Strafrecht overig

Veroordeling voor artikel 6 WVW waarbij de schuld bestaat uit zeer onvoorzichtig en onoplettend…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 29 oktober 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
29 oktober 2026
Datum publicatie
29 oktober 2026
Zaaknummer
02.271412.25
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:10511
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling voor artikel 6 WVW waarbij de schuld bestaat uit zeer onvoorzichtig en onoplettend verkeersgedrag. Zwaar lichamelijk letsel. Er wordt sterk rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop. Aan verdachte wordt opgelegd een taakstraf van 240 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een voorwaardelijke rijontzegging van 18 maanden.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02.271412.25

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 oktober 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,

wonende te [adres] ,

raadsman mr. S. Visser, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. P. Emmen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen dan wel dat hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, waarbij voor de mate van schuld wordt uitgegaan van roekeloosheid.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak van het primair tenlastegelegde, omdat geen sprake is geweest van roekeloos rijgedrag. Voor het subsidiair tenlastegelegde wordt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

4.3.2.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feiten en omstandigheden

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte op 18 december 2023 als bestuurder reed in een Volkswagen Caddy op de A4. Ter hoogte van Steenbergen heeft er rond 05:17 uur een verkeersongeval plaatsgevonden, waarbij verdachte en [slachtoffer] betrokken waren.

Verdachte reed op de A4, komende uit de richting van Steenbergen en gaande in de richting van Bergen op Zoom. Voor verdachte reed de Land Rover waarin [slachtoffer] zat. Op enig moment is verdachte met de linkerzijde van zijn voertuig in botsing gekomen met de rechter achterzijde van de Land Rover. Als gevolg van deze botsing is de Land Rover stil komen te staan op de eerste rijstrook. Op enig moment is [slachtoffer] uit de Land Rover gestapt. Kort daarna is een Jaguar F-PACE in botsing gekomen met de Land Rover. Hierdoor is [slachtoffer] waarschijnlijk weggeslingerd en op het wegdek terechtgekomen. Vervolgens is [slachtoffer] overreden door een andere auto, een Peugeot 3008.

Kort voor dit ongeval heeft verdachte met zijn mobiele telefoon een Snapchatfilmpje gemaakt van vijftig seconden. Uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte blijkt dat verdachte dit filmpje heeft geüpload om 05:15:17 uur ter hoogte van hectometerpaal 223,7. Dit was 400 meter voor de plaats van het ongeval en twee minuten voordat bij de politie de melding werd gedaan van het ongeval. Op dit filmpje is het instrumentenpaneel van de auto waarin verdachte reed zichtbaar. Hierop is te zien dat verdachte tijdens het filmen 170 kilometer per uur reed. Dit terwijl een maximumsnelheid van 130 kilometer per uur was toegestaan. Het filmpje was bij het uploaden ook nog voorzien van een tekst. Gelet op de korte afstand en het korte tijdsbestek tussen het uploaden van het filmpje en het ongeval, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte ook zeer kort voor het ongeval op zijn mobiele telefoon zat en dat hij in ieder geval reed met een aanzienlijk hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan. De rechtbank wordt in dit oordeel gesterkt door de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] waarin [getuige 1] verklaart dat verdachte “met een noodgang voorbij kwam” [getuige 2] verklaart dat hij in zijn spiegel een auto snel zal naderen en zag dat die auto met groot licht naar hem seinde, waarbij hij dacht “jij rijdt erg vlot”.

Artikel 6 van de Wegenverkeerswet (hierna: WVW)

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van overtreding van artikel 6 WVW is onder meer vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is pas sprake in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onoplettendheid en/of onvoorzichtigheid. Het juridische begrip 'schuld' in het kader van de WVW houdt in, dat voor strafbaarheid minimaal sprake dient te zijn van aanmerkelijk onvoorzichtig handelen. Daarbij moet gekeken worden naar het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het ongeval.

Onder roekeloosheid als zwaarste schuldvorm moet worden verstaan een buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte waardoor een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, terwijl de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Van roekeloosheid in de zin van artikel 175 lid 2 in samenhang met artikel 6 WVW is in elk geval sprake als het gedrag ook als een overtreding van artikel 5a lid 1 WVW kan worden aangemerkt. Artikel 5a lid 1 WVW beschrijft – niet uitputtend – een reeks gedragingen. Als de verdachte, door een of meer van dergelijke gedragingen te verrichten, opzettelijk zich zodanig in het verkeer gedraagt dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, kan dat gedrag als roekeloos worden aangemerkt als daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Bij het bewijs van het opzettelijk in ernstige mate overtreden van de verkeersregels komt het onder meer aan op de feiten en omstandigheden die zicht bieden op “de algehele instelling van de verdachte waar het in het concrete geval zijn deelname aan het verkeer betreft" (HR 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1405).

Schuldgradatie

De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat verdachte zeer kort voor het ongeval handelingen verrichtte aan zijn mobiele telefoon. Ook heeft verdachte gereden met een veel hogere snelheid dan de toegestane maximumsnelheid ter plaatse. Daarbij heeft verdachte zijn aandacht niet voortdurend op de verkeersdeelnemers en de weg gehouden en heeft hij onvoldoende zijn snelheid aangepast bij het benaderen van de Land Rover waardoor hij vervolgens tegen deze Land Rover is gebotst. Dit betreffen zeer ernstige verkeersovertredingen. Als bestuurder van een personenauto rustte op verdachte de verantwoordelijkheid om behoedzaam en oplettend te zijn, en om zijn snelheid dusdanig te regelen dat hij tijdig zou kunnen reageren op mogelijk op de weg aanwezig verkeer. De officier van justitie heeft bepleit dat sprake is van roekeloosheid. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Schuld in de zin van roekeloosheid is de zwaarste aan opzet grenzende schuldvorm. De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden door in genoemde omstandigheden deze verkeersovertredingen te begaan, en de geboden voorzichtigheid en oplettendheid niet in acht te nemen. Verdachte heeft daarmee schuld in de zin van artikel 6 WVW aan het verkeersongeval. De voornoemde omstandigheden zijn echter niet toereikend voor het oordeel dat de verdachte "roekeloos" in voornoemde zin heeft gereden, zodat de verdachte hiervan partieel zal worden vrijgesproken.

Letsel

Als gevolg van dit ongeval heeft [slachtoffer] letsel opgelopen, bestaande uit twee geperforeerde longen, negen gebroken ribben, vijf gebroken ruggenwervels, een gebroken oogkas, een gebroken kaak en meerdere afgebroken tanden. De rechtbank kwalificeert dit letsel als zwaar lichamelijk letsel.

Conclusie

De rechtbank acht de primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 WVW wettig en overtuigend bewezen.

4.4.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 18 december 2023 te Steenbergen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, een bedrijfsauto, daarmede rijdende over de weg, de A4, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend

tijdens het rijden meerdere handelingen te verrichten aan zijn mobiele telefoon, en daarbij zijn aandacht niet voortdurend op de verkeersdeelnemers en de weg vóór zich en naast zich te houden en

met een hogere snelheid dan de aldaar voor bedrijfsauto’s toegestane maximum snelheid van 130 kilometer per uur te rijden,

onvoldoende zijn snelheid aan te passen bij het benaderen van een verkeersdeelnemer,en vervolgens tegen een personenauto aan te botsen,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten
twee geperforeerde longen en negen gebroken ribben en vijf gebroken ruggenwervels en meerdere afgebroken tanden en een gebroken kaak en een gebroken oogkas werd toegebracht.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 240 uur, een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van achttien maanden waarvan twaalf maanden voorwaardelijk en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, beiden met een proeftijd van één jaar.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit toepassing van het jeugdstrafrecht. Ook moet rekening worden gehouden met het tijdsverloop en de omstandigheid dat verdachte zijn baan verliest als er een onvoorwaardelijke rijontzegging wordt opgelegd. Gelet daarop wordt verzocht te volstaan met een werkstraf en een voorwaardelijke rijontzegging.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van het feit

Verdachte heeft zich op 18 december 2023 schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval. Hij heeft op de A4 gereden met een veel hogere snelheid dan de toegestane maximumsnelheid terwijl hij ook met zijn mobiele telefoon bezig was. Kort voor het ongeval heeft verdachte een filmpje geüpload via Snapchat. Uit dit filmpje blijkt dat hij op dat moment 170 kilometer per uur reed, terwijl 130 kilometer per uur was toegestaan. Bij het filmpje stond de door verdachte zelfgeschreven tekst: “kutding gaat weer niet harder”. Heel kort daarna is verdachte met hoge snelheid in botsing gekomen met de auto waarin [slachtoffer] zat. Voor [slachtoffer] ontstond een zeer gevaarlijke situatie; een derde auto kon de auto van [slachtoffer] niet ontwijken en is daar tegenaan gebotst. [slachtoffer] is op het wegdek terechtgekomen en daar overreden door een vierde auto. Als gevolg hiervan heeft [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Dat [slachtoffer] dit ongeval heeft overleefd, mag wonderbaarlijk worden genoemd.

Bij de rechtbank leeft het idee dat verdachte met het maken van het filmpje destijds indruk wilde maken op zijn vrienden. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij hiervoor onaanvaardbare risico’s heeft genomen en zich totaal niet heeft bekommerd om de veiligheid van andere verkeersdeelnemers.

De straf

Bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS)-oriëntatiepunten. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval sprake van een zeer hoge mate van schuld in de zin van artikel 6 WVW en het verkeersgedrag van verdachte heeft zwaar lichamelijk letsel tot gevolg gehad. Hiervoor geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor een periode van twee jaar.

De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met zijn persoonlijke omstandigheden en het tijdsverloop.

Allereerst is verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten in contact gekomen met justitie en heeft hij een blanco strafblad. Daarnaast volgt uit het reclasseringsrapport van 13 oktober 2026 dat de reclassering geen risicofactoren ziet en dat verdachte een stabiel leven lijdt. Zo werkt verdachte fulltime als vrachtwagenchauffeur, is er geen sprake van financiële problematiek, ervaart verdachte steun vanuit zijn sociale- en familiaire netwerk en lijkt er geen sprake te zijn van middelen- of psychische problematiek. Gelet hierop in combinatie met het tijdsverloop en de omstandigheid dat verdachte niet meer met politie en justitie in aanraking is gekomen is verdachte volgens de reclassering in staat tot het leven van een delict-vrij bestaan.

Ook houdt de rechtbank rekening met de proceshouding van verdachte. Hij heeft vanaf het begin af aan openheid van zaken gegeven en op zitting heeft hij verklaard en laten zien dat hij enorm veel spijt heeft van zijn handelen. De rechtbank heeft dan ook de indruk dat, hoewel er sprake is van een ernstig ongeval met zeer ernstige gevolgen voor het slachtoffer, sprake is van een incident en heeft zij het vertrouwen dat verdachte zich niet nog een keer schuldig zal maken aan een dergelijk verkeersfeit.

Tot slot weegt de rechtbank mee dat het lang heeft geduurd voordat deze zaak op zitting is behandeld. Het ongeval heeft plaatsgevonden op 18 december 2023 en het is inmiddels oktober 2026.

Gelet op al deze omstandigheden zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf en onvoorwaardelijke rijontzegging opleggen. De rechtbank acht daarom de maximale taakstraf van 240 uren passend en geboden. Om de ernst van het feit te benadrukken, maar ook als stok achter de deur, zal de rechtbank daarnaast opleggen een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaar, beiden met een proeftijd van twee jaar.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in zeer onvoorzichtig en onoplettend verkeersgedrag en het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren, bij niet of niet goed voldoen te vervangen door 120 dagen hechtenis;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Bijkomende straffen

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.A.H.A. Schnitzler, voorzitter, mr. D.H. Hamburger

en mr. I. de Graaf, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 oktober 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 18 december 2023 te Steenbergen, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, een bedrijfsauto, daarmede rijdende over de weg, de A4, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

tijdens het rijden een of meerdere handelingen te verrichten aan zijn mobiele telefoon, en/of (daarbij) zijn aandacht niet voortdurend op de verkeersdeelnemers en/of de weg/rijstrook vóór zich en/of naast zich te houden en/of

met een hogere snelheid dan de aldaar voor bedrijfsauto’s toegestane maximum snelheid van 130 kilometer per uur te rijden, in elk geval te rijden met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse verantwoord was en/of

onvoldoende zijn snelheid aan te passen bij het benaderen van een of meerdere verkeersdeelnemer(s), althans niet de snelheid van dat door hem, bestuurde motorrijtuig zodanig te regelen dat hij in staat was zijn motorrijtuig onder controle te houden en/of tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover de weg vrij en te overzien was en/of (vervolgens) tegen een personenauto aan te botsen,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten
twee geperforeerde longen en/of negen gebroken ribben en/of vijf gebroken ruggenwervels en/of meerdere afgebroken tanden en/of een gebroken kaak en/of een gebroken oogkas, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
( art 6 Wegenverkeerswet 1994 )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 december 2023 te Steenbergen, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, de A4,

tijdens het rijden een of meerdere handelingen heeft verricht aan zijn mobiele telefoon, en/of (daarbij) zijn aandacht niet voortdurend op de verkeersdeelnemers en/of de weg/rijstrook vóór zich en/of naast zich gehouden en/of

met een hogere snelheid dan de aldaar voor bedrijfsauto’s toegestane maximum snelheid van 130 kilometer per uur heeft gereden, in elk geval heeft gereden met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse verantwoord was en/of

onvoldoende zijn snelheid heeft aangepast bij het benaderen van een of meerdere verkeersdeelnemer(s), althans niet de snelheid van dat door hem, bestuurde motorrijtuig zodanig geregeld dat hij in staat was zijn motorrijtuig onder controle te houden en/of tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover de weg vrij en te overzien was,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )