Ambtenarenrecht

Proceskostenveroordeling na intrekken van het hoger beroep.

Centrale Raad van Beroep, 1 juni 2006

Zaakgegevens

Op 1 juni 2006 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over ambtenarenrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
1 juni 2006
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
04-6310 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2006:AX8088
E-mail

Samenvatting

Proceskostenveroordeling na intrekken van het hoger beroep.

Uitspraak

04/6310 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen, (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 19 oktober 2004, nr. 04/448 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)

en

appellant

Datum uitspraak: 1 juni 2006

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november 2005 en is door de Raad geschorst.

Bij brief van 7 december 2005 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Bij brief van 3 januari 2006 heeft mr. B. Willemsen, advocaat te Nijmegen, namens betrokkene aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.

Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om terzake van dit verzoek een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

In artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet is bepaald dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de kosten.

De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene is gedaan.

In aanmerking genomen dat de rechtbank bij de aangevallen uitspraak reeds ten aanzien van proceskosten in beroep heeft beslist, ziet de Raad aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,-.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 644,-, te betalen door de gemeente Nijmegen aan de griffier van de Raad.

Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2006.

(get.) R. Kooper.

(get.) R.B.E. van Nimwegen.

HD

11.05