Zoekresultaten

Voor “"5 Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

8 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad18 december 2001ECLI:NL:PHR:2001:AD5211

    vraag naar de ontvankelijkheid van het OM in zijn vervolging, de toepasselijkheid van art. 5 Sr, als bepaling waarop de rechtsmacht hier te lande ten aanzien van het onder 2. bewezenverklaarde … mijn ogen geen steun in het recht en in het bijzonder niet in art. 5 Sr. Ik schaar me achter het in het losbladige Wetboek van Strafrecht neergelegde en met verwijzing naar

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad2 oktober 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2806

    steun, maar is een bijzondere voorwaarde in de zin van art. 14c lid 2 sub 5 Sr. Dat in casu sprake is van schending van art. 14d lid 2 Sr vermag … deels) voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarde ex art. 14c lid 2 sub 5 Sr gaat en niet, zoals in het door de raadsman aangehaalde HR NJ 1991, 274, om een bijzondere voorwaarde

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad2 oktober 2001ECLI:NL:HR:2001:AB2806Aangehaald in 16 uitspraken

    geen andere lezing toe dan dat het met toepassing van art. 14c, tweede lid onder 5°, Sr de behandeling van de veroordeelde heeft gelast zonder dat deze daartoe in een inrichting wordt

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad18 september 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1471

    Nr. CW 2323 mr Th.B. ten Kate inzake D.D. Bouterse Edelhoogachtbaar College, Voordracht en vordering tot cassatie in het belang der wet: In het belang der wet heb ik de eer mij in cassatie te voorzien tegen de Beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam, van 20 november 2000, gewezen op het schriftelijk beklag van…

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad3 april 2001ECLI:NL:HR:2001:AB0845

    Nederlandse strafrecht omdat de gedraging niet zou vallen binnen de grenzen die art. 5 Sr stelt. Zij behoefde daarom ook niet bepaaldelijk en met redenen omkleed te beslissen omtrent de toepasselijkheid

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad3 april 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB0845

    zijn aankopen in Frankrijk na te leven. 20. In het middel wordt gewezen op art. 5 Sr, waarin - kort samengevat - is bepaald dat in het buitenland gestelde gedragingen van Nederlanders in Nederland … werden verricht strafbare feiten opleveren. Ten aanzien van art. 437 Sr, een overtreding, kan art. 5 Sr geen rechtsmacht scheppen indien het feit in het buitenland is begaan. 21. De wettelijke regeling

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad23 oktober 2001ECLI:NL:HR:2001:AD4463

    Nederland ter zake van de desbetreffende feiten voorzover in België begaan, op grond van art. 5 Sr originaire jurisdictie heeft. 3.4. Art. 552aa , tweede lid, Sv luidt: "Degene op wie het verzoek

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad23 oktober 2001ECLI:NL:PHR:2001:AD4463

    Nederlandse nationaliteit bezit en dat, kort gezegd, voldaan is aan de eisen van art. 5 Sr. In het hiernavolgende wordt er daarom van uitgegaan dat Nederland ter zake van die feiten originaire

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.