Strafrecht overig
Vrijspraak voor verdachte van (groeps)verkrachting in Bergen op Zoom nu niet kan worden vastgesteld of er…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 oktober 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:10517 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 29 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2026-10517
Zaakgegevens
Op 29 oktober 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 29 oktober 2026
- Datum publicatie
- 29 oktober 2026
- Zaaknummer
- 02-128030-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:10517
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak voor verdachte van (groeps)verkrachting in Bergen op Zoom nu niet kan worden vastgesteld of er sprake was van dwang bij de seksuele handelingen. Niet-ontvankelijkheid van benadeelde partij vanwege vrijspraak.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-128030-22
vonnis van de meervoudige kamer van 29 oktober 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
raadsman mr. Z. Yeral, advocaat te Roosendaal
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 oktober 2026. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie
mr. M. van Leeuwen en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 8 oktober 2020 in [plaats] samen met anderen [benadeelde] (hierna: aangeefster) meermalen heeft verkracht.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat het Openbaar Ministerie de zaak tegen verdachte op 24 mei 2023 onterecht heeft geseponeerd en acht de verkrachting in vereniging thans wettig en overtuigend bewezen. De verklaringen van aangeefster zijn consistent, gedetailleerd en accuraat en komen authentiek over. Ze worden ondersteund door het bij haar vastgestelde letsel en de uitslag van het DNA onderzoek. Bovendien heeft verdachte zelf bevestigd dat er ook seksueel contact is geweest met zijn twee in de woning aanwezige broers. Dat het initiatief daartoe volgens verdachte van aangeefster uitging is niet geloofwaardig. Bovendien past de volgens verdachte plaatsgevonden seks niet bij de zeker anderhalf uur dat aangeefster in de woning aanwezig is geweest.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Dat seksuele handelingen hebben plaatsgevonden staat niet ter discussie. Volgens verdachte was dat contact echter vrijwillig en ontstond pas achteraf een conflict, omdat aangeefster betaald wilde worden. Verdachte had destijds de Snapchatberichten en de door aangeefster verzonden naaktvideo’s opgeslagen en die had de politie eenvoudig kunnen veiligstellen als zij hem direct na de aangifte had gehoord. Door het tijdsverloop waren deze gegevens niet meer beschikbaar. Hierdoor zijn de verdedigingsrechten van verdachte rechtstreeks geraakt. De door aangeefster gestelde dwang kan niet wettig en overtuigend bewezen worden. De verklaringen van aangeefster wijken onderling niet af op randzaken, maar op de kern: de gestelde dwang, de geweldshandelingen, de seksuele handelingen en de rol van de aanwezigen. Het aangetroffen DNA van verdachte en zijn broer bevestigt dat seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, maar vormt geen bewijs voor de gestelde dwang. Er is geen steunbewijs voor dwang. De tijdens het Forensisch Medisch Onderzoek vastgestelde blauwe plekken worden niet gevolgd door een forensische conclusie dat dit letsel uitsluitend of zelfs maar waarschijnlijk is ontstaan door de beschreven geweldshandelingen. Bovendien zou men bij de door aangeefster gegeven geweldsbeschrijving juist een duidelijk en uitgebreid passend letstelbeeld verwachten.
Het oordeel van de rechtbank
Aangeefster tegenover verdachte
Aangeefster heeft - heel kort samengevat - verklaard dat zij op donderdagavond 8 oktober 2020 een afspraak had met verdachte om hem te ontmoeten bij een [tankstation] in [plaats] om daarna met hem te gaan chillen. Ze is in haar auto met hem naar een woning gereden (aan [adres] in [plaats] . Op meerdere plaatsen in die woning is aangeefster door met name geweld gedwongen tot het verrichten en ondergaan van verschillende seksuele handelingen bij/door verdachte en twee andere mannen. Die twee andere mannen noemt zij “oom” en “ouwe man”. Ze zijn alle drie op een of meer manieren seksueel bij haar binnengedrongen: oraal en/of vaginaal en/of anaal.
Nadat verdachte ruim anderhalf jaar later werd aangehouden en verhoord, heeft hij - kort samengevat - verklaard dat aangeefster in de woning van zijn broer het initiatief nam om hem en de twee andere aanwezige mannen te pijpen. Daarna heeft hij aangeefster in de douche geneukt in haar vagina, ook doggystyle, en overal gelikt. Verdachte is in haar vagina klaargekomen en aangeefster is maximaal een uurtje binnen geweest. Na de seksuele handelingen wilde aangeefster betaald krijgen, maar hij weigerde te betalen.
Taak rechtbank
Vaststaat dat verdachte en aangeefster op 8 oktober 2020 seks hebben gehad en dat er ook seksuele handelingen hebben plaatsgevonden met de twee andere aanwezige mannen.
Gelet op de 8 oktober 2020 geldende wettekst moet de rechtbank echter de vraag beantwoorden of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte (samen met anderen) aangeefster - door met name lichamelijk geweld – heeft gedwongen tot het ondergaan van het meermaals seksueel binnendringen van haar lichaam door meerdere mannen. De beantwoording van die vraag is aan bewijsregels gebonden.
In artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering is bepaald dat de rechter het bewijs dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd niet uitsluitend kan baseren op de verklaring van één persoon, in dit geval aangeefster. Ook als die verklaring betrouwbaar wordt geacht, is die enkele verklaring onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Er moet dus meer bewijs zijn, iets dat die verklaring ondersteunt. Die ondersteuning hoeft niet te gelden voor alle onderdelen van de tenlastelegging. Het gaat erom dat in elk geval een deel van de feiten en omstandigheden die in de belastende verklaring worden genoemd, ondersteuning vindt in één of meer bewijsmiddelen. Het ondersteunende bewijsmateriaal mag niet in een te ver verwijderd verband staan met de verklaring van de aangeefster en moet bovendien uit een andere bron komen.
Het bewijs moet vervolgens ook overtuigend zijn. Dat betekent dat de rechtbank buiten redelijke twijfel moet kunnen concluderen dat het zo is gegaan als uit de bewijsmiddelen naar voren komt.
Om de bewijsvraag te kunnen beantwoorden, moet de rechtbank eerst zo goed mogelijk vaststellen wat er die avond van 8 oktober 2020 feitelijk is gebeurd op basis van (de bewijsmiddelen in) het dossier en de behandeling op zitting. De rechtbank reconstrueert dus achteraf zo goed mogelijk wat in het verleden is gebeurd. Bij de reconstructie in deze zaak speelt de behandeling op zitting overigens geen grote rol, omdat verdachte niet is verschenen en de rechtbank dus niet met hem over de beschuldiging en de inhoud van het dossier heeft kunnen spreken.
Vaststelling feiten en omstandigheden
Aangeefster heeft in die tijd 9000 volgers op Snapchat waaronder verdachte, die op Snapchat niet zijn werkelijke voornaam gebruikt. Ze heeft zoveel volgers, omdat ze er soms weleens pikante dingen op zet en een verhaallijn heeft gehad met freaky dingen. Op donderdag 8 oktober 2020 start verdachte om 19:23 uur een chat met aangeefster via WhatsApp. Hij noemt haar schat en vraagt haar naar [plaats] te komen naar [adres] . Aangeefster antwoordt meteen oke, waarna ze afspreken dat zij naar de [tankstation] komt aan [straat] . Om 19:29 uur zegt aangeefster dan nog een keer oke en vraagt wat zijn naam is. Verdachte noemt dan een voornaam en zegt erbij dat dat zijn echte naam is (wat klopt). Aangeefster zegt dat ze in een half uurtje daar is. Om 19:31 uur zegt verdachte ok en stuurt drie x-jes. Hij zegt ook dat ze alvast moet vertrekken en stuurt ook drie x-jes. Om 19:39 uur zegt aangeefster dat ze nu onderweg gaat. Tegen haar toenmalige vriend vertelt ze dat ze naar een vriendin gaat.
Vanaf het toenmalige adres van aangeefster is het met de auto inderdaad een half uur rijden naar de afgesproken ontmoetingsplaats in [plaats] . Bij een vertrek om 19:39 uur betekent dat naar alle waarschijnlijkheid een aankomst van aangeefster bij de [tankstation] in [plaats] tegen 20:15 uur. Aangeefster ziet verdachte in [tankstation] staan en wacht ongeveer tien minuten voordat ze naar binnen gaat. Verdachte en aangeefster gaan na hun ontmoeting naar de woning aan [adres] .
De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van aangeefster over wat er in de woning heeft plaatsgevonden uit elkaar lopen. Aangeefster verklaart wisselend over wie, waar, wat bij haar heeft gedaan en wat zij heeft gedaan. En dan gaat het niet alleen om de seksuele handelingen door en met aangeefster, maar ook om het tegen haar gebruikte geweld en hoe zij van de ene plek in de woning op de andere terecht is gekomen. De rechtbank benoemt hier twee van die inconsistenties.
In het informatief gesprek en de aangifte is sprake van seksueel misbruik op achtereenvolgens de bank in de woonkamer, het bed in de slaapkamer, in de douche en weer op het bed in de slaapkamer. In de Messengerbrief wordt daar nog aan toegevoegd: seksueel misbruik op de bank, in de slaapkamer en tot slot nog eens op de bank. Daarnaast is het tegen aangeefster gebruikte geweld in de Messengerbrief uitgegroeid tot het meermalen slaan in haar gezicht en op haar billen, het door alle drie de mannen hard knijpen in haar borsten, het bijten in haar vagina en billen en het vastpakken en dichtknijpen van haar keel.
Tussenconclusie
Op basis van de eigen verklaringen van aangeefster kan de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen hoe het samenzijn van aangeefster en de drie mannen in de woning is verlopen. Vervolgens kijkt de rechtbank nog naar de overige inhoud van het dossier.
Overige inhoud dossier
Op 9 oktober 2020 vanaf ongeveer 03:00 uur heeft een Forensisch Medisch Onderzoek (FMO) bij aangeefster plaatsgevonden. Bij dat FMO is slechts zeer beperkt letsel geconstateerd en beschreven. Er is in ieder geval geen letsel gezien dat past bij het eerder uit de Messengerbrief van aangeefster aangehaalde geweld tegen haar. Daarbij is aangeefster toen uitleg gegeven dat ze zich bij de politie kan melden mocht de dagen na dat FMO meer letsel zichtbaar worden. De rechtbank stelt vast dat van later meer zichtbaar geworden letsel niet is gebleken uit het dossier.
Op basis van de overige inhoud van het dossier is wel vast te stellen dat aangeefster en verdachte omstreeks 22:00 uur de woning hebben verlaten. Daarna heeft aangeefster met een smoes gezorgd dat verdachte niet bij haar in de auto ging zitten of (volgens verdachte) bleef zitten, is zij weggereden en heeft ze om 22:07 uur 112 gebeld om te melden dat zij door vier jongens is verkracht en dat ze weet waar ze wonen. Die melding is onvoldoende om de inconsistenties in haar verklaringen terzijde te schuiven en wel buiten redelijke twijfel te kunnen vaststellen hoe het samenzijn in de woning is verlopen. Bovendien is die melding afkomstig van aangeefster zelf, dus niet uit een andere bron. Ook de constatering dat aangeefster waarschijnlijk langer in de woning is geweest dan het door verdachte verklaarde uurtje, is onvoldoende om de sprong te maken naar wettig en overtuigend bewijs van een eenduidig verloop van de avond inclusief toegepast geweld om aangeefster te dwingen tot het plegen en/of ondergaan van seksuele handelingen. Dat geldt ook voor de resultaten van het DNA-onderzoek. Bewijs van gedwongen seksuele handelingen volgt daar niet uit.
Conclusie
Gelet op wat hiervoor is overwogen, kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat, waar en hoe aangeefster op 8 oktober 2020 in de woning in [geboorteplaats] tot seksuele handelingen is gedwongen. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken.
5 De benadeelde partij
De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 16.000,00, waarvan €1.000,00 materiele schade en €15.000,00 immateriële schade. Nu verdachte zal worden vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
6 De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;
Benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, mr. D.H. Hamburger en
mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.P.A.J. Joosen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 oktober 2026.