Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 27 september 2013
Voornemen kantonrechter: 75.000 euro ontslagvergoeding voor directeur financiën Laurentius
De kantonrechter in Breda is voornemens de arbeidsovereenkomst tussen woningcorporatie Laurentius en de directeur Financiën en Vastgoedprojecten de heer P. met ingang van 16 oktober 2013 te ontbinden. Laurentius moet P. dan een ontslagvergoeding van 75.000 euro betalen. Beide partijen krijgen nog tot en met 11 oktober de tijd om hun ontbindingsverzoek in te trekken.
Deze uitspraak geldt als komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst tussen Laurentius en P. nog bestaat. P. is namelijk eerder op 23 oktober 2012 door Laurentius op staande voet ontslagen. Tegen dit ontslag loopt bij de rechtbank nog een (bodem)procedure.
Niet integerVolgens de kantonrechter kan P. worden verweten dat hij bij herhaling niet integer heeft gehandeld. Hij heeft zichzelf en zijn collega-directeur bevoordeeld ten koste van Laurentius en in zijn functie als financieel directeur onvoldoende verantwoordelijkheid genomen in situaties die vraagtekens hadden moeten oproepen. Zo zijn op kosten van Laurentius zonder zakelijk doel een camera en een LCD-scherm aangeschaft, die privé werden gebruikt, tekende hij niet-onderbouwde declaraties van zijn collega-directeur, had hij een projectdossier rond de bouw van een appartementencomplex niet op orde en ondernam hij onvoldoende tegen onjuiste boekhoudkundige verwerkingen.
Anderzijds is de kantonrechter van oordeel dat ook Laurentius een verwijt kan worden gemaakt. In het integriteitsonderzoek dat Laurentius heeft laten uitvoeren, is P. ten onrechte niet gehoord. Laurentius heeft P. na zijn schorsing in september 2012 lange tijd niets laten horen en hem daarmee in onzekerheid gelaten, wat een zware emotionele belasting voor hem meebracht.
VergoedingDe kantonrechter heeft voor de hoogte van de ontslagvergoeding aansluiting gezocht bij de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sectoren. Die wet geldt ook voor woningcorporaties als Laurentius en haar directeur P., en verbiedt werkgever en topwerknemer afvloeiingsregelingen van meer dan 75.000 euro overeen te komen. De kantonrechter is in dit geval van oordeel dat het maximum ook geldt nu hij zelf de vergoeding moet bepalen.
P. had, mede gezien zijn 32-jarige dienstverband bij Laurentius, om een ontslagvergoeding van circa € 900.000 gevraagd. Laurentius had aangevoerd dat aan P. in het geheel geen ontslagvergoeding zou moeten worden toegekend.
Onder toezichtWoningbouwvereniging Laurentius is in 2012 onder toezicht gesteld in verband met haar slechte financiële situatie. In mei 2012 werd haar algemeen directeur aangehouden op verdenking van onder meer fraude en oplichting. In september 2012 schorste Laurentius P. en de directeur Klant en Markt en gaf zij opdracht tot een integriteitsonderzoek. De rechter hief de schorsing van de beide onderdirecteuren weer op. Daarop werd P. door Laurentius op staande voet ontslagen. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch besliste dat Laurentius aan P. voorlopig toch loon moest doorbetalen.
In juni 2013 bepaalde de kantonrechter dat de arbeidsovereenkomst tussen Laurentius en de directeur Klant en Markt kon worden ontbonden, waarbij Laurentius ook een ontslagvergoeding van 75.000 euro moest betalen.
Uitspraken in dit bericht
Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)