225 uren heeft besteed aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen (artikel 3.6 Wet IB 2001) zodat belanghebbende reeds om die reden geen recht heeft op de onder 5.1 genoemde ondernemersfaciliteiten
- BelastingrechtArt. 3.6, lid 2, Wet IB 2001; werkzaamheden hoofdzakelijk van ondersteunende aard en ongebruikelijk…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2008|ECLI:NL:PHR:2008:AZ9096
januari 2001 het urencriterium aangescherpt door middel van het tweede lid van artikel 3.6 Wet IB 2001. In dit lid is een 'uitsluitingsregel' opgenomen: bij de bepaling of aan het urencriterium
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigArt. 3.6 Wet IB 2001, urencriterium, uitgesloten werkzaamheden, binnenvisserijbedrijf, werkzaamheden voor…
Rechtbank 's-Gravenhage|25 juli 2007|ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0617
3.6 Wet IB 2001, urencriterium, uitgesloten werkzaamheden, binnenvisserijbedrijf, werkzaamheden voor samenwerkingsverband zijn hoofdzakelijk van ondersteunende aard, er is tevens sprake van een ongebruikelijk samenwerkingsverband, het is niet aannemlijk dat samenwerkingsverbanden binnen
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigArtikel 3.6 Wet IB 2001. Urencriterium. Vertrouwensbeginsel. Gelijkheidsbeginsel. Tunnelvisie bij…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|14 augustus 2020|ECLI:NL:RBZWB:2020:3809
Artikel 3.6 Wet IB 2001. Urencriterium. Vertrouwensbeginsel. Gelijkheidsbeginsel. Tunnelvisie bij belastingdienst? Proceskosten. Belanghebbende werkt als belastingadviseur in dienstbetrekking en is sinds 3 jaar maat in een maatschap. De geclaimde zelfstandigen- en startersaftrek
- Belastingrecht- artikel 3.6 Wet IB 2001; - zelfstandigenaftrek; - man-vrouwfirma; - is het gebruikelijkheidscriterium…
Parket bij de Hoge Raad|9 oktober 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BF7316
artikel 3.6 Wet IB 2001; - zelfstandigenaftrek; - man-vrouwfirma; - is het gebruikelijkheidscriterium discriminerend? Nr. 43 992 Mr. Niessen Derde kamer A Inkomstenbelasting 2003 Conclusie inzake: X tegen Staatssecretaris van Financiën 17 september
- BelastingrechtArt. 2.14, 3.119a, 10bis.1, 10bis.9 Wet IB 2001. Bestaande eigenwoningschuld. Verhouding rangorderegeling tot…
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1403
renteaftrek bij een 'bestaande eigenwoningschuld' vindt niet plaats op grond van bepalingen uit Afdeling 3.6 Wet IB 2001. De basis voor deze renteaftrek is art. 10bis.10 Wet IB 2001. 2.11 De toelichting
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigInkomstenbelasting. Samenwerkingsverband tussen huisarts en zijn echtgenote, een gediplomeerd…
Rechtbank Haarlem|13 juli 2007|ECLI:NL:RBHAA:2007:BB6648
ondernemer winst geniet. Ingevolge het tweede lid, aanhef en onderdeel a, van artikel 3.6 Wet IB 2001 komen voor de toepassing van het eerste lid, aanhef niet in aanmerking de werkzaamheden … echtgenoot zijn, zo is niet in geschil, verbonden personen in de zin van artikel 3.6 Wet IB 2001. Artikel 3.6, tweede lid, onderdeel a, Wet IB 2001 bevat twee cumulatieve uitsluitingsgronden voor
- BelastingrechtCassatieArtikel 3.111, lid 1 en lid 7, art. 3.113 Wet IB 2001. Eigenwoningregeling. Tijdelijke verhuur van…
Hoge Raad|18 september 2020|ECLI:NL:HR:2020:1448Aangehaald in 8 uitspraken
slechts tijdelijk als hoofdverblijf (tezamen met de woning) aan belanghebbende ter beschikking staat. Afdeling 3.6 Wet IB 2001 is daarom niet op het tuinhuis van toepassing en dus evenmin artikel 3.113 Wet
- BelastingrechtCassatieArt. 3.112, lid 2 en 3, Wet IB 2001; WOZ-waarde woning in aanbouw van toepassing voor IB.
Hoge Raad|25 januari 2008|ECLI:NL:HR:2008:BB4406
Wet IB 2001 en dus van een eigen woning in de zin van afdeling 3.6 Wet IB 2001. 3.4. Vervolgens heeft het Hof geoordeeld dat voor de onderhavige woning een WOZ-beschikking
- BelastingrechtCassatieart. 3.112, lid 2 en 3, Wet IB 2001; WOZ-waarde woning in aanbouw van toepassing voor IB.
Hoge Raad|25 januari 2008|ECLI:NL:HR:2008:BB4400
Wet IB 2001 en dus van een eigen woning in de zin van afdeling 3.6 Wet IB 2001. 3.4. Vervolgens heeft het Hof geoordeeld dat voor de onderhavige woning een WOZ-beschikking
- BelastingrechtZelfstandigenaftrek. Art. 3.6, lid 2, letter a, Wet IB 2001. De bewijslast met betrekking tot zowel de…
Parket bij de Hoge Raad|28 januari 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BO0431
Zelfstandigenaftrek. Art. 3.6, lid 2, letter a, Wet IB 2001. De bewijslast
- BelastingrechtCassatieArt. 3.120, leden 1, 3 en 4, Wet IB 2001; aftrekbaarheid vooruitbetaalde rente (voor een kortere periode dan…
Hoge Raad|29 januari 2021|ECLI:NL:HR:2021:126
eigenwoningrente sprake is, moet worden beoordeeld aan de hand van de regels van Afdeling 3.6 Wet IB 2001. 2.3.2 Vooruitbetaalde rente is rente die gerekend vanaf het moment van betaling
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigBelanghebbende is masseur en heeft een eigen massagesalon. Hij volgde een opleiding tot massagetherapeut…
Rechtbank Breda|4 oktober 2011|ECLI:NL:RBBRE:2011:BU4883
toepassing van de zelfstandigenaftrek dient voorts te worden voldaan aan het urencriterium van artikel 3.6 Wet IB 2001. Volgens de door belanghebbende overgelegde urenspecificatie heeft hij in 2008 326 declarabele uren gemaakt
- BelastingrechtHoger beroepUrencriterium; tellen aan studie besteedde uren mee voor het urencriterium.
Gerechtshof Amsterdam|14 december 2023|ECLI:NL:GHAMS:2023:3572
bijzonder is in geschil of belanghebbende voldoet aan het urencriterium van artikel 3.6 Wet IB 2001 en of de uren die zij heeft besteed aan haar studie hiervoor meetellen. Niet in geschil
- BelastingrechtHoger beroepArt. 3.8, Wet IB 2001. Art. 3.76, Wet IB 2001. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door haar…
Gerechtshof Den Haag|28 mei 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:916
Art. 3.8, Wet IB 2001. Art. 3.76, Wet IB 2001. Belanghebbende heeft
- BelastingrechtHoger beroepAchteraf opgestelde specificaties en overzichten vormen onvoldoende bewijs voor de stelling dat tenminste…
Gerechtshof Amsterdam|10 juli 2014|ECLI:NL:GHAMS:2014:3009
belanghebbende in het onderhavige jaar voldoet aan het urencriterium zoals vermeld in artikel 3.6 Wet IB 2001. 4 Beoordeling van het geschil 4.1. De rechtbank heeft in haar uitspraak het volgende omtrent
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigNiet aannemelijk is dat eiser ten minste 1225 uren aan werkzaamheden voor zijn activiteiten als zelfstandig…
Rechtbank Haarlem|28 juli 2005|ECLI:NL:RBHAA:2005:BA3856
geschil 4.1. Op grond van het bepaalde in artikel 3.76, eerste lid, juncto artikel 3.6 Wet IB 2001 geldt de zelfstandigenaftrek voor eiser indien hij in 2002 ten minste 1225 uren
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.