41 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:358
Voor de bepaling van het moment van de opeisbaarheid van de vordering geeft artikel 6:38 BW het kader. Op grond van dit artikel kan de verbintenis terstond worden nagekomen … vraag in hoeverre partijen hebben willen afwijken van de hoofdregel van art. 6:38 BW: “5.3. Kort gezegd heeft [verweerster] zich in artikel 5 van de overeenkomst verplicht tot betaling
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:359
Voor de bepaling van het moment van de opeisbaarheid van de vordering geeft artikel 6:38 BW het kader. Op grond van dit artikel kan de verbintenis terstond worden nagekomen … vraag in hoeverre partijen hebben willen afwijken van de hoofdregel van art. 6:38 BW: “5.3. Kort gezegd heeft [verweerster] zich in artikel 5 van de overeenkomst verplicht tot betaling
- Civiel recht overigHoger beroepOverdracht erfpachtrecht – uitleg overeenkomst – tijdstip van nakoming 6:38 BW – tekortkoming –…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba|4 mei 2021|ECLI:NL:OGHACMB:2021:204
Overdracht erfpachtrecht – uitleg overeenkomst – tijdstip van nakoming 6:38 BW – tekortkoming – ontbindingsverklaring – schadevergoeding – onrechtmatig beslag. formele relatie: BON201900623 Burgerlijke zaken over 2021 Vonnis no.: Registratienummers: BON201900623 -BON2020H00040 Uitspraak: 4 mei 2021 GEMEENSCHAPPELIJK … voorzien van een volmacht en de beschikking over het perceel. 2.9 Uit artikel 6:38 BW volgt dat wanneer partijen geen tijdstip voor nakoming zijn overeenkomen en dat tijdstip ook niet
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigLening of investering. Uitleg van de bedoeling van partijen bij ter beschikking stellen van €100.000,00, Haviltex.
Rechtbank Gelderland|25 augustus 2021|ECLI:NL:RBGEL:2021:4535
terugbetaling uit de overeenkomst voortvloeit. Dit artikel wijkt af van de hoofdregel in artikel 6:38 BW, waarin is opgenomen dat bij een overeenkomst waarbij geen tijdsbepaling voor nakoming overeen is gekomen … terstond nakoming gevorderd kan worden. De aard van de geldleningsovereenkomst impliceert dat artikel 6:38 BW niet van toepassing is (Kamerstukken II 2015/2016, 34442, nr. 3, p.16 (MvT)). Toegepast op deze zaak
- Civiel recht overigHoger beroepHoger beroep. Overeenkomst van geldlening. Eindarrest na bewijsopdracht ten aanzien van gestelde betalingen…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|12 oktober 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:9626
over het geleende bedrag. Volgens [de leningverstrekker] was de lening op grond van art. 6:38 BW al op 28 juli 2016 opeisbaar. Dat was de datum waarop volgens haar de lening … terugbetaling hebben afgesproken en [de leningverstrekker] alleen al daarom geen beroep toekomt op art. 6:38 BW. 2.3 Volgens [de leningnemer] spraken partijen af dat de lening pas eind 2020 hoefde
- ArbeidsrechtEerste aanleg - enkelvoudigPremievordering bedrijfstakpensioenfonds. Verzet tegen dwangbevel ex artikel 21 Wet Bpf. Verjaring…
Rechtbank Rotterdam|25 maart 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:3805
vorderen. Als geen termijn voor nakoming is bepaald, is een verbintenis ‘terstond’ opeisbaar (artikel 6:38 BW). Als wel een termijn is bepaald, is de vordering in het algemeen pas opeisbaar … heeft geoordeeld) niet dat de vordering daarmee niet opeisbaar is geworden. Uit artikel 6:38 BW volgt dat een verbintenis opeisbaar is als de schuldeiser gerechtigd is nakoming te vorderen
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Verzoek verhuurder tot faillietverklaring huurder. Betaling door een…
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2021|ECLI:NL:PHR:2021:731
niet hoeft te presteren, maar dat de verbintenis al wel moet bestaan (vgl. 6:38 BW) . 2.9 Het inroepen van een opschortingsrecht komt wat dat betreft op hetzelfde neer: de schuldenaar hoeft
- VerbintenissenrechtHoger beroepgeldleningen tussen voormalige zakelijke partners in vastgoedprojecten; bedongen rente onder oud recht…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 mei 2021|ECLI:NL:GHSHE:2021:1346
geldleningen tussen voormalige zakelijke partners in vastgoedprojecten; bedongen rente onder oud recht; borgtocht; vervangende schadevergoeding voor tekortkoming onderhoudsverplichting; onrechtmatigheid conservatoire beslagen; verlaging dwangsom voor opheffing beslagen.
- Civiel recht overigHoger beroepTussenarrest. Overeenkomst van geldlening. Bewijsopdracht ten aanzien van gestelde betalingen en afspraken…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|20 april 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:3799
termijn voor die terugbetaling. [appellante] beroept zich daarbij als eerste op artikel 6:38 BW. Daarin staat dat indien geen tijd voor nakoming is bepaald, terstond nakoming kan worden gevorderd. [appellante] stelt
- Civiel recht overigHoger beroepHoger beroep; incasso advocatenwerkzaamheden tegenover fietsenleveranties; hoedanigheid vereffenaar en…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|23 maart 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:2741
waarop de vordering van [appellant] opeisbaar is geworden heeft de kantonrechter terecht artikel 6:38 BW tot uitgangspunt genomen. Dat artikel bepaalt dat indien geen tijd voor de nakoming is bepaald
- Civiel recht overigBodemzaakRechtbank Zeeland-West-Brabant · Bodemzaak · Civiel recht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|2 juni 2021|ECLI:NL:RBZWB:2021:2756
welk moment [eiser] de geldlening op zijn vroegst had kunnen opeisen. Uit artikel 6:38 BW blijkt dat indien geen tijd voor de nakoming is bepaald, nakoming terstond kan worden gevorderd
- Civiel recht overigHoger beroepHoger beroep; feitelijke grondslag vordering is een overeenkomst van geldlening, maar deze blijkt niet te…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 september 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:9053
overeengekomen, was een vordering tot terugbetaling van de gestorte gelden terstond opeisbaar (art. 6:38 BW). De verwijzing door [appellant] naar artikel 3:307 lid 3 BW (bedoeld is: lid 2) mist
- OndernemingsrechtHoger beroepProcedure na verwijzing door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:1276). Aan de volstortingsplicht ingevolge art…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|23 maart 2021|ECLI:NL:GHSHE:2021:883
door Aabo (bij antwoordakte) niet is weersproken. Dit betekent dat de hoofdregel van artikel 6:38 BW geldt en dat de vordering van [de vennootschap 2] (i.o.) op [Beheer B.V.] direct opeisbaar
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVerzet tegen bankvorderingen en dwangschrift gegrond.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao|8 november 2021|ECLI:NL:OGEAC:2021:198
Kadaster haar verplichting tot afdracht van de gelden zou nakomen. Op grond van artikel 6:38 BW betekent dat dat die vorderingen tot periodieke afdracht steeds terstond opeisbaar waren. Niet betwist
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEindvonnis. Verzoek om terug te komen op bindende eindbeslissing in het tussenvonnis…
Rechtbank Rotterdam|19 mei 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:4807
zodat artikel 7:129e BW daarop niet van toepassing is. Het wel toepasselijke artikel 6:38 BW bepaalt dat als geen tijd voor nakoming is bepaald, de verbintenis op eerste aanvraag
- Civiel recht overigHoger beroepAfwikkeling huwelijkse voorwaarden – verjaring – naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba|11 mei 2021|ECLI:NL:OGHACMB:2021:111
omvang van het te verrekenen vermogen. Die vordering is op grond van art. 6:38 BW direct opeisbaar vanaf het moment van haar ontstaan, ook al is op dat moment de omvang
- Civiel recht overigHoger beroepPensioenrecht. Vordering tot nakoming pensioentoezegging, resp. schadevergoeding tegen ex-werkgever is…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|23 maart 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:2849
nakoming baseert, is geen tijdstip voor nakoming bepaald. Dat betekent dat ingevolge artikel 6:38 BW de verbintenis terstond opeisbaar was. Op grond van artikel 3:310 lid 1 BW verjaart
- Civiel recht overigHoger beroepIs voldaan aan geldleningsovereenkomst doordat de ouders van de geldgever het leenbedrag hebben betaald aan…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|16 maart 2021|ECLI:NL:GHSHE:2021:752
verbintenissen waaruit geen tijdstip van nakoming voortvloeit de schuldeiser terstond nakoming kan eisen (art. 6:38 BW). Bij verbintenissen waarbij wel een tijdstip voor van nakoming ligt besloten, kan de schuldeiser niet
- Personen- en familierechtHoger beroepErfrecht. Testament met legaat van levenslang vruchtgebruik aan ex-echtgenote. Legaat is niet op de wettelijk…
Gerechtshof Den Haag|14 december 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:2464
overlijden van de erflater, tenzij de erflater anders heeft bepaald (zie art. 6:38 BW en Asser/Perrick 4 2021/573). 14. Vast staat dat alle erfgenamen aan [betrokkene] op 30 juli
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigPensioenpremie, werkingssfeer Verplichtstellingsbesluit en verjaring. Werkgever valt onder…
Rechtbank Noord-Holland|8 december 2021|ECLI:NL:RBNHO:2021:11361
vorderen. Als geen termijn voor nakoming is bepaald, is een verbintenis ‘terstond’ opeisbaar (artikel 6:38 BW). Als wel een termijn is bepaald, is de vordering in het algemeen pas opeisbaar
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.