Ambtenarenrecht

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Functietoewijzing gevolgd door gewenste functietoewijzing. Procesbelang…

Centrale Raad van Beroep, 11 september 2008

Zaakgegevens

Op 11 september 2008 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over ambtenarenrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11 september 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
07/3905 MAW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2008:BF1835
E-mail

Samenvatting

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Functietoewijzing gevolgd door gewenste functietoewijzing. Procesbelang. Beroep door rechtbank ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

CENTRALE RAAD VAN BEROEP

P R O C E S - V E R B A A L

van de mondelinge uitspraak op 11 september 2008 van de

meervoudige kamer

Zitting hebben: H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter, J.Th. Wolleswinkel en K.J. Kraan als leden, in tegenwoordigheid van

K. Moaddine als griffier.

_____________________________________________________________

07/3905 MAW

Uitspraak op het hoger beroep van [Naam appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 mei 2007, 06/4878, (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen appellant en de Commandant Koninklijke Marechaussee (hierna: commandant).

Het geding is behandeld ter zitting van 11 september 2008, waar appellant is verschenen en de commandant zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. A.M. Rentema-Westerhof, werkzaam op het ministerie van Defensie.

De Raad:

De beslissing luidt:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Wijst de zaak terug naar de rechtbank ’s-Gravenhage;

Veroordeelt de commandant in de proceskosten van appellant, begroot op € 39,96, te betalen door de Staat der Nederlanden;

Bepaalt dat de Staat der Nederlanden aan appellant het door hem in hoger beroep betaalde griffierecht van € 214,- vergoedt.

Deze beslissing is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Appellant heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen de gehandhaafde beslissing hem de functie toe te wijzen van [functie] gedurende (maximaal) 36 maanden. Daarbij heeft appellant onder meer gewezen op schade voor zijn loopbaan en financiële schade. De omstandigheid dat die functietoewijzing na 18 maanden is gevolgd door een door appellant gewenste functietoewijzing, doet niet af aan het procesbelang bij het door hem ingestelde beroep. Daaraan doet evenmin af dat appellant zijn gestelde schade - in de woorden van rechtbank - niet aannemelijk had gemaakt. Het andersluidend oordeel van de rechtbank hierover getuigt van een onjuiste rechtsopvatting (zie CRvB 9 december 2004, LJN AR7791). De rechtbank heeft appellants beroep dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

Waarvan proces-verbaal.

Utrecht, 11 september 2008.

(get.) K. Moaddine. (get.) H.A.A.G. Vermeulen.

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

HD