5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|26 november 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE5591Aangehaald in 11 uitspraken
stelling van de raadsman af." 3.3. Het eerste, derde en vierde lid van art. 511b Sv luiden voorzover hier van belang: "1. Een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|24 september 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE6122Aangehaald in 5 uitspraken
worden aangenomen dat de wetgever bij vergissing heeft nagelaten in het vierde lid van art. 511b Sv tevens naar art. 264 Sv te verwijzen. 3.6. Uit het vorenstaande volgt dat het hier
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE6122
zijn gewijzigd en hun huidige inhoud hebben gekregen. Ten tijde van het inwerkingtreden van art. 511b Sv was art. 264 Sv vervallen (Stb. 1984, 332). De in het huidige art. 264 Sv
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8950
voor ontnemingszaken betekent dat de dag van de betekening van de in art. 511b Sv bedoelde vordering bepalend is voor het procesrecht dat van toepassing is. Dat was in deze zaak
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE5591
verklaard omdat de vordering niet "zo spoedig mogelijk" aanhangig is gemaakt, als voorgeschreven in art. 511b Sv. Het derde middel keert zich tegen de verwerping van het verweer dat het openbaar ministerie
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.