13 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|15 december 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA9053
BW te buiten gaat, en in onderdeel 3 dat een toepassing van art. 6:248 BW en/of art. 6:258 BW op een optieovereenkomst als de onderhavige niet behoort
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4942
imprévision-regeling van art. 6:258 BW" in feite beriep op art. 6:248 BW nu [verweerder] zich op het standpunt stelde dat zij naar maatstaven van redelijk-heid en billijkheid niet … bedacht dat toepassing van het eerste noch van het tweede lid van art. 6:248 BW (aanvullende en beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid) is uitgesloten doordat op grond van dezelfde
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7915
gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (art. 6:248 BW). In oudere rechtspraak is op deze grond enkele malen een beroep van de verzekeraar op een polisbeding … noemt bij clausules van preventieve aard met een beroep op art. 6:248 BW goed verdedigbaar dat bij het ontbreken van voldoende causaal verband - hetgeen de verzekerde zal moeten aantonen - een beroep
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|12 mei 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5776
objectiefrechtelijke redelijkheid en billijkheid als bedoeld in de art. 6:2 en 6:6:248 BW, maar om een gedragsmaatstaf in de zin van te goeder trouw handelen. In deze betekenis komt
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|20 oktober 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA7688
maatschappelijke gevolgen in casu onredelijk en dient op basis van art. 6:2 en 6:248 BW buiten toepassing te blijven; d. onder de gegeven omstandigheden is het beroep van Hertel
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|10 november 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA8253
voortvloeit, dan wel krachtens de algemene regels van verbintenissenrecht (waaronder art. 6:2 en 6:248 BW), is er m.i. geen reden voor uitbreiding van de nu in art. 7:680a BW
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|4 februari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4729
partijen op 2 februari 1996 totstandgekomen octrooilicentieovereenkomst buiten toepassing zal zijn, zulks krachtens art. 6:248 BW, op grond van het feit dat het niet verlenen van de octrooien
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4944
oordeel dat de verzekeraar niet gebonden is aan het oordeel van de bedrijfsvereniging art. 6:248 BW is geschonden. ’s Hofs oordeel dat de verzekeraar niet is gebonden aan het oordeel
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4938
objectiefrechtelijke redelijkheid en billijkheid als bedoeld in de art. 6:2 en 6:248 BW, maar om een gedragsmaatstaf in de zin van te goeder trouw handelen7. Deze gedragsmaatstaf
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5776
objectiefrechtelijke redelijkheid en billijkheid als bedoeld in de art. 6:2 en 6:6:248 BW, maar om een gedragsmaatstaf in de zin van te goeder trouw handelen. In deze betekenis komt
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|10 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8253
voortvloeit, dan wel krachtens de algemene regels van verbintenissenrecht (waaronder art. 6:2 en 6:248 BW), is er m.i. geen reden voor uitbreiding van de nu in art. 7:680a BW
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Roermond · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Roermond|7 december 2000|ECLI:NL:RBROE:2000:AA8879
Uitspraak: 7 december 2000. V O N N I S van de Arrondissementsrechtbank te Roermond in de zaak van: eiser in conventie, gedaagde in reconventie: [eiser] wonende te Posterholt, procureur mr. H.M.J. Offermans; tegen: gedaagde in conventie, eiser in reconventie: [gedaagde] procureur mr. J.W.E.M. Guzik. Het verdere…
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|20 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7688
onbillijk resultaat geeft dat de bepaling op grond van art. 6:2 en 6:248 BW buiten toepassing moet worden gelaten (cvr sub 26). Meest subsidiair stellen zij zich op het standpunt
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.