5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie AG. 408 Sv en art. 366.4 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep. Termijn voor het instellen van hoger…
Parket bij de Hoge Raad|10 maart 2020|ECLI:NL:PHR:2020:218
Conclusie AG. 408 Sv en art. 366.4 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep. Termijn voor het instellen van hoger beroep. Aan de verdachte die de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, is bij uitreiking … onrechte art. 408, vierde lid Sv niet heeft toegepast. 7. Art. 408 Sv luidt – voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang - aldus: 1. Het hoger beroep moet binnen veertien
- Strafrecht overigConclusie AG over de rechtsgeldigheid van een betekening van een dagvaarding in persoon op het moment dat de…
Parket bij de Hoge Raad|28 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:62
zijn besluitvorming. 8. Verder blijkt uit de memorie van toelichting voor zover het artikel artikel 408 Sv betreft het volgende: “De twijfel werkt hier (...) in het voordeel van verdachte. Zolang niet … zijn besluitvorming. 6. Verder blijkt uit de memorie van toelichting voor zover het artikel artikel 408 Sv betreft het volgende: “De twijfel werkt hier (...) in het voordeel van verdachte. Zolang niet
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen telen hennep (art. 3.B Opiumwet) en medeplegen diefstal d.m.v. verbreking (art. 311.1 Sr). Hof…
Hoge Raad|30 juni 2020|ECLI:NL:HR:2020:1161Aangehaald in 6 uitspraken
vonnis dus pas toen termijn HB. - Uiteindelijk 28 augustus 2018 ingesteld. In principe art 408 Sv. Nu cliënt bekend was met de dag van de zitting, heeft immers
- Strafrecht overigConclusie AG. Klacht over de niet-ontvankelijkheid van de verdachte in zijn hoger beroep. Verontschuldigbare…
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 2020|ECLI:NL:PHR:2020:485
vonnis dus pas toen termijn HB. ? Uiteindelijk 28 augustus 2018 ingesteld. In principe art 408 Sv. Nu cliënt bekend was met de dag van de zitting, heeft immer
- Strafrecht overigConclusie AG. Art. 257d en 257e Sv, termijn doen van verzet na toezending van een afschrift van een…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2020|ECLI:NL:PHR:2020:920
Toelichting bij deze wijziging, Kamerstukken II, 1974-1975, 13494, nr. 3. Zie voorts Melai/Groenhuijsen, art. 408 Sv, aant. 8 en Melai/Groenhuijsen, art. 432 Sv, aant. 9.1. Zie over de uitreiking
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.