27 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroeppachtrecht Artikel 7:319 BW, artikel 7:325 BW Verzoek tot goedkeuring. Reguliere pachtovereenkomst voor een…
Centrale Grondkamer|22 mei 2025|ECLI:NL:CG:2025:1
pachtrecht Artikel 7:319 BW, artikel 7:325 BW Verzoek tot goedkeuring. Reguliere pachtovereenkomst voor een kortere duur dan de wettelijke duur. Bij een termijn langer dan een jaar moet de grondkamer … naar de grondkamer gestuurd voor goedkeuring. Maar voor zover daarmee bedoeld is van artikel 7:325 BW af te wijken, komt deze pachtbeëindigingsovereenkomst ook niet voor goedkeuring in aanmerking. Van artikel 7
- Civiel recht overigHoger beroepCentrale Grondkamer, pachtrecht artikel 5 Pachtwet, artikel 12 Pachtwet, artikel 7:319 en 325 BW Geen sprake…
Centrale Grondkamer|22 december 2008|ECLI:NL:CG:2008:1
325 BW Geen sprake van een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 7:325 BW. Verpachters hebben immers niet aannemelijk gemaakt dat hun rechtsvoorganger de onderhavige percelen land indertijd, nog slechts … grondkamer. Blijkens lid 4 van zowel artikel 12 van de Pachtwet als artikel 7:325 BW verleent de grondkamer haar goedkeuring aan de kortere duur alleen op grond van de bijzondere omstandigheden
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigOvereenkomst van bruikleen (om niet) van bedrijfsgebouwen en geliberaliseerde pachtovereenkomst met…
Rechtbank Noord-Nederland|31 maart 2026|ECLI:NL:RBNNE:2026:979
goedkeuring aangeboden. Ingevolge artikel 7:322 lid 2 BW gaat de in artikel 7:325 BW bedoelde duur van de pachtovereenkomst in bij de aanvang van het pachtjaar, volgende op dat, waarin
- Civiel recht overigHoger beroepCentrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:319 BW, artikel 3:171 BW, artikel 7:321 BW, artikel 7:322 BW…
Centrale Grondkamer|11 april 2024|ECLI:NL:CG:2024:2
BW, artikel 3:171 BW, artikel 7:321 BW, artikel 7:322 BW, artikel 7:325 BW, artikel 36 lid 1 van de Uitvoeringswet grondkamers Bezwaren voldoende duidelijk. Verzoek niet ingediend door
- Civiel recht overigHoger beroepRv 118; BW 7:363, 7:369, 7:370 7:371 Ten onrechte, want overbodig, is door de voorgestelde medepachter een…
Gerechtshof Arnhem|22 november 2011|ECLI:NL:GHARN:2011:BU7762
aangaan van een nieuwe reguliere pachtovereenkomst heeft gedacht. Het daar genoemde art. 7:325 BW is immers volgens art. 7:397 lid 1 BW niet van toepassing in geval van geliberaliseerde pacht
- Civiel recht overigHoger beroepCentrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:319 BW, artikel 7:311 BW, artikel 7:325 BW Verzoek tot goedkeuring…
Centrale Grondkamer|24 oktober 2024|ECLI:NL:CG:2024:8
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:319 BW, artikel 7:311 BW, artikel 7:325 BW Verzoek tot goedkeuring. Sprake van een pachtovereenkomst. Alsgeheeltoets. Kortere duur, geen bijzondere omstandigheden. Deskundigenonderzoek. CENTRALE GRONDKAMER Datum
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Voldoende aannemelijk dat sprake is van een mondelinge pachtovereenkomst.
Rechtbank Oost-Brabant|24 mei 2017|ECLI:NL:RBOBR:2017:2944
wijze van gebruik van de grond maakt dat niet anders. Bovendien bepaalt artikel 7:325 BW in lid 1 dat de duur van een pachtovereenkomst voor los zand zes jaar bedraagt … kort geding is daarom dat de pachtovereenkomst ingevolge het vijfde lid van artikel 7:325 BW van rechtswege is verlengd en dus nog niet is geëindigd. 4.7. Slotsom is dat voldoende aannemelijk
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - meervoudigPachtovereenkomst voor kortere duur verlengd op grond van de aanname dat de bijzondere omstandigheden van…
Rechtbank Den Haag|5 april 2022|ECLI:NL:RBDHA:2022:3651
periode, terwijl er anderzijds staat dat op de verlengde overeenkomst artikel 5 (van art. 7:325 BW) van toepassing is. Lid 5 van artikel 7:325 BW stelt dat de pacht wordt
- Civiel recht overigBodemzaakpacht; pachtovereenkomst; totstandkoming; wilsgebrek?; hoevepacht?; toepassing art. 7:313 lid 3 BW
Rechtbank Oost-Brabant|8 februari 2024|ECLI:NL:RBOBR:2024:325
tussen hen en [eiser] niet een pachtovereenkomst bestaat in de zin van artikel 7:325 BW voor gronden en/of gebouwen die behoren tot de nalatenschap van [erflaatster] . Zij vorderen tevens [eiser
- Civiel recht overigPachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan…
Parket bij de Hoge Raad|23 maart 2018|ECLI:NL:PHR:2018:259
Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving
- Civiel recht overigHoger beroepSchending zorgplicht agrarisch adviseurs. Deze zaak tussen verpachtster en adviseurs is de vrijwaringszaak…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|5 oktober 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:9308
hoevepachtovereenkomst eindigt door de werking van artikel 7:322 BW in samenhang met artikel 7:325 BW in 2025. [pachter] vordert in de hoofdzaak schade, nader op te maken bij staat, omdat
- Civiel recht overigHoger beroepAppellante was eigenares van een melkveebedrijf. De grond waarop het melkveebedrijf werd geëxploiteerd was in…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|15 maart 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:1994
komst eindigt door de werking van artikel 7:322 BW in samenhang met artikel 7:325 BW in 2025. Is Piluha schadeplichtig? 3.7 [pachter] vordert in deze procedure vergoeding van schade, nader
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigPachtzaak. Tussen partijen geldt nog steeds een reguliere pachtovereenkomst die in het kader van…
Rechtbank Overijssel|22 maart 2022|ECLI:NL:RBOVE:2022:846
niet een pachtverhouding geldt op basis van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:325 BW die is goedgekeurd door de grondkamer en die geldt voor de wettelijke termijn van tenminste
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - meervoudigDe rechtsvoorganger van verpachter is met pachter een geliberaliseerde pachtovereenkomst overeengekomen…
Rechtbank Gelderland|27 september 2023|ECLI:NL:RBGEL:2023:5355
daadwerkelijk sprake is van geliberaliseerde pacht en de pachttermijn zoals geregeld in artikel 7:325 BW niet van toepassing is. De pachtovereenkomst is daarom in beginsel geëindigd op de overeengekomen datum, namelijk
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigincident; Bevoegdheid kantonrechter; artikel 1019j, aanhef en onder a Rv; De vraag of verwijzing nodig is…
Rechtbank Rotterdam|2 februari 2024|ECLI:NL:RBROT:2024:763
Grondkamer. Dit is wel gebruikelijk bij pachtovereenkomsten, zeker als afgeweken wordt van artikel 7:325 BW dat de duur van een pachtovereenkomst regelt en er een kortere duur wordt aangegaan. Wellicht heeft
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBevoegdheid pachtkamer; artikel 1019j, aanhef en onder a Rv; De vraag of verwijzing nodig is, wordt…
Rechtbank Rotterdam|2 februari 2024|ECLI:NL:RBROT:2024:762
Grondkamer. Dit is wel gebruikelijk bij pachtovereenkomsten, zeker als afgeweken wordt van artikel 7:325 BW dat de duur van een pachtovereenkomst regelt, en er een kortere duur wordt aangegaan. Wellicht heeft
- Civiel recht overigHoger beroepFamiliegeschil over vraag of een bepaald perceel is verpacht en zo ja, in welke omvang. Geen vastlegging van…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|14 juli 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:4589
Familiegeschil over vraag of een bepaald perceel is verpacht en zo ja, in welke omvang. Geen vastlegging van pachtovereenkomst waar al schriftelijke overeenkomst voor bestaat.
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Pachtrecht. Art. 7:322 BW.
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2024|ECLI:NL:PHR:2024:532
7:321 en 7:322 BW wel van toepassing zijn, maar die van art. 7:325 BW niet. 3.15 Nu naar de feiten van de zaak. [erflater] en [eiser] hebben een geliberaliseerde
- Civiel recht overigHoger beroepCentrale Grondkamer, pachtrecht artikel 7:325, lid 4 BW Bij de beoordeling of al dan niet sprake is van…
Centrale Grondkamer|29 november 2010|ECLI:NL:CG:2010:1
afgewezen. 10. De grondkamer heeft in haar bestreden beschikking bepaald dat de in artikel 7:325 BW bedoelde duur is ingegaan op 1 januari 2003. Verpachtster heeft tegen dit onderdeel
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigPacht. Vader en moeder hebben een perceel agrarische grond aan hun dochter en schoonzoon verkocht en…
Rechtbank Midden-Nederland|7 mei 2025|ECLI:NL:RBMNE:2025:2130
Pacht. Vader en moeder hebben een perceel agrarische grond aan hun dochter en schoonzoon verkocht en geleverd. Schoonzoon is daardoor eigenaar geworden van de (onverdeelde) helft van het perceel. Na het eindigen van de relatie tussen dochter en schoonzoon beroepen vader en moeder zich op dwaling en vorderen dat…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.