Ambtenarenrecht
De Raad verklaart zich onbevoegd. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van…
Centrale Raad van Beroep, 31 maart 2011
ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0762 · Centrale Raad van Beroep · 31 maart 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/ambtenarenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2011-bq0762
Zaakgegevens
Op 31 maart 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over ambtenarenrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 31 maart 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-130 AW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Ambtenarenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0762
Samenvatting
De Raad verklaart zich onbevoegd. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in art. 8:54, Awb. De aangevallen uitspraak is derhalve een uitspraak als bedoeld in art. 8:55, lid 5, Awb, waartegen geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Uitspraak
11/130 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 29 november 2010, 10/4891, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Minister van Veiligheid en Justitie
Datum uitspraak: 31 maart 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
De Raad heeft het onderzoek gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangevallen uitspraak is derhalve een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb.
In artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Daargelaten dat appellant in zijn hoger beroep geen aandacht heeft besteed aan het ontbreken van rechtsmiddelen tegen de aangevallen uitspraak, ziet de Raad geen grond voor een bevoegdheid van de Raad om van het hoger beroep van appellant kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2011.
(get.) M.C. Bruning.
(get.) P.W.J. Hospel.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
ij